Basisonderwijs op het platteland

Meer dan 60 mensen namen deel aan de openbare fractievergadering van GroenLinks Drenthe over het basisonderwijs op het platteland in Drenthe. Ouders, deskundigen en bestuurders namen deel aan de discussie. Een gemêleerd forum kreeg de gelegenheid zijn mening te geven.

Wethouder Jacob Bruintjes van Borger-Odoorn schetste de ontwikkeling dat er door de jaren heen geprobeerd wordt steeds kleinere scholen in stand te houden. Eigenlijks staat de vraag “hoe klein kan een school zijn” centraal. Op dit moment onderzoek de gemeente Borger-Odoorn 3 scenario’s voor de toekomst: een school met minimaal 33 leerlingen, een basisschool met minimaal 50 leerlingen en een school met 4 groepen verspreid over de gemeente. Voor deze laatste optie is goed vervoer tussen de kernen dan wel een randvoorwaarde. Het is van groot belang om de problematiek van de basisscholen te koppelen aan het kleine kernen en multifunctionele centra.

Volgens William Prinsen van de BOKD is een school meer dan een lesplek alleen. Het is het bruisende hart van het dorp. Als een school het dorp heeft verlaten heeft dat grote consequenties. Het ontmoetingspunt is er niet meer en het kind gaat van dorp tot dorp en wordt de forens van de toekomst. Fusie van scholen in de relatief grotere kernen kan tot gevolg hebben dat de kleine scholen op het platteland worden “leeggezogen”.

Anne Looijenga (OSG) gaf aan dat huisvestingskosten steeds zwaarder wegen in het basisondewijs, inmiddels meer dan 18%. Dat geldt zeker voor scholen van minder dan 150 leerlingen, waarvan er veel in Drenthe zijn. De komende jaren gaan de leerlingen aantallen in Drenthe dalen van 48.000 tot 44.000. Dit vraagt om het vergroten van de scholen en samenvoegen van voorzieningen. Samenwerking tussen het openbaar en christelijk onderwijs is nodig. Lokaal zijn investering in scholen is eveneens nodig.

Roelof Huisman (directeur Openbaar onderwijs Midden Drenthe) geeft een toelichting op de oplossing die is gekozen in Midden Drenthe. Kleine scholen zijn deel behouden voor de kleine kernen d.m.v. Onderwijsteams.

Jan Slagter (Baasis) ziet het huisvestingsbeleid als de achillespees van het basisonderwijs. Personeelskosten worden door het rijk betaald en zullen ook in de toekomst gedekt blijven. De huisvestingskosten (inclusief energie) blijven echter stijgen. Verder is er vaak sprake van een achterstand in nieuwbouw en onderhoud. Door voor de lange termijn een kleine kernen beleid uit te zetten is het mogelijk op een goede manier te anticiperen.

Wim Jan Renkema geeft aan dat de kwaliteit van basisscholen moet worden verbeterd. Volgens de onderwijsinspectie is In Drenthe 20% van de basisscholen zwak tot zeer zwak ten opzichte van 10% landelijk. De verwachtingen over het resultaat van het leren zijn bij docenten lager. Het didactische handelen is een probleem. Hij pleit voor een aanpak waarbij scholen groeien, waarbij meer ruimte ontstaan voor naschoolse opvang, onderwijsteams met specialismen en maatwerk.

Al discussierend kwamen de een aantal oplossingsrichtingen voor kwalitatief goed basisonderwijs voor de komende jaren naar voren:
- onderwijsteams die functioneren voor een wat groter gebied;
- samenwerking en fusie van scholen daar waar het kan;
- spreiden van groepen/scholen over gemeenten in combinatie met goed leerlingenvervoer;
- ontwikkeling van kleine kernen beleid.


Eric van Oosterhout besloot de forumdiscussie met de vraag: “Waar staan wij over 5 jaar?”
Als keuzes worden genoemd: er is een visie & beleid tav plattelandsbeleid op onderwijs; er zijn weer minder kinderen; er zijn bereikbare kind organisaties in alle kleine kernen; er is maatwerk op het gebied van kwaliteit en pedagogische realiteit; er zijn nog 8 grote professionele samenwerkingsbesturen; voor alle kinderen van 2 tot 12 is een verlengde schooldag normaal.
0 Comments