- Europees Parlement bepleit voorzorg
- Straling van zendmasten bereikt maximum waar hoofdbundel de grond treft
- Duitsland: Gezondheidsklachten zendmasten niet volledig verklaarbaar
- India: Vogelsterfte door zendmasten
- Provocatieve studie in Oostenrijk: GSM zendmasten kunnen welbevinden beïnvloeden
- Alarmerende verandering van bloedwaarden na plaatsing zendmast Kempten
- International Association of Firefighters wil geen zendmasten op kazernes
- Levensverwachting neemt drastisch af nabij zendmast
- Bewoners onder en tegenover zendmasten lopen risico
- Extra gezondheidsklachten na komst van zendmast
- Nieuwe Brusselse stralingsnorm is perfect haalbaar
- Hoogeveen: Belanghebbenden leggen tegenstrijdige adviezen GR en WRR voor aan de rechter
- Masten antennes voor UMTS: risico voor milieu
- Onrust over straling UMTS-antennes
Europees Parlement bepleit voorzorg elektromagnetische velden, erkent elektro-overgevoeligheid
Resolutie van het Europees Parlement van 2 april 2009 over gezondheidsrisico's in verband met elektromagnetische velden (2008/2211(INI))
Het Europees Parlement ,
– de artikelen 137, 152 en 174 van het EG-Verdrag, die gericht zijn op een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu, alsmede van de gezondheid en de veiligheid van werknemers,
– gezien Aanbeveling 1999/519/EG van de Raad van 12 juli 1999 betreffende de beperking van de blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden van 0 Hz – 300 GHz(1) en het verslag van de Commissie van 1 september 2008 over de uitvoering van deze aanbeveling (COM(2008)0532),
– gezien Richtlijn 2004/40/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (elektromagnetische velden)(2) ,
– gezien Richtlijn 1999/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 1999 betreffende radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur en de wederzijdse erkenning van hun conformiteit(3) en gelet op de desbetreffende geharmoniseerde veiligheidsnormen voor mobiele telefoons en basisstations,
– gezien Richtlijn 2006/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der lidstaten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen(4) ,
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 4 september 2008 over de tussentijdse evaluatie van het Europese actieplan voor milieu en gezondheid 2004-2010(5) ,
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 10 maart 1999 over het voorstel voor een aanbeveling van de Raad betreffende de beperking van de blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden van 0 Hz – 300 GHz(6) ,
– gelet op artikel 45 van zijn Reglement,
– gelet op het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A6-0089/2009),
A. overwegende dat elektromagnetische velden (EMV's) van nature in het milieu voorkomen en derhalve altijd aanwezig zijn geweest op aarde, zij het dat de milieublootstelling aan door de mens vervaardigde EMV-bronnen in de afgelopen decennia gestaag is toegenomen door de vraag naar elektriciteit, steeds geavanceerdere draadloze technologieën en maatschappelijke veranderingen, waardoor elke burger momenteel blootgesteld is aan een complexe combinatie van elektrische en magnetische velden met uiteenlopende frequenties, zowel thuis als op de werkvloer,
B. overwegende dat de technologie van draadloze apparaten (mobiele telefoon, Wifi-Wimax-Bluetooth, DECT-telefoon met een vast basisstation) EMV's uitzendt die negatieve gevolgen kunnen hebben voor de menselijke gezondheid,
C. overwegende dat de meeste Europese burgers, met name jongeren van 10 tot 20 jaar, hun mobiele telefoon gebruiken als een functioneel gebruiksvoorwerp en als modeaccessoire, maar dat er onzekerheid blijft heersen over de mogelijke gezondheidsrisico's, met name voor jongeren, bij wie de hersenen nog in ontwikkeling zijn,
D. overwegende dat de controverse in wetenschappelijke kringen over de mogelijke gezondheidsrisico's van EMV's is toegenomen sinds in Aanbeveling 1999/519/EG van 12 juli 1999 limieten zijn vastgelegd voor de blootstelling van de bevolking aan EMV's (0 Hz tot 300 GHz),
E. overwegende dat het gebrek aan formele conclusies van de wetenschappelijke wereld een aantal nationale of regionale overheden, in ten minste negen lidstaten van de Europese Unie alsook in China, Zwitserland en Rusland, er niet van weerhouden heeft zogenaamde preventieve en dus lagere blootstellingslimieten vast te leggen dan de limieten die voorgestaan worden door de Commissie en diens onafhankelijke wetenschappelijke comité, het Wetenschappelijk Comité voor nieuwe gezondheidsrisico's(7) ,
F. overwegende dat maatregelen om de blootstelling van de bevolking aan EMV's te beperken, moeten worden afgewogen tegen verbeteringen van de levenskwaliteit op het vlak van veiligheid en beveiliging geboden door toestellen die elektromagnetische straling teweegbrengen,
G. overwegende dat de conclusies van het epidemiologische onderzoek Interphone, een even belangwekkend als omstreden wetenschappelijk project dat door de Unie gefinancierd wordt ter hoogte van 3 800 000 EUR, in eerste instantie in het kader van het vijfde OTO-kaderprogramma(8) , sinds 2006 op zich laten wachten,
H. overwegende nochtans dat over sommige inzichten unanimiteit lijkt te heersen, met name als het gaat om het variabele karakter, al naar gelang de persoon, van de reacties op een blootstelling aan microgolven, de noodzaak om eerst blootstellingstests op ware grootte uit te voeren om na te gaan wat de niet-thermische effecten van radiofrequentievelden (RFV's) zijn en de bijzondere kwetsbaarheid van kinderen bij blootstelling aan EMV's(9) ,
I. overwegende dat de Unie blootstellingslimieten heeft vastgesteld om werknemers te beschermen tegen de effecten van EMV's; overwegende dat dergelijke maatregelen op grond van het voorzorgbeginsel ook moeten worden genomen ten behoeve van de betrokken bevolkingsgroepen, zoals bewoners en consumenten,
J. overwegende dat de speciale Eurobarometer-enquête over EMV's (nr. 272a van juni 2007) uitwijst dat een meerderheid van de burgers vindt dat de overheid hen onvoldoende informeert over de maatregelen die worden genomen om hen tegen EMV's te beschermen,
K. overwegende dat onderzoek naar intermediaire en extreem lage frequenties moet worden voortgezet om conclusies te kunnen trekken over de effecten die zij hebben op de gezondheid,
L. overwegende dat het gebruik van beeldvorming door magnetische resonantie (MRI) niet in het gedrang mag komen door Richtlijn 2004/40/EG, aangezien MRI-technologie een van de belangrijkste instrumenten is bij het onderzoek naar en het diagnosticeren en behandelen van mogelijk levensbedreigende ziektes voor patiënten in Europa,
M. overwegende dat de veiligheidsnorm IEC/EN 60601-2-33 grenswaarden bevat voor EMV's, die zijn vastgesteld om elke vorm van schade aan patiënten en werknemers uit te sluiten,
1. dringt er bij de Commissie op aan de wetenschappelijke basis en de toereikendheid van de limieten voor blootstelling aan EMV's die zijn vastgelegd in Aanbeveling 1999/519/EG, te herzien en hierover verslag uit te brengen aan het Parlement; vraagt dat de herziening door het Wetenschappelijk Comité voor nieuwe gezondheidsrisico's wordt uitgevoerd;
2. vraagt dat bij het beoordelen van mogelijke gevolgen van elektromagnetische straling voor de gezondheid in het bijzonder rekening wordt gehouden met biologische effecten, te meer omdat diverse studies hebben aangetoond dat de laagste niveaus de schadelijkste gevolgen veroorzaken; roept op tot actief onderzoek om mogelijke gezondheidsproblemen tegen te gaan, met name door oplossingen te ontwikkelen die de puls- en amplitudemodulatie van de voor transmissie gebruikte frequenties opheffen of beperken;
3. benadrukt dat het parallel aan of als alternatief voor een wijziging van de Europese EMV-normen een goede zaak zou zijn wanneer de Commissie samen met deskundigen uit de lidstaten en de betreffende bedrijfstakken (elektriciteitsmaatschappijen, telefoonoperators en fabrikanten van elektrische apparaten, waaronder mobiele telefoons), een handboek zou opstellen over de beschikbare, efficiënte technologische mogelijkheden om de blootstelling aan EMV's te beperken;
4. stelt dat de betrokken bedrijven en infrastructuurbeheerders alsook de bevoegde autoriteiten nu reeds invloed kunnen uitoefenen op bepaalde factoren zoals het vaststellen van voorschriften betreffende de afstand tussen de betreffende locatie en de stralingsbronnen, de hoogte van de locatie vergeleken met de hoogte van de zendmast en de richting van straling uitzendende antennes ten opzichte van woonwijken, en dat zij dit uiteraard zouden moeten doen om de bevolkingsgroepen die in de nabijheid van dergelijke apparatuur wonen gerust te stellen en beter te beschermen; verzoekt om een optimale plaatsing van zendmasten en -toestellen en verzoekt eveneens om een gedeeld gebruik van deze zendmasten en -toestellen door verschillende aanbieders, met als doel de verbreiding van slecht geplaatste zendmasten en -toestellen te beperken; verzoekt de Commissie en de lidstaten passende richtsnoeren op te stellen;
5. verzoekt de lidstaten en de plaatselijke en regionale overheden een enkelvoudig vergunningensysteem op te zetten voor de plaatsing van antennes en transponders, en in de stedelijke ontwikkelingsplannen een streekplan op te nemen voor de spreiding van de antennes;
6. spoort de overheidsdiensten die verantwoordelijk zijn voor de plaatsing van masten voor mobiele telefonie, ertoe aan om samen met aanbieders van mobiele telefoniediensten tot overeenkomsten te komen inzake het delen van de infrastructuren, met als doel het aantal zendmasten en de blootstelling van de bevolking aan EMV's te beperken;
7. erkent dat aanbieders van mobiele communicatie- en andere draadloze technologieën die EMV's uitzenden, inspanningen leveren om milieuschade te voorkomen, en met name om klimaatverandering tegen te gaan;
8. is van mening dat, gezien het toenemende aantal gerechtelijke procedures en het groeiende aantal verbodsmaatregelen van overheidswege betreffende de installatie van nieuwe EMV-uitzendapparatuur, het in ieders belang is oplossingen te vinden die berusten op een dialoog tussen bedrijfsleven, overheid, militaire autoriteiten en belangenverenigingen van omwonenden over de criteria die worden gehanteerd bij het aanbrengen van nieuwe gsm-antennes of hoogspanningsleidingen, en er op zijn minst op toe te zien dat scholen, crèches, rusthuizen en zorginstellingen zich op een specifieke, op basis van wetenschappelijke criteria vastgestelde afstand van dit soort apparatuur bevinden;
9. verzoekt de lidstaten om in samenwerking met dienstverleners uit de sector blootstellingsoverzichten op te stellen voor het publiek met gegevens over hoogspanningskabels, radiofrequenties en microgolven, met name golven van telecommunicatiemasten, radiosystemen en telefoonantennes; vraagt dat deze gegevens op het internet worden geplaatst, zodat het publiek ze gemakkelijk kan raadplegen, en via de media worden verspreid;
10. stelt voor dat de Commissie onderzoekt of fondsen van de trans-Europese energienetwerken kunnen worden gebruikt voor het bestuderen van de effecten van EMV's op extreem lage frequenties en met name op distributielijnen van elektriciteit;
11. roept de Commissie ertoe op om tijdens de zittingsperiode 2009-2014 een ambitieus programma op te zetten voor het meten van de elektromagnetische biocompatibiliteit tussen kunstmatig opgewekte straling en straling die op natuurlijke wijze wordt uitgezonden door het menselijke lichaam, aan de hand waarvan op termijn kan worden vastgesteld of microgolven ongewenste gevolgen hebben voor de menselijke gezondheid;
12. verzoekt de Commissie een jaarlijks rapport op te stellen over het niveau van elektromagnetische straling in de EU, de bronnen van deze straling en de maatregelen die door de EU worden genomen om de volksgezondheid en het milieu beter te beschermen;
13. verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat Richtlijn 2004/40/EG versneld ten uitvoer wordt gelegd, zodat werknemers daadwerkelijk worden beschermd tegen EMV's, naar analogie met twee andere communautaire teksten die werknemers reeds beschermen tegen lawaai(10) en trillingen(11) , en krachtens artikel 1 van die richtlijn een uitzondering te maken voor MRI;
14. betreurt dat de publicatie van de conclusies van het internationale epidemiologische onderzoek Interphone, dat tot doel heeft na te gaan of er een verband bestaat tussen het gebruik van mobiele telefoons en bepaalde vormen van kanker, met name tumoren aan de hersenen, aan de gehoorzenuw en de oorspeekselklier, sinds 2006 op zich laat wachten;
15. benadrukt in dit verband de oproep tot voorzichtigheid door de coördinatrice van het Interphone-project, Elisabeth Cardis, die op basis van de huidige kennis adviseert om voor wat kinderen betreft de mobiele telefoon binnen verantwoorde grenzen te gebruiken en de voorkeur te geven aan de vaste telefoon;
16. is hoe dan ook van mening dat de Commissie, die in aanzienlijke mate heeft bijgedragen tot de financiering van deze wereldwijde studie, tot taak heeft de verantwoordelijken voor het project te vragen waarom de publicatie van uiteindelijke resultaten uitblijft, en het Parlement en de lidstaten onmiddellijk op de hoogte te brengen indien ze hierop antwoord krijgt;
17. adviseert de Commissie tevens, ten behoeve van een doeltreffend algemeen beleid en begrotingsbeleid, om een deel van de financiële bijdrage van de Gemeenschap voor studies betreffende EMV's aan te wenden voor een grootschalige campagne om Europese jongeren bewust te maken van de goede praktijken bij het gebruik van de mobiele telefoon, zoals handsfreetoestellen gebruiken, oproepen kort houden, telefoons uitschakelen wanneer ze niet worden gebruikt (zoals in de klas), en telefoons gebruiken in gebieden met goede ontvangst;
18. is van mening dat dergelijke campagnes jonge Europeanen ook bewust moeten maken van de gezondheidsrisico's van huishoudelijke apparaten en van het feit dat het beter is dergelijke toestellen uit te schakelen dan ze in de stand-by-stand te laten staan;
19. verzoekt de Commissie en de lidstaten meer geld beschikbaar te stellen voor onderzoek en ontwikkeling (O&O), met als doel de mogelijke schadelijke gevolgen op lange termijn van radiofrequenties van mobiele telefonie te beoordelen; vraagt eveneens om een verhoging van het aantal openbare oproepen voor onderzoeksvoorstellen met betrekking tot de negatieve gevolgen van blootstelling aan verschillende bronnen van EMV's, met name wat kinderen betreft;
20. stelt voor de Europese Adviesgroep inzake de ethiek van wetenschappen en nieuwe technologieën een bijkomende taak te geven, namelijk de evaluatie van de wetenschappelijke integriteit, teneinde de Commissie te helpen eventuele risicosituaties, belangenconflicten of zelfs gevallen van fraude te voorkómen die zich zouden kunnen voordoen in een klimaat van toenemende concurrentie tussen wetenschappers;
21. roept de Commissie op, met het oog op de ongerustheid onder de bevolking in talloze lidstaten, samen te werken met alle belanghebbenden, zoals nationale deskundigen, niet-gouvernementele organisaties en bedrijfstakken, om de beschikbaarheid van en de toegang tot actuele en voor leken begrijpelijke informatie over draadloze technologie en beschermingsnormen te verbeteren;
22. verzoekt de Internationale Commissie voor bescherming tegen niet-ioniserende straling en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) om meer transparantie en een grotere bereidwilligheid tot dialogeren met alle belanghebbenden bij het vaststellen van normen;
23. bekritiseert bepaalde uiterst agressieve marketingcampagnes van telefoonaanbieders rond de feestdagen en andere bijzondere gelegenheden, zoals de verkoop van mobiele telefoons die uitsluitend voor kinderen bestemd zijn of ''gratis belminuten'' voor tieners;
24. stelt voor dat de Unie bij haar beleid ten aanzien van de binnenluchtkwaliteit ook rekening houdt met het onderzoek naar ''draadloze'' huishoudelijke apparaten, zoals Wifi voor Internettoegang en de digitale draadloze telefoon (DECT-telefoon), die de afgelopen jaren op grote schaal worden gebruikt in openbare gelegenheden en woningen, waardoor burgers voortdurend blootgesteld worden aan microgolven;
25. eist, met het oog op een voortdurende verbetering van de consumentenvoorlichting, dat de technische normen van het Europees Comité voor elektrotechnische normalisatie (CENELEC) worden aangepast met als doel een verplichting inzake de etikettering van de stralingssterkte in te voeren en ervoor te zorgen dat op elk ''draadloos'' apparaat wordt vermeld dat het microgolven uitzendt;
26. roept de Raad en de Commissie op om samen met de lidstaten en het Comité van de Regio's te ijveren voor de totstandbrenging van één enkele norm om de blootstelling van omwonenden bij uitbreiding van het netwerk van elektrische hoogspanningsleidingen tot een minimum te beperken;
27. is buitengewoon bezorgd over het feit dat verzekeringsmaatschappijen de dekking van risico's die verband houden met EMV's steeds vaker buiten de WA-polissen houden, waaruit op te maken valt dat de Europese verzekeraars hun interpretatie van het voorzorgsbeginsel reeds in de praktijk brengen;
28. verzoekt de lidstaten het voorbeeld van Zweden te volgen en mensen die lijden aan elektromagnetische overgevoeligheid, te erkennen als personen met een handicap, zodat zij passende bescherming en gelijke kansen krijgen;
29. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, het Comité van de Regio's en de WHO.
(1) PB L 199 van 30.7.1999, blz. 59.
(2) PB L 159 van 30.4.2004, blz. 1.
(3) PB L 91 van 7.4.1999, blz. 10.
(4) PB L 374 van 27.12.2006, blz. 10.
(5) Aangenomen teksten, P6_TA(2008)0410.
(6) PB C 175 van 21.6.1999, blz. 129.
(7) Advies van 21 maart 2007 aangenomen tijdens de 16e plenaire vergadering van het comité.
(8) Programma Kwaliteit van Leven onder contractnummer QLK4-1999-01563.
(9) STOA-studie van maart 2001 over de fysiologische en milieu-effecten van niet-ioniserende elektromagnetische straling, PE-nr. 297.574.
(10) Richtlijn 2003/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 februari 2003 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (lawaai) (PB L 42 van 15.2.2003, blz. 38).
(11) Richtlijn 2002/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (trillingen) (PB L 177 van 6.7.2002, blz. 13).
Brontekst: www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+TA+20090402+TOC+DOC+XML+V0//NL
Resolutie van het Europees Parlement van 2 april 2009 over gezondheidsrisico's in verband met elektromagnetische velden (2008/2211(INI))
Het Europees Parlement ,
– de artikelen 137, 152 en 174 van het EG-Verdrag, die gericht zijn op een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu, alsmede van de gezondheid en de veiligheid van werknemers,
– gezien Aanbeveling 1999/519/EG van de Raad van 12 juli 1999 betreffende de beperking van de blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden van 0 Hz – 300 GHz(1) en het verslag van de Commissie van 1 september 2008 over de uitvoering van deze aanbeveling (COM(2008)0532),
– gezien Richtlijn 2004/40/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (elektromagnetische velden)(2) ,
– gezien Richtlijn 1999/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 1999 betreffende radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur en de wederzijdse erkenning van hun conformiteit(3) en gelet op de desbetreffende geharmoniseerde veiligheidsnormen voor mobiele telefoons en basisstations,
– gezien Richtlijn 2006/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der lidstaten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen(4) ,
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 4 september 2008 over de tussentijdse evaluatie van het Europese actieplan voor milieu en gezondheid 2004-2010(5) ,
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 10 maart 1999 over het voorstel voor een aanbeveling van de Raad betreffende de beperking van de blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden van 0 Hz – 300 GHz(6) ,
– gelet op artikel 45 van zijn Reglement,
– gelet op het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A6-0089/2009),
A. overwegende dat elektromagnetische velden (EMV's) van nature in het milieu voorkomen en derhalve altijd aanwezig zijn geweest op aarde, zij het dat de milieublootstelling aan door de mens vervaardigde EMV-bronnen in de afgelopen decennia gestaag is toegenomen door de vraag naar elektriciteit, steeds geavanceerdere draadloze technologieën en maatschappelijke veranderingen, waardoor elke burger momenteel blootgesteld is aan een complexe combinatie van elektrische en magnetische velden met uiteenlopende frequenties, zowel thuis als op de werkvloer,
B. overwegende dat de technologie van draadloze apparaten (mobiele telefoon, Wifi-Wimax-Bluetooth, DECT-telefoon met een vast basisstation) EMV's uitzendt die negatieve gevolgen kunnen hebben voor de menselijke gezondheid,
C. overwegende dat de meeste Europese burgers, met name jongeren van 10 tot 20 jaar, hun mobiele telefoon gebruiken als een functioneel gebruiksvoorwerp en als modeaccessoire, maar dat er onzekerheid blijft heersen over de mogelijke gezondheidsrisico's, met name voor jongeren, bij wie de hersenen nog in ontwikkeling zijn,
D. overwegende dat de controverse in wetenschappelijke kringen over de mogelijke gezondheidsrisico's van EMV's is toegenomen sinds in Aanbeveling 1999/519/EG van 12 juli 1999 limieten zijn vastgelegd voor de blootstelling van de bevolking aan EMV's (0 Hz tot 300 GHz),
E. overwegende dat het gebrek aan formele conclusies van de wetenschappelijke wereld een aantal nationale of regionale overheden, in ten minste negen lidstaten van de Europese Unie alsook in China, Zwitserland en Rusland, er niet van weerhouden heeft zogenaamde preventieve en dus lagere blootstellingslimieten vast te leggen dan de limieten die voorgestaan worden door de Commissie en diens onafhankelijke wetenschappelijke comité, het Wetenschappelijk Comité voor nieuwe gezondheidsrisico's(7) ,
F. overwegende dat maatregelen om de blootstelling van de bevolking aan EMV's te beperken, moeten worden afgewogen tegen verbeteringen van de levenskwaliteit op het vlak van veiligheid en beveiliging geboden door toestellen die elektromagnetische straling teweegbrengen,
G. overwegende dat de conclusies van het epidemiologische onderzoek Interphone, een even belangwekkend als omstreden wetenschappelijk project dat door de Unie gefinancierd wordt ter hoogte van 3 800 000 EUR, in eerste instantie in het kader van het vijfde OTO-kaderprogramma(8) , sinds 2006 op zich laten wachten,
H. overwegende nochtans dat over sommige inzichten unanimiteit lijkt te heersen, met name als het gaat om het variabele karakter, al naar gelang de persoon, van de reacties op een blootstelling aan microgolven, de noodzaak om eerst blootstellingstests op ware grootte uit te voeren om na te gaan wat de niet-thermische effecten van radiofrequentievelden (RFV's) zijn en de bijzondere kwetsbaarheid van kinderen bij blootstelling aan EMV's(9) ,
I. overwegende dat de Unie blootstellingslimieten heeft vastgesteld om werknemers te beschermen tegen de effecten van EMV's; overwegende dat dergelijke maatregelen op grond van het voorzorgbeginsel ook moeten worden genomen ten behoeve van de betrokken bevolkingsgroepen, zoals bewoners en consumenten,
J. overwegende dat de speciale Eurobarometer-enquête over EMV's (nr. 272a van juni 2007) uitwijst dat een meerderheid van de burgers vindt dat de overheid hen onvoldoende informeert over de maatregelen die worden genomen om hen tegen EMV's te beschermen,
K. overwegende dat onderzoek naar intermediaire en extreem lage frequenties moet worden voortgezet om conclusies te kunnen trekken over de effecten die zij hebben op de gezondheid,
L. overwegende dat het gebruik van beeldvorming door magnetische resonantie (MRI) niet in het gedrang mag komen door Richtlijn 2004/40/EG, aangezien MRI-technologie een van de belangrijkste instrumenten is bij het onderzoek naar en het diagnosticeren en behandelen van mogelijk levensbedreigende ziektes voor patiënten in Europa,
M. overwegende dat de veiligheidsnorm IEC/EN 60601-2-33 grenswaarden bevat voor EMV's, die zijn vastgesteld om elke vorm van schade aan patiënten en werknemers uit te sluiten,
1. dringt er bij de Commissie op aan de wetenschappelijke basis en de toereikendheid van de limieten voor blootstelling aan EMV's die zijn vastgelegd in Aanbeveling 1999/519/EG, te herzien en hierover verslag uit te brengen aan het Parlement; vraagt dat de herziening door het Wetenschappelijk Comité voor nieuwe gezondheidsrisico's wordt uitgevoerd;
2. vraagt dat bij het beoordelen van mogelijke gevolgen van elektromagnetische straling voor de gezondheid in het bijzonder rekening wordt gehouden met biologische effecten, te meer omdat diverse studies hebben aangetoond dat de laagste niveaus de schadelijkste gevolgen veroorzaken; roept op tot actief onderzoek om mogelijke gezondheidsproblemen tegen te gaan, met name door oplossingen te ontwikkelen die de puls- en amplitudemodulatie van de voor transmissie gebruikte frequenties opheffen of beperken;
3. benadrukt dat het parallel aan of als alternatief voor een wijziging van de Europese EMV-normen een goede zaak zou zijn wanneer de Commissie samen met deskundigen uit de lidstaten en de betreffende bedrijfstakken (elektriciteitsmaatschappijen, telefoonoperators en fabrikanten van elektrische apparaten, waaronder mobiele telefoons), een handboek zou opstellen over de beschikbare, efficiënte technologische mogelijkheden om de blootstelling aan EMV's te beperken;
4. stelt dat de betrokken bedrijven en infrastructuurbeheerders alsook de bevoegde autoriteiten nu reeds invloed kunnen uitoefenen op bepaalde factoren zoals het vaststellen van voorschriften betreffende de afstand tussen de betreffende locatie en de stralingsbronnen, de hoogte van de locatie vergeleken met de hoogte van de zendmast en de richting van straling uitzendende antennes ten opzichte van woonwijken, en dat zij dit uiteraard zouden moeten doen om de bevolkingsgroepen die in de nabijheid van dergelijke apparatuur wonen gerust te stellen en beter te beschermen; verzoekt om een optimale plaatsing van zendmasten en -toestellen en verzoekt eveneens om een gedeeld gebruik van deze zendmasten en -toestellen door verschillende aanbieders, met als doel de verbreiding van slecht geplaatste zendmasten en -toestellen te beperken; verzoekt de Commissie en de lidstaten passende richtsnoeren op te stellen;
5. verzoekt de lidstaten en de plaatselijke en regionale overheden een enkelvoudig vergunningensysteem op te zetten voor de plaatsing van antennes en transponders, en in de stedelijke ontwikkelingsplannen een streekplan op te nemen voor de spreiding van de antennes;
6. spoort de overheidsdiensten die verantwoordelijk zijn voor de plaatsing van masten voor mobiele telefonie, ertoe aan om samen met aanbieders van mobiele telefoniediensten tot overeenkomsten te komen inzake het delen van de infrastructuren, met als doel het aantal zendmasten en de blootstelling van de bevolking aan EMV's te beperken;
7. erkent dat aanbieders van mobiele communicatie- en andere draadloze technologieën die EMV's uitzenden, inspanningen leveren om milieuschade te voorkomen, en met name om klimaatverandering tegen te gaan;
8. is van mening dat, gezien het toenemende aantal gerechtelijke procedures en het groeiende aantal verbodsmaatregelen van overheidswege betreffende de installatie van nieuwe EMV-uitzendapparatuur, het in ieders belang is oplossingen te vinden die berusten op een dialoog tussen bedrijfsleven, overheid, militaire autoriteiten en belangenverenigingen van omwonenden over de criteria die worden gehanteerd bij het aanbrengen van nieuwe gsm-antennes of hoogspanningsleidingen, en er op zijn minst op toe te zien dat scholen, crèches, rusthuizen en zorginstellingen zich op een specifieke, op basis van wetenschappelijke criteria vastgestelde afstand van dit soort apparatuur bevinden;
9. verzoekt de lidstaten om in samenwerking met dienstverleners uit de sector blootstellingsoverzichten op te stellen voor het publiek met gegevens over hoogspanningskabels, radiofrequenties en microgolven, met name golven van telecommunicatiemasten, radiosystemen en telefoonantennes; vraagt dat deze gegevens op het internet worden geplaatst, zodat het publiek ze gemakkelijk kan raadplegen, en via de media worden verspreid;
10. stelt voor dat de Commissie onderzoekt of fondsen van de trans-Europese energienetwerken kunnen worden gebruikt voor het bestuderen van de effecten van EMV's op extreem lage frequenties en met name op distributielijnen van elektriciteit;
11. roept de Commissie ertoe op om tijdens de zittingsperiode 2009-2014 een ambitieus programma op te zetten voor het meten van de elektromagnetische biocompatibiliteit tussen kunstmatig opgewekte straling en straling die op natuurlijke wijze wordt uitgezonden door het menselijke lichaam, aan de hand waarvan op termijn kan worden vastgesteld of microgolven ongewenste gevolgen hebben voor de menselijke gezondheid;
12. verzoekt de Commissie een jaarlijks rapport op te stellen over het niveau van elektromagnetische straling in de EU, de bronnen van deze straling en de maatregelen die door de EU worden genomen om de volksgezondheid en het milieu beter te beschermen;
13. verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat Richtlijn 2004/40/EG versneld ten uitvoer wordt gelegd, zodat werknemers daadwerkelijk worden beschermd tegen EMV's, naar analogie met twee andere communautaire teksten die werknemers reeds beschermen tegen lawaai(10) en trillingen(11) , en krachtens artikel 1 van die richtlijn een uitzondering te maken voor MRI;
14. betreurt dat de publicatie van de conclusies van het internationale epidemiologische onderzoek Interphone, dat tot doel heeft na te gaan of er een verband bestaat tussen het gebruik van mobiele telefoons en bepaalde vormen van kanker, met name tumoren aan de hersenen, aan de gehoorzenuw en de oorspeekselklier, sinds 2006 op zich laat wachten;
15. benadrukt in dit verband de oproep tot voorzichtigheid door de coördinatrice van het Interphone-project, Elisabeth Cardis, die op basis van de huidige kennis adviseert om voor wat kinderen betreft de mobiele telefoon binnen verantwoorde grenzen te gebruiken en de voorkeur te geven aan de vaste telefoon;
16. is hoe dan ook van mening dat de Commissie, die in aanzienlijke mate heeft bijgedragen tot de financiering van deze wereldwijde studie, tot taak heeft de verantwoordelijken voor het project te vragen waarom de publicatie van uiteindelijke resultaten uitblijft, en het Parlement en de lidstaten onmiddellijk op de hoogte te brengen indien ze hierop antwoord krijgt;
17. adviseert de Commissie tevens, ten behoeve van een doeltreffend algemeen beleid en begrotingsbeleid, om een deel van de financiële bijdrage van de Gemeenschap voor studies betreffende EMV's aan te wenden voor een grootschalige campagne om Europese jongeren bewust te maken van de goede praktijken bij het gebruik van de mobiele telefoon, zoals handsfreetoestellen gebruiken, oproepen kort houden, telefoons uitschakelen wanneer ze niet worden gebruikt (zoals in de klas), en telefoons gebruiken in gebieden met goede ontvangst;
18. is van mening dat dergelijke campagnes jonge Europeanen ook bewust moeten maken van de gezondheidsrisico's van huishoudelijke apparaten en van het feit dat het beter is dergelijke toestellen uit te schakelen dan ze in de stand-by-stand te laten staan;
19. verzoekt de Commissie en de lidstaten meer geld beschikbaar te stellen voor onderzoek en ontwikkeling (O&O), met als doel de mogelijke schadelijke gevolgen op lange termijn van radiofrequenties van mobiele telefonie te beoordelen; vraagt eveneens om een verhoging van het aantal openbare oproepen voor onderzoeksvoorstellen met betrekking tot de negatieve gevolgen van blootstelling aan verschillende bronnen van EMV's, met name wat kinderen betreft;
20. stelt voor de Europese Adviesgroep inzake de ethiek van wetenschappen en nieuwe technologieën een bijkomende taak te geven, namelijk de evaluatie van de wetenschappelijke integriteit, teneinde de Commissie te helpen eventuele risicosituaties, belangenconflicten of zelfs gevallen van fraude te voorkómen die zich zouden kunnen voordoen in een klimaat van toenemende concurrentie tussen wetenschappers;
21. roept de Commissie op, met het oog op de ongerustheid onder de bevolking in talloze lidstaten, samen te werken met alle belanghebbenden, zoals nationale deskundigen, niet-gouvernementele organisaties en bedrijfstakken, om de beschikbaarheid van en de toegang tot actuele en voor leken begrijpelijke informatie over draadloze technologie en beschermingsnormen te verbeteren;
22. verzoekt de Internationale Commissie voor bescherming tegen niet-ioniserende straling en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) om meer transparantie en een grotere bereidwilligheid tot dialogeren met alle belanghebbenden bij het vaststellen van normen;
23. bekritiseert bepaalde uiterst agressieve marketingcampagnes van telefoonaanbieders rond de feestdagen en andere bijzondere gelegenheden, zoals de verkoop van mobiele telefoons die uitsluitend voor kinderen bestemd zijn of ''gratis belminuten'' voor tieners;
24. stelt voor dat de Unie bij haar beleid ten aanzien van de binnenluchtkwaliteit ook rekening houdt met het onderzoek naar ''draadloze'' huishoudelijke apparaten, zoals Wifi voor Internettoegang en de digitale draadloze telefoon (DECT-telefoon), die de afgelopen jaren op grote schaal worden gebruikt in openbare gelegenheden en woningen, waardoor burgers voortdurend blootgesteld worden aan microgolven;
25. eist, met het oog op een voortdurende verbetering van de consumentenvoorlichting, dat de technische normen van het Europees Comité voor elektrotechnische normalisatie (CENELEC) worden aangepast met als doel een verplichting inzake de etikettering van de stralingssterkte in te voeren en ervoor te zorgen dat op elk ''draadloos'' apparaat wordt vermeld dat het microgolven uitzendt;
26. roept de Raad en de Commissie op om samen met de lidstaten en het Comité van de Regio's te ijveren voor de totstandbrenging van één enkele norm om de blootstelling van omwonenden bij uitbreiding van het netwerk van elektrische hoogspanningsleidingen tot een minimum te beperken;
27. is buitengewoon bezorgd over het feit dat verzekeringsmaatschappijen de dekking van risico's die verband houden met EMV's steeds vaker buiten de WA-polissen houden, waaruit op te maken valt dat de Europese verzekeraars hun interpretatie van het voorzorgsbeginsel reeds in de praktijk brengen;
28. verzoekt de lidstaten het voorbeeld van Zweden te volgen en mensen die lijden aan elektromagnetische overgevoeligheid, te erkennen als personen met een handicap, zodat zij passende bescherming en gelijke kansen krijgen;
29. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, het Comité van de Regio's en de WHO.
(1) PB L 199 van 30.7.1999, blz. 59.
(2) PB L 159 van 30.4.2004, blz. 1.
(3) PB L 91 van 7.4.1999, blz. 10.
(4) PB L 374 van 27.12.2006, blz. 10.
(5) Aangenomen teksten, P6_TA(2008)0410.
(6) PB C 175 van 21.6.1999, blz. 129.
(7) Advies van 21 maart 2007 aangenomen tijdens de 16e plenaire vergadering van het comité.
(8) Programma Kwaliteit van Leven onder contractnummer QLK4-1999-01563.
(9) STOA-studie van maart 2001 over de fysiologische en milieu-effecten van niet-ioniserende elektromagnetische straling, PE-nr. 297.574.
(10) Richtlijn 2003/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 februari 2003 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (lawaai) (PB L 42 van 15.2.2003, blz. 38).
(11) Richtlijn 2002/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (trillingen) (PB L 177 van 6.7.2002, blz. 13).
Brontekst: www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+TA+20090402+TOC+DOC+XML+V0//NL
Residential exposure to radiofrequency fields from mobile-phone base stations, and broadcast transmitters: a population-based survey with personal meter.
Viel JF, Clerc S, Barrera C, Rymzhanova R, Moissonnier M, Hours M, Cardis E.
CNRS N degrees 6249 Chrono-Environment, Besancon, France.
OBJECTIVES: Both the public perceptions, and most published epidemiologic studies, rely on the assumption that the distance of a particular residence from a base station or a broadcast transmitter is an appropriate surrogate for exposure to radiofrequency fields, although complex propagation characteristics affect the beams from antennas. The main goal of this study was to characterise the distribution of residential exposure from antennas using personal exposure meters.
METHODS: A total of 200 randomly selected people was enrolled. Each participant was supplied with a personal exposure meter for 24 hour measurements, and kept a time-location-activity diary. Two exposure metrics for each radiofrequency were then calculated: the proportion of measurements above the detection limit (0.05 V/m), and the maximum electric field strength. Residential address was geocoded, and distance from each antenna was calculated.
RESULTS: Much of the time the recorded field strength was below the detection level (0.05 V/m), the FM band standing apart with a proportion above the detection threshold of 12.3%. The maximum electric field strength was always lower than 1.5 V/m. Exposure to GSM and DCS waves peaked around 280 m and 1000 m from the antennas. A downward trend was found within a 10 km range for FM. Conversely, UMTS, TV 3, and TV 4&5 signals did not vary with distance.
CONCLUSIONS: Despite numerous limiting factors entailing a high variability in RF exposure assessment, but owing to a sound statistical technique, we found that exposures from GSM and DCS base stations increase with distance in the near source zone, to a maximum where the main beam intersects the ground. We believe these results will contribute to the on-going public debate over the siting of base stations and their associated emissions.
PMID: 19336431
Voor het originele abstract zie:
www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/19336431?dopt=Abstract .
Viel JF, Clerc S, Barrera C, Rymzhanova R, Moissonnier M, Hours M, Cardis E.
CNRS N degrees 6249 Chrono-Environment, Besancon, France.
OBJECTIVES: Both the public perceptions, and most published epidemiologic studies, rely on the assumption that the distance of a particular residence from a base station or a broadcast transmitter is an appropriate surrogate for exposure to radiofrequency fields, although complex propagation characteristics affect the beams from antennas. The main goal of this study was to characterise the distribution of residential exposure from antennas using personal exposure meters.
METHODS: A total of 200 randomly selected people was enrolled. Each participant was supplied with a personal exposure meter for 24 hour measurements, and kept a time-location-activity diary. Two exposure metrics for each radiofrequency were then calculated: the proportion of measurements above the detection limit (0.05 V/m), and the maximum electric field strength. Residential address was geocoded, and distance from each antenna was calculated.
RESULTS: Much of the time the recorded field strength was below the detection level (0.05 V/m), the FM band standing apart with a proportion above the detection threshold of 12.3%. The maximum electric field strength was always lower than 1.5 V/m. Exposure to GSM and DCS waves peaked around 280 m and 1000 m from the antennas. A downward trend was found within a 10 km range for FM. Conversely, UMTS, TV 3, and TV 4&5 signals did not vary with distance.
CONCLUSIONS: Despite numerous limiting factors entailing a high variability in RF exposure assessment, but owing to a sound statistical technique, we found that exposures from GSM and DCS base stations increase with distance in the near source zone, to a maximum where the main beam intersects the ground. We believe these results will contribute to the on-going public debate over the siting of base stations and their associated emissions.
PMID: 19336431
Voor het originele abstract zie:
www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/19336431?dopt=Abstract .
Duitsland: Gezondheidsklachten zendmasten niet volledig verklaarbaar door bezorgdheid omwonenden
Mobile phone base stations and adverse health effects: Phase 1: A population-based cross-sectional study in Germany.
Blettner M, Schlehofer B, Breckenkamp J, Kowall B, Schmiedel S, Reis U, Potthoff P, Schuez J, Berg-Beckhoff G.
University of Mainz, Germany.
Abstract OBJECTIVE: The aim of this first phase of a cross-sectional study from Germany was to investigate whether proximity of residence to mobile phone base stations as well as risk perception is associated with health complaints. METHODS: We conducted a population-based multi-phase cross-sectional study within the context of a large panel survey regularly carried out by a private research institute in Germany. In the initial phase, which we will report on in this paper, 30,047 persons from a total of 51,444 who took part in the nationwide survey also answered questions on how mobile phone base stations affect their health. A list of 38 health complaints was used. A multiple linear regression model was used to identify predictors of health complaints including proximity of residence to mobile phone base stations and risk perception. RESULTS: Of the 30,047 participants (response rate 58.6%), 18.7% of participants were concerned about adverse health effects of mobile phone base stations, while an additional 10.3% attributed their personal adverse health effects to the exposure from them. Participants who are concerned about or attribute adverse health effects to mobile phone base stations and those living in the vicinity of a mobile phone base station (500 m) reported slightly more health complaints than others. CONCLUSIONS: A substantial proportion of the German population is concerned about adverse health effects caused by exposure from mobile phone base stations. The observed slightly higher prevalence of health complaints near base stations can however not be fully explained by attributions or concerns.
Voor het originele abstract zie:
www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/19017702?dopt=Abstract .
Mobile phone base stations and adverse health effects: Phase 1: A population-based cross-sectional study in Germany.
Blettner M, Schlehofer B, Breckenkamp J, Kowall B, Schmiedel S, Reis U, Potthoff P, Schuez J, Berg-Beckhoff G.
University of Mainz, Germany.
Abstract OBJECTIVE: The aim of this first phase of a cross-sectional study from Germany was to investigate whether proximity of residence to mobile phone base stations as well as risk perception is associated with health complaints. METHODS: We conducted a population-based multi-phase cross-sectional study within the context of a large panel survey regularly carried out by a private research institute in Germany. In the initial phase, which we will report on in this paper, 30,047 persons from a total of 51,444 who took part in the nationwide survey also answered questions on how mobile phone base stations affect their health. A list of 38 health complaints was used. A multiple linear regression model was used to identify predictors of health complaints including proximity of residence to mobile phone base stations and risk perception. RESULTS: Of the 30,047 participants (response rate 58.6%), 18.7% of participants were concerned about adverse health effects of mobile phone base stations, while an additional 10.3% attributed their personal adverse health effects to the exposure from them. Participants who are concerned about or attribute adverse health effects to mobile phone base stations and those living in the vicinity of a mobile phone base station (500 m) reported slightly more health complaints than others. CONCLUSIONS: A substantial proportion of the German population is concerned about adverse health effects caused by exposure from mobile phone base stations. The observed slightly higher prevalence of health complaints near base stations can however not be fully explained by attributions or concerns.
Voor het originele abstract zie:
www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/19017702?dopt=Abstract .
India: Vogelsterfte door zendmasten
Bron: The Indian Times 3 oct 2008
In de Indian Times vandaag een artikel dat aansluit op eerder onderzoek in Spanje en België van o.a. Balmori over de mortaliteit bij vogels o.i.v. EM velden. Onderzoekers van de universiteit van Panjab stellen dat de toename van zendmasten verantwoordelijk is voor de afname van vogelpopulatiesdoor beschadiging van de vogeleieren en embryo's door EM straling. ot de vogels die al vrijwel verdwenen zijn behoren de mus, de buul-buul, de tortelduif en de brahmaanse wouw.
lees verder de engelse tekst:
Radiation from mobile towers wipes out birds
CHENNAI: Set a bird song as your mobile ringtone. For that may soon be the only way you get to hear from our winged friends —studies show that the increasing number of cell phone towers in cities is bringing down bird population.
While studies in Spain and Belgium have established the ill-effects of electromagnetic radiation (EMR) emitted by cell phone masts on birds, a study to be published next month by a team in Panjab University has found that EMR can damage bird eggs and embryos. The study, conducted in Chandigarh, is applicable to all Indian cities where cell phone masts are proliferating. Chennai has 4,000 cell phone towers, compared to about 200 in Chandigarh.
Researchers at the Salim Ali Centre for Ornithology and Natural History, Coimbatore, say there are enough reasons to attribute bird mortality to such radiation. “Cell phones and towers emit a very low frequency of 900 or 1,800 MHz, called microwaves. Studies have found that they can cause thin skulls of chicks and thin egg shells,” says Dhanya R, a researcher at SACON.
The team at the Centre for Environment and Vocational Studies of Panjab University, headed by RK Kohli, exposed 50 eggs to EMR for durations of five minutes to 30 minutes. “All the 50 embryos were damaged. It’s almost like being microwaved,” Kohli told TOI.
Chennai-based zoologist Ranjit Daniels says four of the 200-odd Chennai birds — house sparrow (Passer domesticus), red-whiskered bulbul (Pycnonotus jocosus), brahmini kite (Haliastur indus) and spotted dove (Streptopelia chinensis) __ have virtually disappeared. “Birds are known to be sensitive to magnetic radiation. Microwaves can interfere with their sensors and misguide them while navigating and preying,” says Daniels.
Voor het origineel zie:
timesofindia.indiatimes.com/Radiation_from_mobile_towers_wipes_out_birds/articleshow/3554713.cms .
Bron: The Indian Times 3 oct 2008
In de Indian Times vandaag een artikel dat aansluit op eerder onderzoek in Spanje en België van o.a. Balmori over de mortaliteit bij vogels o.i.v. EM velden. Onderzoekers van de universiteit van Panjab stellen dat de toename van zendmasten verantwoordelijk is voor de afname van vogelpopulatiesdoor beschadiging van de vogeleieren en embryo's door EM straling. ot de vogels die al vrijwel verdwenen zijn behoren de mus, de buul-buul, de tortelduif en de brahmaanse wouw.
lees verder de engelse tekst:
Radiation from mobile towers wipes out birds
CHENNAI: Set a bird song as your mobile ringtone. For that may soon be the only way you get to hear from our winged friends —studies show that the increasing number of cell phone towers in cities is bringing down bird population.
While studies in Spain and Belgium have established the ill-effects of electromagnetic radiation (EMR) emitted by cell phone masts on birds, a study to be published next month by a team in Panjab University has found that EMR can damage bird eggs and embryos. The study, conducted in Chandigarh, is applicable to all Indian cities where cell phone masts are proliferating. Chennai has 4,000 cell phone towers, compared to about 200 in Chandigarh.
Researchers at the Salim Ali Centre for Ornithology and Natural History, Coimbatore, say there are enough reasons to attribute bird mortality to such radiation. “Cell phones and towers emit a very low frequency of 900 or 1,800 MHz, called microwaves. Studies have found that they can cause thin skulls of chicks and thin egg shells,” says Dhanya R, a researcher at SACON.
The team at the Centre for Environment and Vocational Studies of Panjab University, headed by RK Kohli, exposed 50 eggs to EMR for durations of five minutes to 30 minutes. “All the 50 embryos were damaged. It’s almost like being microwaved,” Kohli told TOI.
Chennai-based zoologist Ranjit Daniels says four of the 200-odd Chennai birds — house sparrow (Passer domesticus), red-whiskered bulbul (Pycnonotus jocosus), brahmini kite (Haliastur indus) and spotted dove (Streptopelia chinensis) __ have virtually disappeared. “Birds are known to be sensitive to magnetic radiation. Microwaves can interfere with their sensors and misguide them while navigating and preying,” says Daniels.
Voor het origineel zie:
timesofindia.indiatimes.com/Radiation_from_mobile_towers_wipes_out_birds/articleshow/3554713.cms .
Provocatieve studie in Oostenrijk: GSM zendmasten kunnen welbevinden beïnvloeden
Bron: Bioelectromagnetics. 2008 Sep 19
GSM base stations: Short-term effects on well-being.
Augner C, Florian M, Pauser G, Oberfeld G, Hacker GW.
IGGMB, Research Institute for Frontier Questions of Medicine and Biotechnology, Landeskrankenhaus Salzburg, University Clinics of the Paracelsus Medical Private University, Salzburg Federal Clinics (SALK), Salzburg, Austria.
The purpose of this study was to examine the effects of short-term GSM (Global System for Mobile Communications) cellular phone base station RF-EMF (radiofrequency electromagnetic fields) exposure on psychological symptoms (good mood, alertness, calmness) as measured by a standardized well-being questionnaire. Fifty-seven participants were selected and randomly assigned to one of three different exposure scenarios. Each of those scenarios subjected participants to five 50-min exposure sessions, with only the first four relevant for the study of psychological symptoms. Three exposure levels were created by shielding devices in a field laboratory, which could be installed or removed during the breaks between sessions such that double-blinded conditions prevailed. The overall median power flux densities were 5.2 microW/m(2) during ''low,'' 153.6 microW/m(2) during ''medium,'' and 2126.8 microW/m(2) during ''high'' exposure sessions. For scenario HM and MH, the first and third sessions were ''low'' exposure. The second session was ''high'' and the fourth was ''medium'' in scenario HM; and vice versa for scenario MH. Scenario LL had four successive ''low'' exposure sessions constituting the reference condition. Participants in scenarios HM and MH (high and medium exposure) were significantly calmer during those sessions than participants in scenario LL (low exposure throughout) (P = 0.042). However, no significant differences between exposure scenarios in the ''good mood'' or ''alertness'' factors were obtained. We conclude that short-term exposure to GSM base station signals may have an impact on well-being by reducing psychological arousal. Bioelectromagnetics, 2008 (c) 2008 Wiley-Liss, Inc.
Origineel op:
www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/18803247?dopt=Abstract
Bron: Bioelectromagnetics. 2008 Sep 19
GSM base stations: Short-term effects on well-being.
Augner C, Florian M, Pauser G, Oberfeld G, Hacker GW.
IGGMB, Research Institute for Frontier Questions of Medicine and Biotechnology, Landeskrankenhaus Salzburg, University Clinics of the Paracelsus Medical Private University, Salzburg Federal Clinics (SALK), Salzburg, Austria.
The purpose of this study was to examine the effects of short-term GSM (Global System for Mobile Communications) cellular phone base station RF-EMF (radiofrequency electromagnetic fields) exposure on psychological symptoms (good mood, alertness, calmness) as measured by a standardized well-being questionnaire. Fifty-seven participants were selected and randomly assigned to one of three different exposure scenarios. Each of those scenarios subjected participants to five 50-min exposure sessions, with only the first four relevant for the study of psychological symptoms. Three exposure levels were created by shielding devices in a field laboratory, which could be installed or removed during the breaks between sessions such that double-blinded conditions prevailed. The overall median power flux densities were 5.2 microW/m(2) during ''low,'' 153.6 microW/m(2) during ''medium,'' and 2126.8 microW/m(2) during ''high'' exposure sessions. For scenario HM and MH, the first and third sessions were ''low'' exposure. The second session was ''high'' and the fourth was ''medium'' in scenario HM; and vice versa for scenario MH. Scenario LL had four successive ''low'' exposure sessions constituting the reference condition. Participants in scenarios HM and MH (high and medium exposure) were significantly calmer during those sessions than participants in scenario LL (low exposure throughout) (P = 0.042). However, no significant differences between exposure scenarios in the ''good mood'' or ''alertness'' factors were obtained. We conclude that short-term exposure to GSM base station signals may have an impact on well-being by reducing psychological arousal. Bioelectromagnetics, 2008 (c) 2008 Wiley-Liss, Inc.
Origineel op:
www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/18803247?dopt=Abstract
Mobile Telecommunications in Kempten West
Blood levels alarmingly altered
The Citizens Initiative Kempten West , which was established after the installation of the T-Mobile transmitter on the bank building (in Lindauerstraße) is now able to present the first results of the blood tests. Unfortunately, the results confirm the fears of the Initiative. The initial blood samples were taken in November 2006 before the transmitter commenced operation (Dec. 2006). The second set of blood samples were taken in May 2007, 5 months after the transmitter commenced normal operation. All 28 participating residents had already removed DECT-Telephones and WLAN from their homes weeks before the first blood sampling took place and also reduced their mobile phone use to a few conversations outside home. Furthermore, 6 families had the electromagnetic exposure in their houses measured by technician Herr W. Jogschies, Wildpoldsried, both before and also after the installation of the transmitter mast. The second test results showed a several fold increase in the electromagnetic RF radiation exposure (the medical team has the measurements).
At the suggestion of Dr. med. M. Kern, the initiator of the `Allgäuer Doctor’s Initiative’, and of alternative practitioner E. Strodl, the citizen’s initiative decided to investigate the effects of the telecommunications mast on diverse laboratory parameters. At the same time, this series of analyses is part of a German-wide investigation into the effects of mobile telecommunications on humans (Dr. med. Hans-C. Scheiner in Munich (München). The organisation, implementation and medical supervision of the project Suburb and the first summary of the results were handled by physician Anna Blanz.
The following laboratory values were established:
The differential blood picture using whole-blood
o Serotonin daytime level from the blood serum (8 a.m. -9:00 a.m.)
o Melatonin and from the blood serum (daytime level)
o Determination of the nocturnal maximum melatonin excretion through determination of the melatonin metabolite
6-Hydroxy-Melatonin-Sulphate (6-OH-M-S) in the nocturnal total collected urine.
It is established that both, the “mood hormone” serotonin and also the “sleep-“ and “immune defence hormone” melatonin is formed in the pineal gland of the brain, whereby serotonin represents a precursor of melatonin.
In healthy conditions a maximum of the sleep hormone melatonin is formed from serotonin during the night, whilst, during the daytime, the ‘mood hormone’ serotonin is shown to be clearly increased, at the expense of the then severely reduced amount of the ‘sleep hormone’, melatonin.
In addition, undisturbed melatonin excretion synchronises various biological and hormonal rhythms in the human body and ensures deep revitalising sleep.
At the same time, melatonin represents one of the most important immune enhancing substances of our body and, as a free radical scavenger, it protects all body- and brain cells against genetic damage considered as a precursor to cancer.
Serotonin acts especially as a messenger for the nervous system and in the brain as a mood hormone. A reduction of the serotonin level is therefore associated with depression, lethargy and listlessness, inner agitation and many psychiatric disturbances.
The evaluation/analysis of 25 study participants (13 women, 9 men, 3 young people) who all live within a radius of 15-300 metres of the telecommunications mast produced the following results:
Melatonin in the Urine:
Only 8 out of 25 participants (28%) at the initial testing exhibited initial blood levels which were in the region considered to be normal. It was therefore a group of people that had already been pre-exposed.
For 14 of 25 participants (56 %), there was a decrease for the 6-OH-M-S in the collected nocturnal urine.
For 7 of 25 participants (28%), there was an increase, in most cases, within a region considered to be severely pathological.
Only one out of 25 participants (4 %) with normal initial level exhibited an increased level of 6-OH-M-S at the 2nd blood test.
Daytime melatonin in the blood serum:
As a rule, the daytime melatonin level in the blood serum is very much lower than the nocturnal maximum melatonin level.
The paradox increase in the daytime melatonin levels reflects the general tendency to marked daytime tiredness of people exposed to radiation.
Melatonin levels clearly increased on average by about 4.5 times of the initial level for all 25 participants.
This effect is shown below based on the mean value (of 25 participants).
Graph
Melatonin in the serum
Serotonin in the blood:
At the second measurement 21 of 25 participants (=84%)presented a reduction of the ‘mood hormone’ serotonin (in the daytime blood serum) by an average of 46.3%.
Of these, 10 participants showed a decrease of about 50% and above, with a maximum serotonin decrease of up to 68 %. For 3 participants it remained unchanged, for 1 participant the level was slightly increased.
The following graph shows this change based on the mean value of 21 participants:
Graph 2
Serotonin in the Serum
Summary Evaluation of the Results:
Especially alarming is the fact, that 84 % of participants, almost the whole group, reacted with a massive decrease in the serotonin level (average 46%) following increased exposure from the operation of the newly erected telecommunications mast.
The clear increase in depressive mood disturbances, lethargy and listlessness, appetite disturbances, inner agitation and reduced quality of life experienced by nearly all nearby residents must be acknowledged by orthodox medicine
Alarming is also the fairly steep nightly melatonin decrease in the presence of increasing telecommunication signal exposure, which is nearly half of the normal level for more than half of the group (56%). Even the slow increased tendency of nearly one third (28%)represents ultimately, despite a slight increase, only an upturn within a mainly deeply lowered pathological region.
We therefore have to expect considerable sleep disturbance and immune deficiencies in 84% (28 plus 56%). Since, from the medical viewpoint, sleep disturbance is increasingly seen as a cancer promoting risk factor, these numbers must be considered as alarming
The increase of the daytime melatonin level, that is also normally substantially lower in comparison to the nocturnal melatonin peak, also indicates a displacement of the flattened nocturnal distribution graph in the morning direction. Normally, the level increases about 1-2 hours after going to bed, it reaches a maximum between 2 a.m. and 3 a.m. and then drops off again steeply until the morning hours.
The blood sampling took place in the morning between 8 a.m. and 9 a.m. All participants went to bed the night before at the latest by 11 p.m. This increase indicates, in addition to the nocturnal melatonin reduction, also a displacement of melatonin excretion in the morning direction.
That means:
1. relative melatonin deficiency at night with shortened phases of deep sleep. This is indicated by restless sleep with frequency awakening and
2. increased melatonin level at the tine of arising from bed. It is symptomatic of this, that one has difficulty getting out of bed in the morning and feels “absolutely whacked”. During the day, consecutive symptoms appear, such as tiredness, irritability, loss of concentration etc. Actually, 16 participants complained about sleep disturbances, 6 complained that they were regularly awakened between 2 a.m. and 4 a.m. and that they then had difficulty getting off to sleep again.
Since the group of participants had no other obvious change in their living conditions, apart from the operation of the mobile telecommunications mast with the measured, appreciably increased radiation exposure, it must be assumed that there is a direct relationship.
Conclusion:
Since the medically conducted tests carried out on residents living in the vicinity of the commissioned operational telecommunications mast proves a drastically increased health risk, immediate action by political and regulatory authorities , at the municipal, provincial- and federal level are demanded.
In order to prevent further endangerment of the health of residents, the medical point of view is that the operation of the telecommunications mast must immediately be stopped!
Dr Anna Blanz, -Dr. med. Markus Kern -Dr. med. Hans-C. Scheiner
Blood levels alarmingly altered
The Citizens Initiative Kempten West , which was established after the installation of the T-Mobile transmitter on the bank building (in Lindauerstraße) is now able to present the first results of the blood tests. Unfortunately, the results confirm the fears of the Initiative. The initial blood samples were taken in November 2006 before the transmitter commenced operation (Dec. 2006). The second set of blood samples were taken in May 2007, 5 months after the transmitter commenced normal operation. All 28 participating residents had already removed DECT-Telephones and WLAN from their homes weeks before the first blood sampling took place and also reduced their mobile phone use to a few conversations outside home. Furthermore, 6 families had the electromagnetic exposure in their houses measured by technician Herr W. Jogschies, Wildpoldsried, both before and also after the installation of the transmitter mast. The second test results showed a several fold increase in the electromagnetic RF radiation exposure (the medical team has the measurements).
At the suggestion of Dr. med. M. Kern, the initiator of the `Allgäuer Doctor’s Initiative’, and of alternative practitioner E. Strodl, the citizen’s initiative decided to investigate the effects of the telecommunications mast on diverse laboratory parameters. At the same time, this series of analyses is part of a German-wide investigation into the effects of mobile telecommunications on humans (Dr. med. Hans-C. Scheiner in Munich (München). The organisation, implementation and medical supervision of the project Suburb and the first summary of the results were handled by physician Anna Blanz.
The following laboratory values were established:
The differential blood picture using whole-blood
o Serotonin daytime level from the blood serum (8 a.m. -9:00 a.m.)
o Melatonin and from the blood serum (daytime level)
o Determination of the nocturnal maximum melatonin excretion through determination of the melatonin metabolite
6-Hydroxy-Melatonin-Sulphate (6-OH-M-S) in the nocturnal total collected urine.
It is established that both, the “mood hormone” serotonin and also the “sleep-“ and “immune defence hormone” melatonin is formed in the pineal gland of the brain, whereby serotonin represents a precursor of melatonin.
In healthy conditions a maximum of the sleep hormone melatonin is formed from serotonin during the night, whilst, during the daytime, the ‘mood hormone’ serotonin is shown to be clearly increased, at the expense of the then severely reduced amount of the ‘sleep hormone’, melatonin.
In addition, undisturbed melatonin excretion synchronises various biological and hormonal rhythms in the human body and ensures deep revitalising sleep.
At the same time, melatonin represents one of the most important immune enhancing substances of our body and, as a free radical scavenger, it protects all body- and brain cells against genetic damage considered as a precursor to cancer.
Serotonin acts especially as a messenger for the nervous system and in the brain as a mood hormone. A reduction of the serotonin level is therefore associated with depression, lethargy and listlessness, inner agitation and many psychiatric disturbances.
The evaluation/analysis of 25 study participants (13 women, 9 men, 3 young people) who all live within a radius of 15-300 metres of the telecommunications mast produced the following results:
Melatonin in the Urine:
Only 8 out of 25 participants (28%) at the initial testing exhibited initial blood levels which were in the region considered to be normal. It was therefore a group of people that had already been pre-exposed.
For 14 of 25 participants (56 %), there was a decrease for the 6-OH-M-S in the collected nocturnal urine.
For 7 of 25 participants (28%), there was an increase, in most cases, within a region considered to be severely pathological.
Only one out of 25 participants (4 %) with normal initial level exhibited an increased level of 6-OH-M-S at the 2nd blood test.
Daytime melatonin in the blood serum:
As a rule, the daytime melatonin level in the blood serum is very much lower than the nocturnal maximum melatonin level.
The paradox increase in the daytime melatonin levels reflects the general tendency to marked daytime tiredness of people exposed to radiation.
Melatonin levels clearly increased on average by about 4.5 times of the initial level for all 25 participants.
This effect is shown below based on the mean value (of 25 participants).
Graph
Melatonin in the serum
Serotonin in the blood:
At the second measurement 21 of 25 participants (=84%)presented a reduction of the ‘mood hormone’ serotonin (in the daytime blood serum) by an average of 46.3%.
Of these, 10 participants showed a decrease of about 50% and above, with a maximum serotonin decrease of up to 68 %. For 3 participants it remained unchanged, for 1 participant the level was slightly increased.
The following graph shows this change based on the mean value of 21 participants:
Graph 2
Serotonin in the Serum
Summary Evaluation of the Results:
Especially alarming is the fact, that 84 % of participants, almost the whole group, reacted with a massive decrease in the serotonin level (average 46%) following increased exposure from the operation of the newly erected telecommunications mast.
The clear increase in depressive mood disturbances, lethargy and listlessness, appetite disturbances, inner agitation and reduced quality of life experienced by nearly all nearby residents must be acknowledged by orthodox medicine
Alarming is also the fairly steep nightly melatonin decrease in the presence of increasing telecommunication signal exposure, which is nearly half of the normal level for more than half of the group (56%). Even the slow increased tendency of nearly one third (28%)represents ultimately, despite a slight increase, only an upturn within a mainly deeply lowered pathological region.
We therefore have to expect considerable sleep disturbance and immune deficiencies in 84% (28 plus 56%). Since, from the medical viewpoint, sleep disturbance is increasingly seen as a cancer promoting risk factor, these numbers must be considered as alarming
The increase of the daytime melatonin level, that is also normally substantially lower in comparison to the nocturnal melatonin peak, also indicates a displacement of the flattened nocturnal distribution graph in the morning direction. Normally, the level increases about 1-2 hours after going to bed, it reaches a maximum between 2 a.m. and 3 a.m. and then drops off again steeply until the morning hours.
The blood sampling took place in the morning between 8 a.m. and 9 a.m. All participants went to bed the night before at the latest by 11 p.m. This increase indicates, in addition to the nocturnal melatonin reduction, also a displacement of melatonin excretion in the morning direction.
That means:
1. relative melatonin deficiency at night with shortened phases of deep sleep. This is indicated by restless sleep with frequency awakening and
2. increased melatonin level at the tine of arising from bed. It is symptomatic of this, that one has difficulty getting out of bed in the morning and feels “absolutely whacked”. During the day, consecutive symptoms appear, such as tiredness, irritability, loss of concentration etc. Actually, 16 participants complained about sleep disturbances, 6 complained that they were regularly awakened between 2 a.m. and 4 a.m. and that they then had difficulty getting off to sleep again.
Since the group of participants had no other obvious change in their living conditions, apart from the operation of the mobile telecommunications mast with the measured, appreciably increased radiation exposure, it must be assumed that there is a direct relationship.
Conclusion:
Since the medically conducted tests carried out on residents living in the vicinity of the commissioned operational telecommunications mast proves a drastically increased health risk, immediate action by political and regulatory authorities , at the municipal, provincial- and federal level are demanded.
In order to prevent further endangerment of the health of residents, the medical point of view is that the operation of the telecommunications mast must immediately be stopped!
Dr Anna Blanz, -Dr. med. Markus Kern -Dr. med. Hans-C. Scheiner
International Association of Firefighters wil geen zendmasten op kazernes
The International Association of Fire Fighters’ position on locating cell towers commercial wireless infrastructure on fire department facilities, as adopted by its membership in August 2004 (1), is that the IAFF oppose the use of fire stations as base stations for towers and/or antennas for the conduction of cell phone transmissions until a study with the highest scientific merit and integrity on health effects of exposure to low-intensity RF/MW radiation is conducted and it is proven that such sitings are not hazardous to the health of our members.
Lees verder: www.iaff.org/HS/Resi/CellTowerFinal.htm
The International Association of Fire Fighters’ position on locating cell towers commercial wireless infrastructure on fire department facilities, as adopted by its membership in August 2004 (1), is that the IAFF oppose the use of fire stations as base stations for towers and/or antennas for the conduction of cell phone transmissions until a study with the highest scientific merit and integrity on health effects of exposure to low-intensity RF/MW radiation is conducted and it is proven that such sitings are not hazardous to the health of our members.
Lees verder: www.iaff.org/HS/Resi/CellTowerFinal.htm
Levensverwachting neemt drastisch af nabij zendmast
Een statistisch onderzoek door de oostenrijkese wetenschapper Univ.-Doz. Dr. Ferdinand Ruzicka toont aan dat in de omgeving van een zender voor mobiele telefonie de levensverwachting van mensen drastisch afneemt.
De statistische significantie is zeer hoog. Dr. Ruzicka onderkent wél dat mogelijke andere oorzaken gecontroleerd moeten worden (eten ze in het dorp zonder zendmast alleen maar spruitjes, is de lucht daar schoner, etc ?)
Hier het originele artikel:
Auswirkungen von GSM–Mobilfunkbasisstationen auf die Lebenszeit einer Bevölkerun
von Univ.-Doz. Dr. Ferdinand Ruzicka Zytophysikalische Grundlagenforschung – Wien
Publiziert bei Gigaherz, am 19.4.07
2007 konnte ich in Engelhartstetten (704 Einwohner) die negative Auswirkung des Mobilfunks auf das mittlere Sterbealter statistisch feststellen. In Engelhartstetten gibt es seit zehn Jahren GSM -Mobilfunksender, gegenwärtig mit einer maximalen Gesamtimmission von bis zu 4379 µW/m²=1.34V/m (April 2007)*. In Loimersdorf (464 Einwohner) ca. drei Kilometer entfernt gibt es keine Mobilfunksender - erst wieder im nächsten Ort Kopfstetten wo auch schon UMTS Einzug gehalten hat. In Loimersdorf konnte ich eine Gesamtimmission von 0,6 µW/m²=0.05V/m (April 2007)* messen. Ein Handyempfang ist nur im Freien mit zwei Anbietern möglich.
Material
Die Daten stammen aus den Mitteilungsblättern des Pfarrverbandes, Pfarre Engelhartstetten – Loimersdorf – Stopfenreuth 11.Jhg. / Nr.31 bis 14. Jhg../ Nr.39

Statistische Auswertung
t-Test
Beobachtete Kennwerte:
Ergebnisse und Diskussion
Vergleicht man das mittlere Sterbealter der Einwohner Engelhartstettens nach zehn Jahren Mobilfunk, einem Dorf mit mehreren Mobilfunksendern von Ende 2004 bis März 2007, das für diesen Zeitraum 70,7 ± 3,6 Jahre (weiblich :männlich = 79:21%) betrug, mit dem mittleren Sterbealter der Einwohner von Loimersdorf ohne Mobilfunksender das 80,8 ± 1,78 Jahre (weiblich :männlich = 50:50%) betrug, stimmt das Ergebnis schon nachdenklich, besonders da Loimersdorf nur drei Kilometer entfernt liegt und die gleiche Bevölkerungsstruktur und dieselben sonstigen Umweltbelastungen aufweist. Der Unterschied ist die Mobilfunkbelastung. Das Ergebnis ist statistisch signifikant (Irrtumswahrscheinlichkeit < 0,009) !
Neben der Tatsache, dass die Einwohner mit Mobilfunkbelastung im Mittel zehn Jahre früher gestorben waren als ohne Mobilfunkbelastung, zeigt dieser aufgezwungene Feldversuch auch, dass in Engelhartstetten Frauen viermal stärker betroffen waren als Männer aber fünf Jahre länger gelebt haben als Männer. In Loimersdorf waren im Beobachtungszeitraum gleich viele Frauen und Männer gestorben, allerdings haben Frauen dort acht Jahre länger gelebt.
Literatur
1) Rothman et al. : Overall mortality of cellular Telefone customers. (Erhöhung der Sterblichkeit von Mobilfunknutzern im Vergleich zu konventionellen Telefonbenutzern) Epidemiology 7 : 303 – 305, 1996
2) Fadhil Mohammad Ali: (Hat zu häufiger Gebrauch von Mobiltelefonen einen frühen Alterungsprozess zur Folge?)
Laut eines Artikels der Kuwait News vom 17. Mai 2005 weist eine neue Studie daraufhin, dass zu häufiger Gebrauch von Mobiltelefonen gesundheitliche Probleme im Hinblick auf den Alterungsprozess zur Folge haben könnte. Die Studie, die von Forschern der Kairoer Universität unter Leitung von Professor Dr. Fadhil Mohammad Ali, Professor für Bio- und Radiophysik, durchgeführt wurde, behauptet, unsere heutige Technologie, die Kurz- und Mikrowellen nutzt, stelle eine Gefahr für die menschliche Biologie und die Körperfunktionen dar. Die Studie, die insgesamt über einen Zeitraum von 15 Jahren lief, gliederte sich in drei Phasen und untersuchte elektromagnetische sowie elektrische Felder in gewissen Bereichen wie Wohnungen und Büros in der Nähe von Hochspannungsmasten und Industrieanlagen, in denen starker elektrischer Strom im Einsatz ist.
*Anhang:
HF – Messdaten mit Spectran 6080 und Hyperlog Antenne
Bei derartigen Feldstärkemessungen muss immer mit einer gerätebedingten Messunsicherheit von typisch ± 3 dB gerechnet werden. Gründe dafür sind unvermeidbare Restfehler bei der Kalibrierung von Messantennen, die entsprechende Messtoleranz des Spektrumanalysators und die Unsicherheiten bei der Kabelkalibrierung. Zur Kompensation wurden alle Messwerte um diesen Unsicherheitsfaktor erhöht, d.h. die angegebenen Feldstärken sind gegenüber der vor Ort abgelesenen Anzeige des Messgerätes zur Sicherheit um den Faktor 1,4 vergrößert worden.
Engelhartstetten
Am 5. April 2007 habe ich um 11 Uhr eine Gesamtimmission von 3291 µW/m² (1,114 V/m) gemessen. Dieser Wert wurde von folgenden Sendern verursacht: Mobilkom Austria mit 1492 µW/m² ( 946 MHz), T-Mobile Austria mit 1259 µW/m² ( 954 MHz) und One mit 547 µW/m² (1864 MHz). Es konnten von mir aber noch höhere Werte gemessen werden z.B. habe ich am 11.März 2007 um 11h30 einen Wert von 2568µW/m² (0,984 V/m) bei 946 MHz ausgestrahlt vom Mobilkom Austria Sender gemessen.
Loimersdorf
Am 9. April 2007 habe ich um 12h 30 eine Gesamtimmission von 0,6 µW/m² gemessen. Dieser Wert wird von folgenden Sendern verursacht: T-Mobile Austria mit 95 nW/m² ( 955 MHz) und One mit 266 nW/m² (1866 MHz). Für Mobilkom Austria war keine Anzeige vorhanden und auch keine Handyverbindung möglich.
Anmerkung Gigaherz:
Im Gegensatz zu Ruzicka, welcher die Daten den Mitteilungsblättern des Pfarrverbandes Engelhartstetten – Loimersdorf – Stopfenreuth entnehmen konnte, musste Jakob im Jahre 89 rund 14 Abende auf dem Friedhof von Wahlern (Schwarzenburg CH) zubringen und dort die Inschriften der Grabsteine abschreiben, da ihm die Behörden damals noch jegliche Einsichtnahme in amtliche Dokumente verweigerten.
Man(n) muss sich nur zu helfen wissen!
Berechnet wurden 220 Todesfälle der Jahre 1982 bis 1987. Die verkürzte Lebenserwartung betrug unter der damaligen Kurzwellenbestrahlung von 0.2 bis 4V/m rund 5-6 Jahre.
Als Referenzgruppe wurde der Landesdurchschnitt angenommen. Eine andere unbestrahlte Referenzgruppe aus einer gleichen ländlichen Gegend hätte sicher noch gravierendere Unterschiede ergeben. Die von Ruzicka errechneten 10 Jahre wären möglicherweise auch erreicht worden......
Een statistisch onderzoek door de oostenrijkese wetenschapper Univ.-Doz. Dr. Ferdinand Ruzicka toont aan dat in de omgeving van een zender voor mobiele telefonie de levensverwachting van mensen drastisch afneemt.
De statistische significantie is zeer hoog. Dr. Ruzicka onderkent wél dat mogelijke andere oorzaken gecontroleerd moeten worden (eten ze in het dorp zonder zendmast alleen maar spruitjes, is de lucht daar schoner, etc ?)
Hier het originele artikel:
Auswirkungen von GSM–Mobilfunkbasisstationen auf die Lebenszeit einer Bevölkerun
von Univ.-Doz. Dr. Ferdinand Ruzicka Zytophysikalische Grundlagenforschung – Wien
Publiziert bei Gigaherz, am 19.4.07
2007 konnte ich in Engelhartstetten (704 Einwohner) die negative Auswirkung des Mobilfunks auf das mittlere Sterbealter statistisch feststellen. In Engelhartstetten gibt es seit zehn Jahren GSM -Mobilfunksender, gegenwärtig mit einer maximalen Gesamtimmission von bis zu 4379 µW/m²=1.34V/m (April 2007)*. In Loimersdorf (464 Einwohner) ca. drei Kilometer entfernt gibt es keine Mobilfunksender - erst wieder im nächsten Ort Kopfstetten wo auch schon UMTS Einzug gehalten hat. In Loimersdorf konnte ich eine Gesamtimmission von 0,6 µW/m²=0.05V/m (April 2007)* messen. Ein Handyempfang ist nur im Freien mit zwei Anbietern möglich.
Material
Die Daten stammen aus den Mitteilungsblättern des Pfarrverbandes, Pfarre Engelhartstetten – Loimersdorf – Stopfenreuth 11.Jhg. / Nr.31 bis 14. Jhg../ Nr.39

Statistische Auswertung
t-Test
Beobachtete Kennwerte:
Ergebnisse und Diskussion
Vergleicht man das mittlere Sterbealter der Einwohner Engelhartstettens nach zehn Jahren Mobilfunk, einem Dorf mit mehreren Mobilfunksendern von Ende 2004 bis März 2007, das für diesen Zeitraum 70,7 ± 3,6 Jahre (weiblich :männlich = 79:21%) betrug, mit dem mittleren Sterbealter der Einwohner von Loimersdorf ohne Mobilfunksender das 80,8 ± 1,78 Jahre (weiblich :männlich = 50:50%) betrug, stimmt das Ergebnis schon nachdenklich, besonders da Loimersdorf nur drei Kilometer entfernt liegt und die gleiche Bevölkerungsstruktur und dieselben sonstigen Umweltbelastungen aufweist. Der Unterschied ist die Mobilfunkbelastung. Das Ergebnis ist statistisch signifikant (Irrtumswahrscheinlichkeit < 0,009) !
Neben der Tatsache, dass die Einwohner mit Mobilfunkbelastung im Mittel zehn Jahre früher gestorben waren als ohne Mobilfunkbelastung, zeigt dieser aufgezwungene Feldversuch auch, dass in Engelhartstetten Frauen viermal stärker betroffen waren als Männer aber fünf Jahre länger gelebt haben als Männer. In Loimersdorf waren im Beobachtungszeitraum gleich viele Frauen und Männer gestorben, allerdings haben Frauen dort acht Jahre länger gelebt.
Literatur
1) Rothman et al. : Overall mortality of cellular Telefone customers. (Erhöhung der Sterblichkeit von Mobilfunknutzern im Vergleich zu konventionellen Telefonbenutzern) Epidemiology 7 : 303 – 305, 1996
2) Fadhil Mohammad Ali: (Hat zu häufiger Gebrauch von Mobiltelefonen einen frühen Alterungsprozess zur Folge?)
Laut eines Artikels der Kuwait News vom 17. Mai 2005 weist eine neue Studie daraufhin, dass zu häufiger Gebrauch von Mobiltelefonen gesundheitliche Probleme im Hinblick auf den Alterungsprozess zur Folge haben könnte. Die Studie, die von Forschern der Kairoer Universität unter Leitung von Professor Dr. Fadhil Mohammad Ali, Professor für Bio- und Radiophysik, durchgeführt wurde, behauptet, unsere heutige Technologie, die Kurz- und Mikrowellen nutzt, stelle eine Gefahr für die menschliche Biologie und die Körperfunktionen dar. Die Studie, die insgesamt über einen Zeitraum von 15 Jahren lief, gliederte sich in drei Phasen und untersuchte elektromagnetische sowie elektrische Felder in gewissen Bereichen wie Wohnungen und Büros in der Nähe von Hochspannungsmasten und Industrieanlagen, in denen starker elektrischer Strom im Einsatz ist.
*Anhang:
HF – Messdaten mit Spectran 6080 und Hyperlog Antenne
Bei derartigen Feldstärkemessungen muss immer mit einer gerätebedingten Messunsicherheit von typisch ± 3 dB gerechnet werden. Gründe dafür sind unvermeidbare Restfehler bei der Kalibrierung von Messantennen, die entsprechende Messtoleranz des Spektrumanalysators und die Unsicherheiten bei der Kabelkalibrierung. Zur Kompensation wurden alle Messwerte um diesen Unsicherheitsfaktor erhöht, d.h. die angegebenen Feldstärken sind gegenüber der vor Ort abgelesenen Anzeige des Messgerätes zur Sicherheit um den Faktor 1,4 vergrößert worden.
Engelhartstetten
Am 5. April 2007 habe ich um 11 Uhr eine Gesamtimmission von 3291 µW/m² (1,114 V/m) gemessen. Dieser Wert wurde von folgenden Sendern verursacht: Mobilkom Austria mit 1492 µW/m² ( 946 MHz), T-Mobile Austria mit 1259 µW/m² ( 954 MHz) und One mit 547 µW/m² (1864 MHz). Es konnten von mir aber noch höhere Werte gemessen werden z.B. habe ich am 11.März 2007 um 11h30 einen Wert von 2568µW/m² (0,984 V/m) bei 946 MHz ausgestrahlt vom Mobilkom Austria Sender gemessen.
Loimersdorf
Am 9. April 2007 habe ich um 12h 30 eine Gesamtimmission von 0,6 µW/m² gemessen. Dieser Wert wird von folgenden Sendern verursacht: T-Mobile Austria mit 95 nW/m² ( 955 MHz) und One mit 266 nW/m² (1866 MHz). Für Mobilkom Austria war keine Anzeige vorhanden und auch keine Handyverbindung möglich.
Anmerkung Gigaherz:
Im Gegensatz zu Ruzicka, welcher die Daten den Mitteilungsblättern des Pfarrverbandes Engelhartstetten – Loimersdorf – Stopfenreuth entnehmen konnte, musste Jakob im Jahre 89 rund 14 Abende auf dem Friedhof von Wahlern (Schwarzenburg CH) zubringen und dort die Inschriften der Grabsteine abschreiben, da ihm die Behörden damals noch jegliche Einsichtnahme in amtliche Dokumente verweigerten.
Man(n) muss sich nur zu helfen wissen!
Berechnet wurden 220 Todesfälle der Jahre 1982 bis 1987. Die verkürzte Lebenserwartung betrug unter der damaligen Kurzwellenbestrahlung von 0.2 bis 4V/m rund 5-6 Jahre.
Als Referenzgruppe wurde der Landesdurchschnitt angenommen. Eine andere unbestrahlte Referenzgruppe aus einer gleichen ländlichen Gegend hätte sicher noch gravierendere Unterschiede ergeben. Die von Ruzicka errechneten 10 Jahre wären möglicherweise auch erreicht worden......
Bewoners onder en tegenover zendmasten lopen risico
Neuropsychiatrische en cognitieve effecten bij bewoners in de nabijheid van zendmasten voor mobiele telefonie
(13.9.2006) Bewoners nabij zendmasten hebben een hoger risico op het ontwikkelen van neuropsychiatrische problemen en enkele veranderingen in de uitvoering van neurologische gedragsfuncties, door facilitatie of inhibitie.
Methode van onderzoek
Er werden 85 bewoners onderzocht, die in de nabijheid wonen van de eerste zendmast voor mobiele telefonie in Menoufiya, Egypte. Hiervan wonen 37 in een gebouw onder de zendmast en 48 tegenover de zendmast. Er werd een controlegroep samengesteld van 80 deelnemers, die qua leeftijd, geslacht, beroep en opleidingsniveau bij de 85 bewoners pasten.
Alle deelnemers vulden een vragenlijst in over hun opleiding, persoonlijke en medische voorgeschiedenis. Zij werden algemeen en neurologisch onderzocht met tests voor de snelheid van zien, oplossen van problemen, aandacht en geheugen. Ze beantwoordden ook de Eysenck persoonlijkheidstest.
Resultaten
Het voorkomen van neuropsychiatrische klachten zoals hoofdpijn (23,5%), geheugenveranderingen (28,2%), duizeligheid (18,8%), tremoren (9,4%), depressieve symptomen (21,7%), slaapstoornissen (23,5%) was significant hoger onder de blootgestelde bewoners dan onder de controlegroep (10%, 5%, 5%, 0%, 8,8% en 10%) (P<0.05).
De bewoners tegenover de zendmast konden minder goed problemen oplossen dan die onder de zendmast. Alle bewoners waren alerter en visueel sneller dan de controlegroep. De gemeten straling was lager dan de toegestane grenswaarde.
Conclusie en aanbevelingen
Bewoners die dichtbij zendmasten wonen lopen meer risico op neuropsychiatrische problemen en enkele veranderingen van neurologische gedragsfuncties, door facilitatie of inhibitie. Daarom bevelen wij aan om de grenswaarden voor blootstelling van het publiek door zendmasten aan te passen en regelmatig na te gaan of zich biologische effecten voordoen bij bewoners in de nabijheid van zendmasten.
Abdel-Rassoul G, El-Fateh OA, Salem MA, Michael A, Farahat F, El-Batanouny M, Salem E. (2006): Neurobehavioral effects among inhabitants around mobile phone base stations, Neurotoxicology. 2006 Aug 1; Epub ahead of print, PMID: 16962663 PubMed - as supplied by publisher; Community, Environmental and Occupational Medicine Department, Faculty of Medicine, Menoufiya University, Shebin El-Kom, Egypt.
Bron:
www.umg-verlag.de/umwelt-medizin-gesellschaft/news0906.html#mobilfunk
Neuropsychiatrische en cognitieve effecten bij bewoners in de nabijheid van zendmasten voor mobiele telefonie
(13.9.2006) Bewoners nabij zendmasten hebben een hoger risico op het ontwikkelen van neuropsychiatrische problemen en enkele veranderingen in de uitvoering van neurologische gedragsfuncties, door facilitatie of inhibitie.
Methode van onderzoek
Er werden 85 bewoners onderzocht, die in de nabijheid wonen van de eerste zendmast voor mobiele telefonie in Menoufiya, Egypte. Hiervan wonen 37 in een gebouw onder de zendmast en 48 tegenover de zendmast. Er werd een controlegroep samengesteld van 80 deelnemers, die qua leeftijd, geslacht, beroep en opleidingsniveau bij de 85 bewoners pasten.
Alle deelnemers vulden een vragenlijst in over hun opleiding, persoonlijke en medische voorgeschiedenis. Zij werden algemeen en neurologisch onderzocht met tests voor de snelheid van zien, oplossen van problemen, aandacht en geheugen. Ze beantwoordden ook de Eysenck persoonlijkheidstest.
Resultaten
Het voorkomen van neuropsychiatrische klachten zoals hoofdpijn (23,5%), geheugenveranderingen (28,2%), duizeligheid (18,8%), tremoren (9,4%), depressieve symptomen (21,7%), slaapstoornissen (23,5%) was significant hoger onder de blootgestelde bewoners dan onder de controlegroep (10%, 5%, 5%, 0%, 8,8% en 10%) (P<0.05).
De bewoners tegenover de zendmast konden minder goed problemen oplossen dan die onder de zendmast. Alle bewoners waren alerter en visueel sneller dan de controlegroep. De gemeten straling was lager dan de toegestane grenswaarde.
Conclusie en aanbevelingen
Bewoners die dichtbij zendmasten wonen lopen meer risico op neuropsychiatrische problemen en enkele veranderingen van neurologische gedragsfuncties, door facilitatie of inhibitie. Daarom bevelen wij aan om de grenswaarden voor blootstelling van het publiek door zendmasten aan te passen en regelmatig na te gaan of zich biologische effecten voordoen bij bewoners in de nabijheid van zendmasten.
Abdel-Rassoul G, El-Fateh OA, Salem MA, Michael A, Farahat F, El-Batanouny M, Salem E. (2006): Neurobehavioral effects among inhabitants around mobile phone base stations, Neurotoxicology. 2006 Aug 1; Epub ahead of print, PMID: 16962663 PubMed - as supplied by publisher; Community, Environmental and Occupational Medicine Department, Faculty of Medicine, Menoufiya University, Shebin El-Kom, Egypt.
Bron:
www.umg-verlag.de/umwelt-medizin-gesellschaft/news0906.html#mobilfunk
Extra gezondheidsklachten na komst van zendmast
Zierikzee, 28 maart 2007 - Bijna de helft van de omwonenden heeft extra gezondheidsklachten sinds de komst van een zendmast aan de Boerenweg bij de wijk Poortambacht in Zierikzee. Dat is de uitkomst van een onderzoek door de Werkgroep Straling en Gezondheid Schouwen-Duiveland. De werkgroep heeft de resultaten aangeboden aan de gemeente, GGD en het Antennebureau, met de dringende vraag om nader onderzoek te doen.
De gezondheidstoestand van 46% van de respondenten in het noordwestelijk deel van Poortambacht is naar eigen zeggen verslechterd na de komst van de zendmast voor mobiele telefonie in 2004. Vermoeidheid en slapeloosheid staan bovenaan de lijst van klachten. Voor het onderzoek maakte de Werkgroep Straling en Gezondheid gebruik van een neutrale vragenlijst, waarin onder andere werd gevraagd naar de kennis over de relatie tussen gezondheidsklachten en zendmasten.
Een deel van de respondenten meldde verslechtering van bestaande gezondheidsklachten. Een klein aantal ging met de klachten naar de huisarts. Hoewel er niet naar werd gevraagd zei een deel van de respondenten last te hebben van een geluid dat de zendmast voortbrengt, het meest 's nachts als andere geluiden wegvallen. Een aantal kan er niet door slapen en houdt de ramen daarom dicht. De werkgroep schat dat 15% van de omwonenden last heeft van het geluid.
In een aantal gevallen werd de stralingsdichtheid in en om woningen gemeten. Een deel van de belasting door elektromagnetische velden bleek veroorzaakt te worden door draadloze apparatuur zoals DECT telefoons, DECT babyfoons en draadloze netwerken (WLAN). De werkgroep vergeleek de gemeten waarden met de grenswaarden van de ''Standard der Baubiologischen Messtechnik'' (SBM-2003). Bij dichtheden beneden de grenswaarden werd geen verslechtering van de gezondheidstoestand gemeld, boven de grenswaarden wel.
Mensen die in een omgeving met draadloze toepassingen leven kunnen hiervan last ondervinden. Sommige mensen merken niets, anderen direct of na enkele weken of maanden. De werkgroep streeft naar bewustwording van deze milieufactor, die door mensen wordt veroorzaakt (net als door industrie veroorzaakte stank, rook, fijne deeltjes en gifstoffen). Straling is een milieufactor met effecten die een ziekmakende werking kunnen hebben.
De Werkgroep Straling en Gezondheid heeft de uitslag aan de omwonenden gestuurd met een oproep hun klachten te melden bij de gemeente, GGD en het Meldpunt Gezondheid en Milieu. Het rapport van het verkennende onderzoek is ook aangeboden aan de Gemeente Schouwen-Duiveland, het Antennebureau en de GGD.
De Nederlandse overheid volgt de Gezondheidsraad, die geen grenswaarden adviseert voor het voorkomen van ''niet-thermische'' biologische effecten van deze straling. De werkgroep vindt dat er wel voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden. Zij baseert zich daarbij onder andere op het EMF Handbuch van het Ecolog Institut in Duitsland. Dat biedt een beoordeling van al het wetenschappelijk onderzoek op het gebied van milieu, gezondheid en straling.
Niet alleen de sterkte van de straling, maar ook de duur van de blootstelling heeft gevolgen. Voorzichtigheid met draadloze apparaten en zendmasten is dan ook geboden. De Werkgroep Straling en Gezondheid vindt dat onderzoek gedaan moet worden naar de ''niet-thermische'' biologische effecten van de elektromagnetische velden op het lichaam. De Rijksoverheid is dat niet van plan, ook niet als onderdeel van het recent opgezette onderzoeksprogramma.
De Werkgroep Straling en Gezondheid Schouwen-Duiveland dringt er bij gemeenten en Rijksoverheid op aan, dat voorzorgsgrenswaarden worden ingesteld en burgers informatie krijgen over de risico's en mogelijke gevaren van draadloze apparaten en zendmasten. De werkgroep roept de Gezondheidsraad op om nieuwe inzichten toe te staan, ook als de wetenschap nog niet zeker weet hoe de gevolgen voor de gezondheid kunnen ontstaan.
--
De Werkgroep Straling en Gezondheid Schouwen-Duiveland geeft informatie en voorlichting over de risico's van stralingstoepassingen en is aangesloten bij een landelijke organisatie voor gezondheid en milieu, zie www.gezondmilieu.nl .
--
In het PDF bestand hieronder vindt u het eindverslag en het gebruikte vragenformulier.
Bekijk het PDF bestand
Zierikzee, 28 maart 2007 - Bijna de helft van de omwonenden heeft extra gezondheidsklachten sinds de komst van een zendmast aan de Boerenweg bij de wijk Poortambacht in Zierikzee. Dat is de uitkomst van een onderzoek door de Werkgroep Straling en Gezondheid Schouwen-Duiveland. De werkgroep heeft de resultaten aangeboden aan de gemeente, GGD en het Antennebureau, met de dringende vraag om nader onderzoek te doen.
De gezondheidstoestand van 46% van de respondenten in het noordwestelijk deel van Poortambacht is naar eigen zeggen verslechterd na de komst van de zendmast voor mobiele telefonie in 2004. Vermoeidheid en slapeloosheid staan bovenaan de lijst van klachten. Voor het onderzoek maakte de Werkgroep Straling en Gezondheid gebruik van een neutrale vragenlijst, waarin onder andere werd gevraagd naar de kennis over de relatie tussen gezondheidsklachten en zendmasten.
Een deel van de respondenten meldde verslechtering van bestaande gezondheidsklachten. Een klein aantal ging met de klachten naar de huisarts. Hoewel er niet naar werd gevraagd zei een deel van de respondenten last te hebben van een geluid dat de zendmast voortbrengt, het meest 's nachts als andere geluiden wegvallen. Een aantal kan er niet door slapen en houdt de ramen daarom dicht. De werkgroep schat dat 15% van de omwonenden last heeft van het geluid.
In een aantal gevallen werd de stralingsdichtheid in en om woningen gemeten. Een deel van de belasting door elektromagnetische velden bleek veroorzaakt te worden door draadloze apparatuur zoals DECT telefoons, DECT babyfoons en draadloze netwerken (WLAN). De werkgroep vergeleek de gemeten waarden met de grenswaarden van de ''Standard der Baubiologischen Messtechnik'' (SBM-2003). Bij dichtheden beneden de grenswaarden werd geen verslechtering van de gezondheidstoestand gemeld, boven de grenswaarden wel.
Mensen die in een omgeving met draadloze toepassingen leven kunnen hiervan last ondervinden. Sommige mensen merken niets, anderen direct of na enkele weken of maanden. De werkgroep streeft naar bewustwording van deze milieufactor, die door mensen wordt veroorzaakt (net als door industrie veroorzaakte stank, rook, fijne deeltjes en gifstoffen). Straling is een milieufactor met effecten die een ziekmakende werking kunnen hebben.
De Werkgroep Straling en Gezondheid heeft de uitslag aan de omwonenden gestuurd met een oproep hun klachten te melden bij de gemeente, GGD en het Meldpunt Gezondheid en Milieu. Het rapport van het verkennende onderzoek is ook aangeboden aan de Gemeente Schouwen-Duiveland, het Antennebureau en de GGD.
De Nederlandse overheid volgt de Gezondheidsraad, die geen grenswaarden adviseert voor het voorkomen van ''niet-thermische'' biologische effecten van deze straling. De werkgroep vindt dat er wel voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden. Zij baseert zich daarbij onder andere op het EMF Handbuch van het Ecolog Institut in Duitsland. Dat biedt een beoordeling van al het wetenschappelijk onderzoek op het gebied van milieu, gezondheid en straling.
Niet alleen de sterkte van de straling, maar ook de duur van de blootstelling heeft gevolgen. Voorzichtigheid met draadloze apparaten en zendmasten is dan ook geboden. De Werkgroep Straling en Gezondheid vindt dat onderzoek gedaan moet worden naar de ''niet-thermische'' biologische effecten van de elektromagnetische velden op het lichaam. De Rijksoverheid is dat niet van plan, ook niet als onderdeel van het recent opgezette onderzoeksprogramma.
De Werkgroep Straling en Gezondheid Schouwen-Duiveland dringt er bij gemeenten en Rijksoverheid op aan, dat voorzorgsgrenswaarden worden ingesteld en burgers informatie krijgen over de risico's en mogelijke gevaren van draadloze apparaten en zendmasten. De werkgroep roept de Gezondheidsraad op om nieuwe inzichten toe te staan, ook als de wetenschap nog niet zeker weet hoe de gevolgen voor de gezondheid kunnen ontstaan.
--
De Werkgroep Straling en Gezondheid Schouwen-Duiveland geeft informatie en voorlichting over de risico's van stralingstoepassingen en is aangesloten bij een landelijke organisatie voor gezondheid en milieu, zie www.gezondmilieu.nl .
--
In het PDF bestand hieronder vindt u het eindverslag en het gebruikte vragenformulier.
Bekijk het PDF bestand
Brussel, 7 maart 2009 – De telecomoperatoren lieten vorige week nogmaals hun onvrede blijken over de Brusselse stralingsnorm die vanaf 14 maart 2009 teruggebracht wordt naar 3 Volt per meter (V/m). Volgens de operatoren zou deze strengere norm de kwaliteit van mobiele netwerken in het gedrang brengen en zou het leiden tot de plaatsing van 400 extra antennes.
De organisaties Beperk de Straling en Teslabel (1) stellen echter dat de nieuwe norm perfect haalbaar is. Zelfs zonder extra antennes zullen mensen nog probleemloos met de gsm kunnen bellen.
De strengere Brusselse norm komt geen moment te vroeg. Steeds meer mensen rapporteren gezondheidsproblemen als gevolg van de toenemende stralingsniveaus en ook in de wetenschappelijke wereld klinkt de roep om strengere normen steeds luider.
Bovendien is een strengere stralingsnorm technisch perfect haalbaar. Jan Allein, woordvoerder van Beperk de Straling: “Gsm’s hebben in feite heel weinig straling nodig om te kunnen functioneren; een stralingsniveau van 0,006 V/m of zelfs lager is al voldoende. In Salzburg (Oostenrijk) hanteert men al langer een veel strengere norm (0,06 V/m) en mensen kunnen daar nog probleemloos met hun gsm bellen. In weerwil van de paniekzaaierij door de operatoren zal de nieuwe norm van 3 V/m mensen dus absoluut niet verhinderen met de gsm te bellen.”
Ook de claims van de operatoren dat honderden extra antennes zullen nodig zijn om de norm te halen, zijn overdreven volgens Beperk de Straling en Teslabel. Een strengere norm vereist dat antennes gaan werken met een lager vermogen (en dus minder krachtig straling uitzenden). De operatoren stellen dat er meer antennes nodig zijn om dit lagere vermogen te compenseren. Het Nederlandse Kennisplatform Veilig Mobiel Netwerk echter stelt dat het volstaat om de bestaande antennes hoger te plaatsen (2). Ook de praktijk in Oostenrijk en Zwitserland bevestigt dit. Het signaal uitgezonden door hoger geplaatste antennes kan veel verder reiken en wordt het minder gehinderd en afgezwakt door omringende gebouwen.
Beperk de Straling meent dat de strengere Brusselse norm een eerste stap is in de goede richting, maar dat meer maatregelen nodig zijn om paal en perk te stellen aan de steeds toenemende stralingsbelasting van de bevolking. In de toekomst moet geëvolueerd worden naar een norm van 0,6 V/m, zoals naar voor geschoven wordt in het wetenschappelijke rapport van de BioInitiative-werkgroep (3). Ook zouden er in de stad stralingsarme woningen gecreëerd moeten worden ter accommodatie van elektrogevoelige personen.
Voetnoten:
(1) Beperk de Straling en Teslabel zijn respectievelijk een Vlaamse en een Waalse/Brusselse groepering van burgers die bevolking, artsen en politici wil informeren en sensibiliseren over de gezondheidseffecten van hoogfrequente, gepulste elektromagnetische straling.
Beperk de Straling: http://www.beperkdestraling.org
Teslabel: http://www.001.be.cx en http://www.teslabel.be
De organisaties Beperk de Straling en Teslabel (1) stellen echter dat de nieuwe norm perfect haalbaar is. Zelfs zonder extra antennes zullen mensen nog probleemloos met de gsm kunnen bellen.
De strengere Brusselse norm komt geen moment te vroeg. Steeds meer mensen rapporteren gezondheidsproblemen als gevolg van de toenemende stralingsniveaus en ook in de wetenschappelijke wereld klinkt de roep om strengere normen steeds luider.
Bovendien is een strengere stralingsnorm technisch perfect haalbaar. Jan Allein, woordvoerder van Beperk de Straling: “Gsm’s hebben in feite heel weinig straling nodig om te kunnen functioneren; een stralingsniveau van 0,006 V/m of zelfs lager is al voldoende. In Salzburg (Oostenrijk) hanteert men al langer een veel strengere norm (0,06 V/m) en mensen kunnen daar nog probleemloos met hun gsm bellen. In weerwil van de paniekzaaierij door de operatoren zal de nieuwe norm van 3 V/m mensen dus absoluut niet verhinderen met de gsm te bellen.”
Ook de claims van de operatoren dat honderden extra antennes zullen nodig zijn om de norm te halen, zijn overdreven volgens Beperk de Straling en Teslabel. Een strengere norm vereist dat antennes gaan werken met een lager vermogen (en dus minder krachtig straling uitzenden). De operatoren stellen dat er meer antennes nodig zijn om dit lagere vermogen te compenseren. Het Nederlandse Kennisplatform Veilig Mobiel Netwerk echter stelt dat het volstaat om de bestaande antennes hoger te plaatsen (2). Ook de praktijk in Oostenrijk en Zwitserland bevestigt dit. Het signaal uitgezonden door hoger geplaatste antennes kan veel verder reiken en wordt het minder gehinderd en afgezwakt door omringende gebouwen.
Beperk de Straling meent dat de strengere Brusselse norm een eerste stap is in de goede richting, maar dat meer maatregelen nodig zijn om paal en perk te stellen aan de steeds toenemende stralingsbelasting van de bevolking. In de toekomst moet geëvolueerd worden naar een norm van 0,6 V/m, zoals naar voor geschoven wordt in het wetenschappelijke rapport van de BioInitiative-werkgroep (3). Ook zouden er in de stad stralingsarme woningen gecreëerd moeten worden ter accommodatie van elektrogevoelige personen.
Voetnoten:
(1) Beperk de Straling en Teslabel zijn respectievelijk een Vlaamse en een Waalse/Brusselse groepering van burgers die bevolking, artsen en politici wil informeren en sensibiliseren over de gezondheidseffecten van hoogfrequente, gepulste elektromagnetische straling.
Beperk de Straling: http://www.beperkdestraling.org
Teslabel: http://www.001.be.cx en http://www.teslabel.be
Hoogeveen: Belanghebbenden leggen tegenstrijdige adviezen GR en WRR voor aan de rechter
donderdag, 09 april 2009
De onafhankelijke rechter is gevraagd te oordelen over stralingsrisico's en de tegengestelde visies en uitgangspunten van twee belangrijke adviesorganen de GR en de WRR. Onlangs werd bekend dat beide adviesorganen voor de overheid totaal verschillende uitgangspunten hanteren rond stralingsrisico's te weten de Gezondheidsraad (GR) en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).
De GR brengt jaarlijks de Jaarberichten Elektromagnetische Velden uit en is van mening dat er geen gezondheidsrisico's bestaan zolang dat niet is aangetoond door onderzoek dat aan hun epidemiologische en methodologische eisen voldoet. In het laatste Jaarbericht van maart dit jaar werd zelfs gesteld dat 'het vermoeden blootgesteld te zijn aan elektromagnetische velden leidt tot gezondheidsklachten' oftewel 'het zit tussen de oren'.
De WRR bepleit in het in september 2008 aan de Ministerraad uitgebrachte rapport 'Onzekere Veiligheid' voor een nieuwe risicobenadering, waarbij het zogenaamde voorzorgsprincipe uitgangspunt is. De WRR stelt:
'Naast de 23 core global risks wijst de genoemde studie nog op tal van fysieke veiligheidsrisico’s die zich zouden kunnen aandienen, maar waarover onvoldoende kennis bestaat om meer dan louter speculatieve inschattingen van kansen en gevolgen te kunnen maken. Zo zouden vooralsnog onbekende negatieve gezondheidseffecten aan het licht kunnen komen van de hoogfrequente elektromagnetische straling die de basis vormt van onder meer mobiele telefonie en draadloos internet’.
De WRR stelt dus vast dat er over die onderwerpen nog onvoldoende kennis bestaat en dat men alleen 'louter speculatieve inschattingen van kansen en gevolgen kan maken'. Dat staat op gespannen voet met de visie van de GR. Maar juist de GR wordt aangehaald in adviezen, arresten en beleidsstukken over bijvoorbeeld plaatsing van UMTS-masten (zie onder ander de pagina's 17, 20, 21,27, 28, 33 en 94 van rapport Onzekere Veiligheid op www.wrr.nl).
Een aantal inwoners van Hoogeveen heeft deze tegenstrijdigheid bij belangrijke adviesorganen voor een principiële toets voorgelegd aan de rechter te Assen als onderdeel van een beroepsprocedure tegen de verlening van een bouwvergunning voor een UMTS-antennemast.
donderdag, 09 april 2009
De onafhankelijke rechter is gevraagd te oordelen over stralingsrisico's en de tegengestelde visies en uitgangspunten van twee belangrijke adviesorganen de GR en de WRR. Onlangs werd bekend dat beide adviesorganen voor de overheid totaal verschillende uitgangspunten hanteren rond stralingsrisico's te weten de Gezondheidsraad (GR) en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).
De GR brengt jaarlijks de Jaarberichten Elektromagnetische Velden uit en is van mening dat er geen gezondheidsrisico's bestaan zolang dat niet is aangetoond door onderzoek dat aan hun epidemiologische en methodologische eisen voldoet. In het laatste Jaarbericht van maart dit jaar werd zelfs gesteld dat 'het vermoeden blootgesteld te zijn aan elektromagnetische velden leidt tot gezondheidsklachten' oftewel 'het zit tussen de oren'.
De WRR bepleit in het in september 2008 aan de Ministerraad uitgebrachte rapport 'Onzekere Veiligheid' voor een nieuwe risicobenadering, waarbij het zogenaamde voorzorgsprincipe uitgangspunt is. De WRR stelt:
'Naast de 23 core global risks wijst de genoemde studie nog op tal van fysieke veiligheidsrisico’s die zich zouden kunnen aandienen, maar waarover onvoldoende kennis bestaat om meer dan louter speculatieve inschattingen van kansen en gevolgen te kunnen maken. Zo zouden vooralsnog onbekende negatieve gezondheidseffecten aan het licht kunnen komen van de hoogfrequente elektromagnetische straling die de basis vormt van onder meer mobiele telefonie en draadloos internet’.
De WRR stelt dus vast dat er over die onderwerpen nog onvoldoende kennis bestaat en dat men alleen 'louter speculatieve inschattingen van kansen en gevolgen kan maken'. Dat staat op gespannen voet met de visie van de GR. Maar juist de GR wordt aangehaald in adviezen, arresten en beleidsstukken over bijvoorbeeld plaatsing van UMTS-masten (zie onder ander de pagina's 17, 20, 21,27, 28, 33 en 94 van rapport Onzekere Veiligheid op www.wrr.nl).
Een aantal inwoners van Hoogeveen heeft deze tegenstrijdigheid bij belangrijke adviesorganen voor een principiële toets voorgelegd aan de rechter te Assen als onderdeel van een beroepsprocedure tegen de verlening van een bouwvergunning voor een UMTS-antennemast.
Het installeren en gebruiken van zendmasten en antennes voor 3G (UMTS) is een gevaarlijke activiteit, volgens het Zweedse hooggerechtshof voor milieuzaken (Miljööverdomstolen). De activiteit moet voldoen aan de milieu-wetgeving en algemene regels.
Dat meldt het 'Swedish Radiation Protection Agency'. Het hooggerechtshof overwoog, dat een activiteit gevaarlijk kan zijn ook als hij niet direct gevaar, maar slechts een risico met zich meebrengt. De kans op schadelijke gevolgen voor de gezondheid door de straling van zendmasten en antennes voor mobiele telefonie is klein, maar de straling moet toch beschouwd worden als een risico voor de omgeving.
Het hof wees op experimenten met dieren, waaruit blijkt dat radiofrequente niet-ioniserende straling gedragsverandering en verstoring van lichaamsfuncties kan veroorzaken. Ook worden op enkele meters afstand van antennes de geadviseerde limieten overschreden. Een ander risico is volgens het hof dat zendmasten tot psychische problemen kunnen leiden voor omwonenden. Angst aanjagen is een illegale activiteit die ook valt onder de definitie van gevaarlijk voor de omgeving.
VERANTWOORDELIJKHEID
Volgens de milieu-wetgeving van Zweden heeft het bestuur van elke gemeente de verantwoordelijkheid om de activiteit te monitoren. Het hof heeft zich echter niet uitgesproken over of en welke beschermende maatregelen nodig zijn voor zendmasten en antennes.
De uitspraak is belangrijk, want als de straling niet als milieufactor wordt beschouwd, zou het niet onder het milieubeleid vallen. Artikel 174 van het Europese EG-Verdrag en het voorzorgsbeginsel van Rio zouden dan mogelijk niet gelden.
Uiteraard is de straling van 3G (UMTS) wel een milieufactor, ook al zijn weinig mensen zich bewust van de wolk straling, omdat niemand hem voelt, ruikt of ziet. De straling heeft biologische effecten bij dichtheden ver onder de geadviseerde limieten, zelfs beneden de in sommige landen gehanteerde voorzorgslimieten.
Uitspraak van het Zweedse hooggerechtshof voor milieuzaken (Miljööverdomstolen) nr. M 7485-04 van 12 oktober 2005
Bron: www.ssi.se/
Dat meldt het 'Swedish Radiation Protection Agency'. Het hooggerechtshof overwoog, dat een activiteit gevaarlijk kan zijn ook als hij niet direct gevaar, maar slechts een risico met zich meebrengt. De kans op schadelijke gevolgen voor de gezondheid door de straling van zendmasten en antennes voor mobiele telefonie is klein, maar de straling moet toch beschouwd worden als een risico voor de omgeving.
Het hof wees op experimenten met dieren, waaruit blijkt dat radiofrequente niet-ioniserende straling gedragsverandering en verstoring van lichaamsfuncties kan veroorzaken. Ook worden op enkele meters afstand van antennes de geadviseerde limieten overschreden. Een ander risico is volgens het hof dat zendmasten tot psychische problemen kunnen leiden voor omwonenden. Angst aanjagen is een illegale activiteit die ook valt onder de definitie van gevaarlijk voor de omgeving.
VERANTWOORDELIJKHEID
Volgens de milieu-wetgeving van Zweden heeft het bestuur van elke gemeente de verantwoordelijkheid om de activiteit te monitoren. Het hof heeft zich echter niet uitgesproken over of en welke beschermende maatregelen nodig zijn voor zendmasten en antennes.
De uitspraak is belangrijk, want als de straling niet als milieufactor wordt beschouwd, zou het niet onder het milieubeleid vallen. Artikel 174 van het Europese EG-Verdrag en het voorzorgsbeginsel van Rio zouden dan mogelijk niet gelden.
Uiteraard is de straling van 3G (UMTS) wel een milieufactor, ook al zijn weinig mensen zich bewust van de wolk straling, omdat niemand hem voelt, ruikt of ziet. De straling heeft biologische effecten bij dichtheden ver onder de geadviseerde limieten, zelfs beneden de in sommige landen gehanteerde voorzorgslimieten.
Uitspraak van het Zweedse hooggerechtshof voor milieuzaken (Miljööverdomstolen) nr. M 7485-04 van 12 oktober 2005
Bron: www.ssi.se/
Onrust over straling UMTS-antennes
Met de uitrol van de nieuwe technologie UMTS, de opvolger van GSM, neemt ook de ongerustheid onder de lokale bevolking toe. Met steun van het Rijk wordt in Zwitserland aanvullend onderzoek gedaan naar de gezondheidseffecten. Intussen staan veel gemeenten voor de vraag: wachten we deze Zwitserse precisie af of nemen we alvast voorzorgsmaatregelen? De zoektocht naar lokale manoeuvreerruimte.
Donderdag 27 januari, acht uur. De gemeenteraad van Woerden vergadert. Inwoonster mevrouw Kooijman biedt namens 371 bewoners een pakket handtekeningen aan tegen de plaatsing van de C2000-mast in hun naaste omgeving zijn. Een ‘….persoonlijk pakket van inwoners die zorgen hebben over hun toekomst, hun gezondheid en hun kinderen.’ Bijgevoegd is een internationaal rapport, waarin dieper wordt ingegaan op de gevaren van blootstelling aan elektromagnetische straling. ... De inspreekster verwoordt haar boosheid over het gebrek aan cq. de summiere informatie naar de burgers. ‘Zolang niet duidelijk is wat dagelijkse blootstelling aan elektromagnetische straling met het lichaam doet, mag met mensen geen risico genomen worden.’
In dit geval gaat het om een mast voor het nieuwe digitale communicatienetwerk voor de hulpverleningsdiensten, waarvan de bouw vergunningvrij is.
Maar de zorg over stralingseffecten is langzamerhand wijdverbreid. Regionale kranten staan al maanden bol van verhalen over de gezondheidsrisico’s van met name UMTS-masten.
Raadsleden hebben daar ook een neus voor. Zwollenaar Albert de Boer van Plaatselijk Belang Zwolle peilde afgelopen maand de bereidheid van het gemeentebestuur om, in afwachting van nader onderzoek naar de effecten van UMTS-straling, de afhandeling van aanvragen voor een bouwvergunning op te schorten. Het CDA in Den Haag wil dat de gemeente voorkomt dat er antennes voor UMTS-telefonie op woongebouwen neergezet worden. En de PvdA in Bronckhorst komt binnenkort met een initiatiefvoorstel, waarin de fractie aandringt op een helder beleid voor de plaatsing van zendmasten – in ieder geval niet te dicht bij woningen.
Paraplu
De gemeente Haarlemmermeer, jaren geleden al heel actief toen de GSM-masten zich aankondigden, belegde eind januari zelfs een heuse raadssessie over het UMTS-beleid. Net als veel andere overheden werkt ze met een paraplubepaling voor de plaatsing van telecommunicatie-installaties. Daarin staat wat van operators wordt verwacht, hoe de gemeente zelf meewerkt om een dekkend netwerk te krijgen, dat de gemeente zich conformeert aan het rijksbeleid omtrent gezondheidsaspecten en (afstands)normen, dat woongebieden en daarbinnen weer woongebouwen zoveel mogelijk worden ontzien.
Toch bepleit PvdA-raadslid Tom Horn van Haarlemmermeer voor UMTS een verdergaande no regret-optie: een voorzorgsprincipe dat zegt dat zolang het tegendeel niet is bewezen (namelijk dat het absoluut onschadelijk is), de overheid er voor zorgt dat de kans op schade beperkt blijft. Horn, tijdens de raadssessie: ‘We beseffen dat het landelijk beleid ons weinig tot geen ruimte geeft om dit af te dwingen, maar de twee betrokken firma’s willen toch graag maatschappelijk verantwoord ondernemen?’
Het college, dat de landelijke ontwikkelingen op de voet volgt, liet in december nog weten dat het geen mogelijkheden ziet UMTS-antennes te weren. Maar kortgeleden besloot het toch geen medewerking te verlenen aan de plaatsing van een zendmast van 35 meter hoog in de wijk Getsewoud in Nieuw Vennep. Het principe van Haarlemmermeer is nu dat ze, zolang er geen duidelijkheid is over de risico’s voor de volksgezondheid, geen medewerking verleent aan de plaatsing van UMTS-masten in woongebieden.
Rijk
Het strenge standpunt van Haarlemmermeer is opmerkelijk en wijkt af van het rijksbeleid voor het plaatsen van UMTS-antennes bij woonbebouwing. De woordvoerster van verantwoordelijk wethouder Diekman: ‘Onze gemeente mist een landelijk kader voor de gezondheidsaspecten van deze antennes.’
Het rijksbeleid lijkt al jaren onveranderlijk. ‘Op dit moment is er geen aanleiding om het beleid ten aanzien van antennes te herzien’, luidt een nogal geliefde slotzin uit de groeiende hoeveelheid brieven die hierover naar de Tweede Kamer gaan. Die besloot nog in december 2004 geen nadere regels te stellen.
Nadat TNO met minder vrolijke conclusies op de proppen kwam, concludeerde de Gezondheidsraad vorig jaar juni, ‘dat met dit onderzoek geen wetenschappelijk bewijs geleverd is dat GSM- en UMTS-signalen van basisstations voor mobiele telefonie inderdaad zulke klachten kunnen veroorzaken’. Wel waren er volgens de Raad goede redenen voor een antwoord op het TNO-onderzoek. Dankzij een financiële bijdrage van de Nederlandse overheid ging vorig jaar september een Zwitsers onderzoek van start naar het effect van UMTS-signalen op het gevoel van welzijn en de cognitieve functies van mensen met en zonder subjectieve klachten. De resultaten worden in september 2005 verwacht.
Antennebeleid
De Nota Nationaal Antennebeleid vormde vijf jaar geleden een antwoord op de explosieve groei van de mobiele telecommunicatie en de wisselende benadering die gemeenten hanteerden. Een belangrijk resultaat was het convenant van juni 2002 tussen Rijk, VNG en de vijf operators over de voorwaarden waaronder antenne-installaties worden geplaatst.
Zo hoeft sinds augustus 2002 voor de bouw van antennes tot vijf meter geen bouwvergunning meer te worden aangevraagd. Verder is afgesproken dat de operators een plaatsingsplan maken om gemeenten te informeren over locaties van bestaande en geplande antennes. Daarnaast bevat het convenant afspraken over de visuele inpasbaarheid van antennes, het instemmingsrecht van bewoners van huurwoningen en de maximaal toegestane blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden.
De VNG bevestigt dat, na een hele poos rust aan het front, de laatste tijd bij haar ‘in steeds hogere frequentie signalen binnenkomen’ van gemeenten waar de bevolking ongerust is over de nieuwste generatie masten. De reactie van de VNG kan volgens haar niet anders zijn dan dat het gezondheidsaspect ‘des Rijks’ is.
Een woordvoerster zegt dat de insteek bij de totstandkoming van het convenant er puur één was van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving. ‘Op dat vlak is de zaak geregeld, met vergunningplicht of vergunningvrij bouwen, het plaatsingsplan en voorgeschreven jaarlijks overleg tussen operators en de gemeente.’ Zij wijst er verder op dat in het convenant wel blootstellingslimieten zijn afgesproken. Om geen enkel risico te nemen is daarin een ruime veiligheidsmarge opgenomen.
Overigens herinnert de VNG eraan dat zij er destijds wel voor gewaarschuwd heeft, dat er gemakkelijk onrust onder de bevolking kan ontstaan als de bouw van antennes in zoveel gevallen vrij wordt gegeven. Dat laatste heeft zij echter niet kunnen tegenhouden. De vergunningvrijheid mag dan een gegeven zijn, als gemeenten twijfels hebben over de blootstellingslimieten, kan het Nationaal Antennebureau worden ingeschakeld om ter plekke een veldsterkteonderzoek te laten doen, aldus de woordvoerster.
Uiteraard brengt de VNG de verontruste signalen in bij de tweede evaluatie van het convenant, die op het ogenblik loopt. Over de beperkte beleidsruimte die sommige gemeenten voelen, zegt de woordvoerster: ‘De VNG heeft zich nooit voor alle gemeenten kunnen binden. Als een gemeente zelf nieuwe afspraken wil maken, dan kan dat. Maar dan bestaat de kans dat de operators zich in die gemeente niet meer gehouden achten aan de afspraken uit het landelijke convenant.’
Meer sturing
Minister Brinkhorst (D66) van Economische Zaken liet recent weten dat hij, ondanks de tevredenheid die uit de eerste evaluatie naar voren kwam, toch aanleiding ziet de overheidssturing op het antennedossier te intensiveren. ‘Het nationale antennebeleid ademt nog de sfeer van geloof in de terugtredende overheid en een rotsvast vertrouwen in convenanten’, zei de minister in december in de Tweede Kamer.
Daarbij wees hij erop dat het convenant expliciet de mogelijkheid biedt om door ‘gewijzigde politieke omstandigheden en politieke verhoudingen en inzichten’ de rol van de overheid te vergroten. Maar wat de minister daarbij ook voor ogen heeft (Brinkhorst lijkt met name te denken aan de instemmingsprocedures voor bewoners), hij maakt er geen geheim van dat het uitzonderen van flats als antennelocaties ‘alleen gerechtvaardigd zal zijn als de risico’s onomstotelijk vaststaan’.
VVD-kamerlid Aptroot is blij dat de regering zo ‘nuchter en verstandig’ met het vraagstuk omgaat. Mocht er in de toekomst toch sprake zijn van negatieve gevolgen en schade – overigens een volstrekt hypothetische kwestie, aldus Aptroot – dan staat voor hem als een paal boven water dat de daarbij betrokken private ondernemingen daarvoor volledig verantwoordelijk en aansprakelijk zijn. ‘In juridische zin staat de overheid hier volledig buiten’, gaf het VVD-Kamerlid onlangs tijdens een overleg over antennes en gezondheid alvast te kennen.
SP-Kamerlid Krista van Velzen heeft er weinig vertrouwen meer in. Volgens haar is de discussie over gezondheidsrisico’s een spel rond grote financiële belangen geworden. ‘Nieuwe producten die bij ons op de markt komen, moeten terecht uitvoerig worden onderzocht en getest. Bij de plaatsing van UMTS-antennes geldt echter gek genoeg geen enkel voorzorgsprincipe. Straks staat heel Nederland vol, terwijl onduidelijk is wat de gezondheidseffecten zijn. Dat is toch niet verantwoord?’, vroeg Van Velzen zich onlangs vertwijfeld na haar zoveelste kamervragen af.
Eén relativerende opmerking tot slot: die dingen worden er neergezet om mobiel te kunnen bellen. Wat dat betreft is het dilemma veel groter dan die tussen het wachten op Zwitserse precisie en het nemen van vergaande voorzorgsmaatregelen. Het is ook een debat over de behoefte en vraag naar een volledig dekkend netwerk voor telecommunicatie.
Klaas Salverda (Eerder verschenen op de site van de VNG)
Met de uitrol van de nieuwe technologie UMTS, de opvolger van GSM, neemt ook de ongerustheid onder de lokale bevolking toe. Met steun van het Rijk wordt in Zwitserland aanvullend onderzoek gedaan naar de gezondheidseffecten. Intussen staan veel gemeenten voor de vraag: wachten we deze Zwitserse precisie af of nemen we alvast voorzorgsmaatregelen? De zoektocht naar lokale manoeuvreerruimte.
Donderdag 27 januari, acht uur. De gemeenteraad van Woerden vergadert. Inwoonster mevrouw Kooijman biedt namens 371 bewoners een pakket handtekeningen aan tegen de plaatsing van de C2000-mast in hun naaste omgeving zijn. Een ‘….persoonlijk pakket van inwoners die zorgen hebben over hun toekomst, hun gezondheid en hun kinderen.’ Bijgevoegd is een internationaal rapport, waarin dieper wordt ingegaan op de gevaren van blootstelling aan elektromagnetische straling. ... De inspreekster verwoordt haar boosheid over het gebrek aan cq. de summiere informatie naar de burgers. ‘Zolang niet duidelijk is wat dagelijkse blootstelling aan elektromagnetische straling met het lichaam doet, mag met mensen geen risico genomen worden.’
In dit geval gaat het om een mast voor het nieuwe digitale communicatienetwerk voor de hulpverleningsdiensten, waarvan de bouw vergunningvrij is.
Maar de zorg over stralingseffecten is langzamerhand wijdverbreid. Regionale kranten staan al maanden bol van verhalen over de gezondheidsrisico’s van met name UMTS-masten.
Raadsleden hebben daar ook een neus voor. Zwollenaar Albert de Boer van Plaatselijk Belang Zwolle peilde afgelopen maand de bereidheid van het gemeentebestuur om, in afwachting van nader onderzoek naar de effecten van UMTS-straling, de afhandeling van aanvragen voor een bouwvergunning op te schorten. Het CDA in Den Haag wil dat de gemeente voorkomt dat er antennes voor UMTS-telefonie op woongebouwen neergezet worden. En de PvdA in Bronckhorst komt binnenkort met een initiatiefvoorstel, waarin de fractie aandringt op een helder beleid voor de plaatsing van zendmasten – in ieder geval niet te dicht bij woningen.
Paraplu
De gemeente Haarlemmermeer, jaren geleden al heel actief toen de GSM-masten zich aankondigden, belegde eind januari zelfs een heuse raadssessie over het UMTS-beleid. Net als veel andere overheden werkt ze met een paraplubepaling voor de plaatsing van telecommunicatie-installaties. Daarin staat wat van operators wordt verwacht, hoe de gemeente zelf meewerkt om een dekkend netwerk te krijgen, dat de gemeente zich conformeert aan het rijksbeleid omtrent gezondheidsaspecten en (afstands)normen, dat woongebieden en daarbinnen weer woongebouwen zoveel mogelijk worden ontzien.
Toch bepleit PvdA-raadslid Tom Horn van Haarlemmermeer voor UMTS een verdergaande no regret-optie: een voorzorgsprincipe dat zegt dat zolang het tegendeel niet is bewezen (namelijk dat het absoluut onschadelijk is), de overheid er voor zorgt dat de kans op schade beperkt blijft. Horn, tijdens de raadssessie: ‘We beseffen dat het landelijk beleid ons weinig tot geen ruimte geeft om dit af te dwingen, maar de twee betrokken firma’s willen toch graag maatschappelijk verantwoord ondernemen?’
Het college, dat de landelijke ontwikkelingen op de voet volgt, liet in december nog weten dat het geen mogelijkheden ziet UMTS-antennes te weren. Maar kortgeleden besloot het toch geen medewerking te verlenen aan de plaatsing van een zendmast van 35 meter hoog in de wijk Getsewoud in Nieuw Vennep. Het principe van Haarlemmermeer is nu dat ze, zolang er geen duidelijkheid is over de risico’s voor de volksgezondheid, geen medewerking verleent aan de plaatsing van UMTS-masten in woongebieden.
Rijk
Het strenge standpunt van Haarlemmermeer is opmerkelijk en wijkt af van het rijksbeleid voor het plaatsen van UMTS-antennes bij woonbebouwing. De woordvoerster van verantwoordelijk wethouder Diekman: ‘Onze gemeente mist een landelijk kader voor de gezondheidsaspecten van deze antennes.’
Het rijksbeleid lijkt al jaren onveranderlijk. ‘Op dit moment is er geen aanleiding om het beleid ten aanzien van antennes te herzien’, luidt een nogal geliefde slotzin uit de groeiende hoeveelheid brieven die hierover naar de Tweede Kamer gaan. Die besloot nog in december 2004 geen nadere regels te stellen.
Nadat TNO met minder vrolijke conclusies op de proppen kwam, concludeerde de Gezondheidsraad vorig jaar juni, ‘dat met dit onderzoek geen wetenschappelijk bewijs geleverd is dat GSM- en UMTS-signalen van basisstations voor mobiele telefonie inderdaad zulke klachten kunnen veroorzaken’. Wel waren er volgens de Raad goede redenen voor een antwoord op het TNO-onderzoek. Dankzij een financiële bijdrage van de Nederlandse overheid ging vorig jaar september een Zwitsers onderzoek van start naar het effect van UMTS-signalen op het gevoel van welzijn en de cognitieve functies van mensen met en zonder subjectieve klachten. De resultaten worden in september 2005 verwacht.
Antennebeleid
De Nota Nationaal Antennebeleid vormde vijf jaar geleden een antwoord op de explosieve groei van de mobiele telecommunicatie en de wisselende benadering die gemeenten hanteerden. Een belangrijk resultaat was het convenant van juni 2002 tussen Rijk, VNG en de vijf operators over de voorwaarden waaronder antenne-installaties worden geplaatst.
Zo hoeft sinds augustus 2002 voor de bouw van antennes tot vijf meter geen bouwvergunning meer te worden aangevraagd. Verder is afgesproken dat de operators een plaatsingsplan maken om gemeenten te informeren over locaties van bestaande en geplande antennes. Daarnaast bevat het convenant afspraken over de visuele inpasbaarheid van antennes, het instemmingsrecht van bewoners van huurwoningen en de maximaal toegestane blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden.
De VNG bevestigt dat, na een hele poos rust aan het front, de laatste tijd bij haar ‘in steeds hogere frequentie signalen binnenkomen’ van gemeenten waar de bevolking ongerust is over de nieuwste generatie masten. De reactie van de VNG kan volgens haar niet anders zijn dan dat het gezondheidsaspect ‘des Rijks’ is.
Een woordvoerster zegt dat de insteek bij de totstandkoming van het convenant er puur één was van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving. ‘Op dat vlak is de zaak geregeld, met vergunningplicht of vergunningvrij bouwen, het plaatsingsplan en voorgeschreven jaarlijks overleg tussen operators en de gemeente.’ Zij wijst er verder op dat in het convenant wel blootstellingslimieten zijn afgesproken. Om geen enkel risico te nemen is daarin een ruime veiligheidsmarge opgenomen.
Overigens herinnert de VNG eraan dat zij er destijds wel voor gewaarschuwd heeft, dat er gemakkelijk onrust onder de bevolking kan ontstaan als de bouw van antennes in zoveel gevallen vrij wordt gegeven. Dat laatste heeft zij echter niet kunnen tegenhouden. De vergunningvrijheid mag dan een gegeven zijn, als gemeenten twijfels hebben over de blootstellingslimieten, kan het Nationaal Antennebureau worden ingeschakeld om ter plekke een veldsterkteonderzoek te laten doen, aldus de woordvoerster.
Uiteraard brengt de VNG de verontruste signalen in bij de tweede evaluatie van het convenant, die op het ogenblik loopt. Over de beperkte beleidsruimte die sommige gemeenten voelen, zegt de woordvoerster: ‘De VNG heeft zich nooit voor alle gemeenten kunnen binden. Als een gemeente zelf nieuwe afspraken wil maken, dan kan dat. Maar dan bestaat de kans dat de operators zich in die gemeente niet meer gehouden achten aan de afspraken uit het landelijke convenant.’
Meer sturing
Minister Brinkhorst (D66) van Economische Zaken liet recent weten dat hij, ondanks de tevredenheid die uit de eerste evaluatie naar voren kwam, toch aanleiding ziet de overheidssturing op het antennedossier te intensiveren. ‘Het nationale antennebeleid ademt nog de sfeer van geloof in de terugtredende overheid en een rotsvast vertrouwen in convenanten’, zei de minister in december in de Tweede Kamer.
Daarbij wees hij erop dat het convenant expliciet de mogelijkheid biedt om door ‘gewijzigde politieke omstandigheden en politieke verhoudingen en inzichten’ de rol van de overheid te vergroten. Maar wat de minister daarbij ook voor ogen heeft (Brinkhorst lijkt met name te denken aan de instemmingsprocedures voor bewoners), hij maakt er geen geheim van dat het uitzonderen van flats als antennelocaties ‘alleen gerechtvaardigd zal zijn als de risico’s onomstotelijk vaststaan’.
VVD-kamerlid Aptroot is blij dat de regering zo ‘nuchter en verstandig’ met het vraagstuk omgaat. Mocht er in de toekomst toch sprake zijn van negatieve gevolgen en schade – overigens een volstrekt hypothetische kwestie, aldus Aptroot – dan staat voor hem als een paal boven water dat de daarbij betrokken private ondernemingen daarvoor volledig verantwoordelijk en aansprakelijk zijn. ‘In juridische zin staat de overheid hier volledig buiten’, gaf het VVD-Kamerlid onlangs tijdens een overleg over antennes en gezondheid alvast te kennen.
SP-Kamerlid Krista van Velzen heeft er weinig vertrouwen meer in. Volgens haar is de discussie over gezondheidsrisico’s een spel rond grote financiële belangen geworden. ‘Nieuwe producten die bij ons op de markt komen, moeten terecht uitvoerig worden onderzocht en getest. Bij de plaatsing van UMTS-antennes geldt echter gek genoeg geen enkel voorzorgsprincipe. Straks staat heel Nederland vol, terwijl onduidelijk is wat de gezondheidseffecten zijn. Dat is toch niet verantwoord?’, vroeg Van Velzen zich onlangs vertwijfeld na haar zoveelste kamervragen af.
Eén relativerende opmerking tot slot: die dingen worden er neergezet om mobiel te kunnen bellen. Wat dat betreft is het dilemma veel groter dan die tussen het wachten op Zwitserse precisie en het nemen van vergaande voorzorgsmaatregelen. Het is ook een debat over de behoefte en vraag naar een volledig dekkend netwerk voor telecommunicatie.
Klaas Salverda (Eerder verschenen op de site van de VNG)