Inleiding

In het eerste artikel van de Nederlandse grondwet staat:

‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

Dit artikel is de weerslag van 400 jaar Nederlandse cultuur. Voor GroenLinks is het ondenkbaar dat hieraan getornd wordt. Respect voor de ander is een kernwaarde van de samenleving en van iedereen mag verwacht worden dat hij dit respect opbrengt, of hij nu hier geboren is of als immigrant aangekomen.

GroenLinks keert zich tegen de verharding van de samenleving. Daar waar misstanden en criminaliteit heersen, grijpt GroenLinks dan ook niet meteen naar ‘harde maatregelen’, die alleen maar een nog hardere tegenreactie oproepen. Dat betekent niet dat GroenLinks niks doet als mensen ontsporen, maar wel dat het voorkomen van problemen centraal staat. Daarom ligt in dit verkiezingsprogramma een nadruk op onderwijs, welzijn en veiligheid. Hoewel het met de luchtkwaliteit in Emmen nog niet zo slecht gesteld is als in andere delen van het land willen we voorkomen dat het wél zo erg wordt. Daarom zijn we voor het stimuleren van openbaar vervoer en fietsgebruik. Dat is volgens GroenLinks niet alleen een manier om de gezondheid van inwoners van de gemeente Emmen te verbeteren, maar draagt ook bij aan een gemeente waar het prettiger wonen en winkelen is.

Een prettige gemeente om in te wonen moet bovendien beschikken over een woningvoorraad die is toegesneden op de bevolking. Dat betekent meer invloed van toekomstige bewoners op nieuwbouwplannen en meer mogelijkheden om de woning zelf te ontwerpen. Die woning moet staan in een aantrekkelijke omgeving. GroenLinks pleit dan ook voor beter toegankelijke groenvoorzieningen, meer speelgelegenheden voor kinderen en meer sport- en ontmoetingsplekken voor jongeren. Ook bij het realiseren hiervan moeten wensen van omwonenden worden meegenomen. Om de vele plannen voor Emmen kunnen realiseren, is een opbloeiende economie verreweg de belangrijkste voorwaarde; zeker in deze economisch onzekere tijden. Meer precies: een economie die niet alleen omzet genereert, maar dat doet door banen te scheppen. Werk is immers cruciaal voor zowel integratie als welzijn. Voor GroenLinks betekent dit een sterke inzet op de erkende ‘banenmotor’ van Nederland, het midden- en kleinbedrijf. Gebiedsontwikkeling rondom de A37 moet verder ontwikkeld worden; de eerste resultaten zijn zeer hoopgevend te noemen.

Om investeringen aan te kunnen trekken heeft Emmen een bruisend woon- en werkklimaat nodig, waarin jong, creatief talent goed gedijt. Kunst en cultuur spelen daarbij een belangrijke rol: ze dragen niet alleen bij aan een open sfeer in de gemeente en verbeteren de gevoelens van welzijn en veiligheid, maar hebben ook economische waarde. Ook hier pleit GroenLinks voor het serieus nemen van de bevolking: meer aandacht voor initiatieven die vanzelf komen opborrelen. Die kosten minder en leveren maatschappelijk meer op dan ideeën die van bovenaf geparachuteerd worden.

Hoofdstuk 1
Wij willen een groene gemeente
Ecologische duurzaamheid



Groen is een mooiere kleur in onze omgeving dan het grijs van asfalt en beton. Het is prettig leven als er in Emmen voldoende parken en speelplaatsen zijn en we kunnen ontspannen in mooie natuurgebieden. Rust, lekker en gezond eten, fijn wonen en schone lucht horen bij het goede leven. Groen maakt gelukkig! Groen is een waarde waar we in ons eigen leven allemaal het belang van inzien. Daarom staat GroenLinks voor ecologische duurzaamheid. Dat betekent dat we het milieu zo min mogelijk willen belasten, zuinig omgaan met de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en dierenwelzijn belangrijk vinden.

Ook zijn we zuinig op de groene ruimte en willen we het landschap niet volbouwen met nieuwbouwwijken en bedrijventerreinen. Daar hebben wij nu profijt van, maar ook toekomstige generaties. Als er niets verandert, zullen zij te maken krijgen met de gevolgen van klimaatverandering en een verslechterde leefomgeving. Om die redenen kiest GroenLinks voor een ambitieus klimaatbeleid, voor openbaar vervoer en fiets, voor milieuvriendelijke bedrijvigheid en voor compact bouwen binnen de bebouwde kom. Door slim beleid en innovatieve maatregelen kan de economie duurzaam groeien. De gemeente kan daar op verschillende manieren aan bijdragen. Vooral door zelf initiatieven te nemen en samen met inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven te werken aan een duurzame ontwikkeling. Want Emmen kan zoveel groener!

A. Klimaat- en energiebeleid dat het verschil maakt
De toenemende energievraag, de eindigheid van de voorraden fossiele brandstoffen, de stijgende energieprijzen en de klimaatverandering/wereldwijde klimaatcrisis vragen om een ander energiebeleid. Meer ambitie van de politiek is hiervoor nodig. Niet alleen van het kabinet, ook van gemeenten. En vooral maatregelen die écht het verschil maken. Een aantal gemeenten heeft daarom de afgelopen jaren een duidelijke ambitie geformuleerd. Zij willen in 2030 ‘klimaatneutraal’ zijn en streven naar een zo laag mogelijk energieverbruik, gebruik van duurzame energiebronnen en een zo gering mogelijke uitstoot van broeikasgassen. GroenLinks heeft in 2007 een motie ingediend - en deze is ook raadsbreed aangenomen- die ervoor zorgt dat de gemeente Emmen in 2020 klimaatneutraal moet zijn. De ambitie ligt in Emmen dankzij GroenLinks dus hoger.

Het lijkt pittig om deze doelstelling te halen. Maar we moeten beseffen dat de gemeente dit niet alleen kan. Dat kan de gemeente alleen sámen met burgers, instellingen en ondernemers realiseren. De komende vier jaar zetten we de eerste stappen naar dat doel, met een breed scala aan concrete maatregelen. GroenLinks Emmen zal zo nodig een aanjagersrol blijven vervullen in dit debat.

De gemeente Emmen neemt wat ons betreft een voortrekkersrol als het gaat om duurzame energieopwekking; op alle gemeentelijke gebouwen worden zonnepanelen geplaatst. Maar ook in de gebouwen van de gemeente zelf moet het milieuvriendelijker worden. Verwarming en verkoeling kan prima door gebruik te maken van aardwarmte. De gemeente kiest ervoor om zo veel mogelijk LED-lampen te gebruiken in plaats van gloeilampen of TL-buizen.

Milieu is niet alleen een kwestie van zelf doen. Het betekent ook de burgers stimuleren om te investeren in energiebesparende maatregelen. Daar gaat de gemeente Emmen actief aan meewerken door kosten en kennis te delen met de inwoners. Ook het bedrijfsleven moet innoveren. Sterker nog, de gemeente Emmen moet een actief beleid ontwikkelen waardoor de gemeente Emmen een ‘Green energy valley’ wordt; een aantrekkelijke gemeente voor bedrijven die zich bezig houden met innovatieve techniek en op het gebeid van milieu en energieopwekking. Daarin moeten de bestaande bedrijven in Emmen een sleutelrol spelen. Ook moet er samenwerking gezocht worden met diverse onderwijsinstellingen om nieuwe ideeën onder studenten onder te kunnen brengen bij de bedrijven in Emmen; te denken valt bijvoorbeeld aan een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Twente en Emmen waarbij de Hogescholen in Emmen betrokken kunnen worden.

B. Milieuvriendelijke mobiliteit: ruim baan voor fiets en OV
De groei van onze mobiliteit lijkt een nauwelijks te keren ontwikkeling. GroenLinks realiseert zich dat zonder de auto onze maatschappij niet meer kan functioneren en zeker op het platteland onmisbaar is geworden. De inwoners uit de dorpen zijn veelal afhankelijk van hun auto; het openbaar vervoer is (nog) niet een alternatief.

GroenLinks Emmen zet in op beter, en vooral slimmer openbaar vervoer. Er zal altijd ruimte moeten blijven voor de auto. Echter, een groot deel van de aantrekkelijkheid van Emmen als woongemeente is gebaseerd op het feit dat we hier nog betrekkelijk ‘autoluw’ kunnen leven. Het grote probleem om het openbaar vervoer kostendekkend te krijgen is het gegeven dat veel van het busvervoer gedaan wordt met traditionele bussen; groot en pas effectief wanneer een groot gedeelte van de stoelen gevuld zijn met passagiers. In de uren dat het aanbod minder is maakt men op sommige lijnen gebruik van een busje met een beperkt aantal zitplaatsen. Deze constructie lijkt op het oog effectief maar het heeft een aantal nadelen:
het is niet flexibel;
er moeten meerdere type’s voertuigen worden aangeschaft;
grote bussen hebben soms moeite om door de smalle straten te manoeuvreren;
de verschillende voertuigen worden niet efficiënt ingezet waardoor de totale prijs van het vervoer stijgt.

Groenlinks wil daarom naar betere vormen van openbaar vervoer. Een goed voorbeeld, wat het overwegen waard zou kunnen zijn is het het Busje Plus. Het is een constructie van de Zwitserse firma Hess, die het ´Buszug´ (bustrein) noemt. Kort gezegd is een Busje Plus een minibus met aanhanger. Hoewel er in principe meer zitplaatsen in kunnen, is het aan te bevelen in verband met de grens aan het rijbewijs B, voor 8 zitplaatsen in de bus.

In de aanhanger levert Hess 12 zitplaatsen en 7 staanplaatsen.

Betere treinverbindingen
Ook voor de treinverbindingen zet GroenLinks Emmen ambitieus in. Zo zijn wij voorstander van het doortrekken van het spoor naar Ter Apel. Daarmee ontstaat er een natuurlijke ‘ring’ in Noord-Nederland en zijn reizigers uit onze gemeente niet meer van óf de auto óf de Q-liner afhankelijk als men naar Groningen/Leeuwarden wil. Bovendien heeft dit als tweede zeer belangrijke voordeel dat het de Groningse veenkoloniën naar het zuiden ontsluit. Ook moet er op termijn een rechtstreekse spoorverbinding naar Meppen, Niedersachsen komen om daarmee een hoogwaardig alternatief te creëren voor de auto. Goederenvervoer heeft over deze lijn geen prioriteit; dat kan prima via Coevorden of Veendam afgehandeld worden. Daardoor kan de aanleg van beide tracés goedkoop plaatsvinden; men kan kiezen voor een zogenaamde lightrail verbinding. Op deze manier, gecombineerd met de A37, ontwikkelt Emmen zich als vervoersknooppunt in de Zuidoosthoek. Daarmee voorkomen we dat Emmen in de nabije toekomst een bereikbaarheidsprobleem gaat krijgen; sterker nog, we lossen op deze manier een stuk van het ‘isolement’ van Emmen op.

Het grootste deel van de verreden autokilometers bestaat uit kleine ritjes. De afstanden in Emmen naar scholen en winkels zijn zo kort dat de meeste mensen hiervoor niet persé de auto hoeven te gebruiken. Met de fiets kan het ook, vaak zelfs sneller. De oplossing ligt daarom in het selectiever kiezen van het juiste vervoermiddel per bestemming en in gebruik van andere vervoermiddelen dan de auto voor woon-werkverkeer en voor winkel- en recreatief verkeer (een meersporenaanpak).


C. Behoud en versterk de groene ruimte
Overal wordt geknabbeld aan de open groene ruimte: voor wegen, woningen en bedrijventerreinen. Veel oud agrarisch cultuurlandschap verdwijnt door grootschalige landbouw. Ons landschap wordt eenvormiger, versnippert en verrommelt. Tegelijk hebben we open groengebieden (parken, bossen, natuurgebieden en recreatieterreinen) nodig om te spelen, te luieren, te sporten – voor onze dagelijkse ontspanning. En even belangrijk: grote aaneengesloten natuurgebieden zijn van vitaal belang voor behoud van een grote verscheidenheid van planten en dieren. GroenLinks wil de groene ruimte in de gemeente Emmen behouden én versterken. De gemeente kan daar een belangrijke rol bij spelen. Allereerst door de beschikbare ruimte binnen de bebouwde kom efficiënter te gebruiken. Door op bouwlocaties slimmer en compacter te bouwen (inbreiplannen) realiseren we meer woningen zonder dat dit meteen ten koste hoeft te gaan van groen. Ook de ruimte op bedrijventerreinen kan veel beter worden benut. In alle gevallen geldt: hoogbouw moet ook een hoge beeldkwaliteit hebben. Als we met onze buurgemeenten afspraken maken over waar en wat er gebouwd wordt, dan kan veel meer open gebied open blijven.

D. Een schone gemeente
Een groene gemeente is ook een schone gemeente. We ergeren ons allemaal aan de hondenpoep, het zwerfvuil op straat en in het groen, rondslingerend huisvuil en graffiti. GroenLinks Emmen hecht veel aan de bestaande situatie waar er prima afspraken zijn gemaakt voor het onderhoud. Dat heeft als resultaat dat het groen in Emmen goed onderhouden is; veel aandacht is er voor het milieuvriendelijk verwijderen van onkruid. GroenLinks ziet echter nog mogelijkheden om in de buitendorpen de kwaliteit wat op te schroeven. Juist in de buitendorpen is de beleving dat er minder aan het groen gedaan wordt dan in de kern. Dat kan wat ons betreft beter. Maar we hebben grote waardering voor de bestaande inzet van mens en middelen door de gemeente en ondersteunen het huidige beleid ten volle.

E. Afval scheiden loont
We produceren veel afval met elkaar. De hoeveelheid huisvuil die wordt ingezameld neemt jaarlijks toe. Veel afvalsoorten kunnen we al gescheiden aanbieden, maar het niet-gescheiden restafval vormt nog steeds de grootste afvalstroom. Door een betere scheiding kunnen we afval als grondstof voor nieuwe producten gebruiken. Dat is goed voor het milieu. Door allerlei milieu-eisen wordt de inzameling en verwerking van afval steeds duurder. Deze kosten worden aan de bewoners doorberekend via de afvalstoffenheffing. Gescheiden inzameling leidt tot lagere verwerkingskosten. Afval scheiden loont dus. Daarom wil GroenLinks het de burgers zo gemakkelijk mogelijk maken om hun afval te scheiden.

Per 1 januari 2010 scheiden we het plastic van het gewone afval. Iets waar GroenLinks Emmen al jaren voor gestreden heeft. Een goede ontwikkeling vinden wij. Maar er kan nog meer. Het inleveren van grof vuil bijvoorbeeld is gebonden aan een 300 kilo grens. Veel inwoners klagen hierover dat het té weinig is. Het gevolg is dat daardoor veel grof afval op ‘creatieve manieren’ gestort wordt. Wij pleiten dan ook voor het optrekken naar 400 kilo. Die ruimte is er, en op deze manier zorgen we ervoor dat dit afval niet in de bermen of in onze bossen terecht komt.

We moeten ervoor zorgen dat de burger zich meer afval-bewust wordt. Dat betekent dat er meer bewustzijn bij de burger moet ontstaan over hoeveel afval we nu dagelijks ‘produceren’. We moeten gedrag dat ervoor zorgt dat er afval bespaard wordt stimuleren. Wij willen een slim systeem waarbij mensen gestimuleerd worden op een goede wijze met afvalstromen om te gaan (b.v. DIFTAR, pilots met bronscheiding bij winkels etc.)

F. Naar een duurzaam waterbeheer
De manier waarop we in Nederland met water omgaan is niet toereikend voor de toekomst. Zeker als de gevolgen van klimaatsverandering, zeespiegelstijging en verdergaande bodemdaling moeten worden opgevangen. Er is nog té veel sprake van technisch beheer, terwijl het hoog tijd is voor een ander waterbeleid. GroenLinks vindt dat de gemeente moet streven naar een gezond watersysteem gebaseerd op integraal waterbeheer. Daarom moet de gemeente een waterplan maken, samen met het waterschap en dat afstemmen met de buurgemeenten. Uitgangspunten voor dat plan zijn:

Overeenkomstig het advies van het Nationaal Bestuursakkoord Water

(NBW), het vasthouden van water: ‘genoeg’ maar niet te veel of te weinig water van goede kwaliteit (droge voeten houden, maar verdroging tegengaan!).
Water wordt meer dan voorheen onderkend als een ordenend principe bij de ruimtelijke plannen en het wijkbeheer.
Water wordt benut voor versterking van de natte natuurwaarden.
Met omliggende gemeenten, het waterschap Velt en Vecht, de provincie, Rijkswaterstaat en de Waterleidingsmaatschappij Drenthe wordt samengewerkt om een duurzaam en integraal waterbeheer te realiseren.

G. Werk maken van dierenwelzijn
Dieren worden vaak als producten gezien en behandeld, slechts bedoeld voor ons als voeding. Zij hebben echter ook een bewustzijn en gevoel en hebben mede daarom recht om met respect behandeld te worden. Dit betekent dat zij rechten hebben om zoveel als mogelijk in een omgeving te leven die voor hen natuurlijk is. Dat betekent dat paarden en koeien buiten moeten kunnen grazen, varkens moeten kunnen wroeten en kippen moeten kunnen scharrelen.

GroenLinks wil opkomen voor de rechten van de dieren daar waar deze geschonden worden. Ook honden en katten hebben recht op onze aandacht. Dieren die door hun bezitters niet langer verzorgd kunnen worden moeten goed opgevangen worden. Mensen die dieren mishandelen of verweesd achter laten dienen opgespoord en bestraft te worden. Op grond van haar verordenende bevoegdheid (art. 149 Gemeentewet) kan de gemeenteraad regels stellen m.b.t. het welzijn en de bescherming van dieren, mits hiermee niet in strijd wordt gehandeld met wet- en regelgeving van hogere overheid. De overheidsorganen hebben met het oog op een adequate vervulling van hun (deel)taken een zekere vrijheid van handelen nodig. Dit betekent dat voor de gemeentebesturen op diverse terreinen van bestuurszorg een zekere beleidsvrijheid bestaat. Deze beleidsvrijheid is in de afgelopen decennia door de toename van nieuwe overheidstaken zowel in breedte als in diepte toegenomen.

GroenLinks Emmen heeft deze mogelijkheid aangegrepen om zich hard te maken voor dierenwelzijn. Dankzij GroenLinks is er een notitie ‘zorg voor dieren’ tot stand gekomen (2006).
Vervolg daarvan is de nota zorg voor dieren in het openbaar gebied. Maar we zijn er nog niet. Een aantal zaken, die nu nog niet geregeld zijn, liggen nog op ons te wachten zoals:

  • geen intensieve veehouderijen in de gemeente (megastallen);

  • inzetten op dierenwelzijn in het nieuwe dierenpark;

  • geen circussen met levende dieren in de gemeente.


Op dit moment heeft de Provincie Drenthe al de principe-uitspraak gedaan dat de ‘mega-stallen’ niet in Drenthe passen. Daarmee is er een uitstekende basis gelegd om de discussie te starten over een verbod op megastallen in Emmen.

Hoofdstuk 2
Wij willen een sociale gemeente


Sociaal en solidair
GroenLinks streeft naar een solidaire samenleving, waarin welvaart en middelen eerlijk verdeeld worden. Wij willen dat iedereen mee kan doen aan de samenleving en optimale kansen heeft om zich te ontplooien en zijn leven zelf vorm te geven. We streven ernaar dat zoveel mogelijk mensen aan de slag komen. Werk geeft niet alleen inkomen, het draagt bij aan emancipatie, het geeft iemand ook zelfvertrouwen en een positie in de samenleving. We gaan daarbij uit van ieders eigen verantwoordelijkheid, maar hebben ook oog voor het verschil in mogelijkheden. GroenLinks wil mensen sterker maken. Onze visie op jeugd en onderwijs en onze sociale politiek zijn daarop gericht. Alle kinderen verdienen een goede start met hoogwaardige kinderopvang en goed onderwijs dat achterstanden wegwerkt en talenten ontwikkelt. Het is funest voor hun kansen als kinderen opgroeien in armoede.

Armoede willen we bestrijden met een ruimhartig minimabeleid, maar vooral door sociaal-economische participatie te bevorderen: mensen ondersteunen bij het vinden van werk of een andere maatschappelijke activiteit. Op de woningmarkt moet meer betaalbare woonruimte beschikbaar komen: er is meer keuze nodig voor jongeren en jonge gezinnen met een laag inkomen. Dat geldt ook voor ouderen die zorg nodig hebben, maar zelfstandig willen blijven wonen. Een volwaardig inkomen, goed onderwijs, passende huisvesting en een veilige woon- en leefomgeving zijn belangrijk. Ook sport, kunst en cultuur horen wat GroenLinks betreft in dat rijtje thuis. Ze verrijken het leven. Daarom willen we dat zoveel mogelijk mensen hiermee in aanraking komen. GroenLinks kijkt verder dan de gemeentegrens. We willen ook op lokaal niveau bijdragen aan een sociaal, economisch en ecologisch duurzame wereld.

A. Economie: stimuleer ondernemerschap en innovatie
GroenLinks staat voor een groene en vitale ontwikkeling van de economie, óók in Emmen. Dat is goed voor de werkgelegenheid en de leefbaarheid. De gemeente heeft geen directe invloed op de economische dynamiek. Die wordt primair bepaald door factoren als goed ondernemerschap, productiviteit en innovatievermogen. Ook andere zaken spelen mee: de beschikbare ruimte, de ligging en bereikbaarheid, de beroepsbevolking en arbeidsmarkt, de woningmarkt en andere kwaliteiten van de leefomgeving, zoals sociale en culturele voorzieningen. Dat wil niet zeggen dat de gemeente moet wachten op wat ondernemers doen. Ze kan het ondernemerschap stimuleren door een snelle dienstverlening aan nieuwe bedrijven, het aanbieden van geschikte bedrijfsruimte, het stimuleren van initiatieven die positief zijn voor de lokale economie en het onderhouden van goede contacten met het bedrijfsleven. Een actief beleid is nodig, waarbij de potentiële mogelijkheden in de gemeente optimaal worden benut.

Het dubbele gezicht van de arbeidsmarkt
In 2008 verscheen het rapport van de Commissie Bakker. Dit rapport vestigde de aandacht op de gevolgen van de vergrijzing voor de arbeidsmarkt en voor het financiële draagvermogen van de sociale zekerheid. Arbeid zou schaars worden. Inmiddels is de aandacht helemaal verschoven naar de economische crisis en de oplopende werkloosheid. Het is nu alle hens aan dek. In 2010 zouden er maar liefst 100.000 werklozen bijkomen, waardoor eind 2010 753.000 mensen zonder baan zouden zitten. Ook voor 2011 zijn de vooruitzichten weinig positief. De werkloosheid zal dan weliswaar minder snel toenemen, maar toch zouden er ook dat jaar nog 24.000 werklozen bijkomen.

Met name de jeugd, oudere werknemers en allochtone werknemers behoren tot de grootste risicogroepen. Op gemeentelijk niveau is vooral het risico van oplopende jeugdwerkloosheid een belangrijk aandachtspunt omdat hier de problematiek van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt sterk speelt. Toch zijn er ook nog steeds veel moeilijk vervulbare vacatures (198.000 eind 2008) en in sectoren als onderwijs en gezondheidszorg worden de komende jaren grote tekorten in personeel voorzien. We moeten daarom ook stimuleren dat met name een instroom plaatsvindt in de zorg. De gemeente moet actief beleid ontwikkelen om werklozen te laten instromen als verzorgende niveau 3 of verpleegkundige niveau 4.

Participatie
Veel mensen staan nog aan de zijlijn. In het geweld van de economische crisis en de urgentie van maatregelen om de gevolgen daarvan in te dammen, moeten deze groepen, de mensen die al veel te lang aan de kant staan, niet vergeten worden. Uit onderzoek van de Raad voor Werk en Inkomen
blijkt dat leeftijd de grootste factor vormt voor het risico om langdurig in een uitkering te verblijven. Het zittende bestand in de WWB bestaat vooral uit mensen die 45 jaar en ouder zijn: meer dan 50 procent, terwijl deze groep maar een kwart van de instroom in deze regeling vertegenwoordigt. Een laag opleidingsniveau komt daar nog eens als extra risicofactor bovenop. Relatief veel ouderen die langdurig in de bijstand verblijven zijn van autochtone afkomst.

Motivatie is een belangrijke factor, zo blijkt uit onderzoek van het UWV
: snelle werkhervatters zijn gemotiveerder en verrichten meer inspanningen om een baan te vinden dan langdurig werklozen. Maar naast willen is ook kunnen van belang. Veel langdurig werklozen hebben ervaring in beroepen waar geen vraag meer naar is. En een kwart van de langdurig werklozen ervaart beperkingen in het werkvermogen. Dit kunnen belemmeringen in gezondheid zijn maar ook sociale factoren zoals financiële problemen en zorgtaken.

De kracht van combineren
Middelen zijn schaars. De vrij besteedbare ruimte op een gemeentebegroting is bescheiden. En we gaan er vanuit dat er de komende jaren voor lokaal arbeidsmarktbeleid niet veel extra geld beschikbaar zal zijn. Het is daarom de kunst om de middelen die er zijn, zo slim mogelijk in te zetten. GroenLinks wil daarom combinaties maken en potentieel aanboren. Waarom mensen aan de zijlijn laten staan met een uitkering als er nog zoveel nuttigs te doen valt? Vooral in de dienstverlening. Sectoren als zorg en onderwijs komen handen tekort en dit wordt de komende jaren alleen maar erger. Ook in de persoonlijke dienstverlening en in het stadsonderhoud is er veel werk. De kunst is om dit te organiseren. Investeren op nieuwe projecten, verhogen van samenwerking met ketenpartners e.d. is waar GroenLinks voor staat. Daarmee combineren we de schaarse middelen op een slimme manier.

Ruimte voor elan en ondernemerszin
De meeste oplossingen zijn allang bedacht. Alleen zijn het vaak eilandjes. Dit terwijl de kracht en duurzaamheid vaak in de samenhang zit. Veelbelovende initiatieven verzanden vaak en andere initiatieven komen niet eens uit de klei. Organisaties werken soms langs elkaar heen. De overheid is niet de oplossing voor alle problemen, maar hetzelfde geldt voor het maatschappelijk middenveld en de markt. De combinatie van overheid, markt en maatschappelijke organisaties, maar vooral de creativiteit en ondernemerszin van individuen wél! GroenLinks wil ruimte bieden voor het elan van individuen om zich in te zetten voor de dingen die het leven waardevol maken. Werken aan jezelf en tegelijk aan je omgeving – vaak op kleine schaal: in de wijk, in organisaties waar mensen in het dagelijkse leven mee te maken hebben zoals de school van de kinderen of het verzorgingstehuis aan de rand van de wijk.

Geluk is niet in een grote SUV rondrijden. Geluk is wel zien dat je kinderen in een groene omgeving opgroeien; een schone en veilige omgeving. Geluk is je overburen kennen en een vriendelijk woord krijgen als er iets te vieren valt. Geluk is dat je omgeving meeleeft als je iets of iemand verloren hebt. Buurtonderhoud en veiligheid op straat kan sterk verbeteren met een veel grotere inzet van mensen. In de persoonlijke dienstverlening zoals de boodschappenservice, kleine reparaties en onderhoud aan de woning en vervoer binnen de wijk is er veel onvervulde behoefte aan diensten. Twee voorbeelden: een boodschappenbezorgdienst voor mensen met een zwakke gezondheid en een kleine portemonnee en een fietstaxi-netwerk in de wijk met eventuele overstapfaciliteiten op het gemeentevervoer voor mensen die verder weg willen.

Daar is ook geld voor want binnen de gemeentebegroting bestaat er de mogelijkheid om bijvoorbeeld uitkeringsgeld veel actiever in te zetten. Je kunt mensen elke maand een bedrag overmaken maar je kunt hen ook uitdagen om iets voor de gemeenschap terug te doen. Natuurlijk binnen hun grenzen en mogelijkheden. Maar mensen bloeien op wanneer ze zien dat ze betrokken worden bij de gemeenschap en zien dat ze een meerwaarde leveren. Het credo moet zijn: “We hebben u nodig!” Niet: “U moet!” Mensen voelen zich dan meer thuis in de gemeente Emmen. Dit geldt zeker ook voor nieuwe Nederlanders. Die zijn vaak al van huis uit gewend om de handen uit de mouwen te steken en betrokken te zijn in het economische en sociale verkeer.

Krimp in Emmen
Krimp heeft gevolgen voor het voorzieningenniveau, voor de woningbouw en voor het economisch perspectief van de regio. Dit laatste wordt met name gevoeld door waardeverlies van het onroerend goed. Ondernemers merken het ook aan minder aanbod van arbeidskrachten en aan een nog groter verlies aan HBO opgeleiden. Het zijn immers de hoger opgeleiden die de meeste kansen hebben en nemen om weg te trekken. De detailhandel en lokaal gerichte dienstverlening ziet een afname in omzet, tenzij zij zich sterk richten op de ouderen in de samenleving. Krimp kun je niet tegenhouden met meer woningen te bouwen. Krimp is niet te stoppen. GroenLinks kijkt liever naar de kansen die krimp kan bieden.

Krimp is een structurele daling van het aantal inwoners én het aantal huishoudens in een regio. In de periode 2010-2040 daalt in Drenthe het aantal inwoners met 3,4% en groeit het aantal huishoudens met 7,2%. Drenthe als geheel is dan ook geen krimpregio. In de acht plattelandsgemeenten ligt dit anders. Daar daalt het aantal inwoners met 19% en het aantal huishoudens met 6%. De plattelandsgemeenten in Drenthe zijn krimpgemeenten. In Aa en Hunze en Borger-Odoorn daalt het aantal inwoners niet met 19% maar met 23 tot 24%. Dat is een kwart van de bevolking. Vijf tot zesduizend inwoners minder, waarmee in elk van deze twee gemeenten een dorp ter grootte van Gieten of Nieuw-Buinen overbodig wordt.

Hoe ligt dit voor Emmen ?
De verwachting is dat ondanks dat op dit moment er relatief nog meer kinderen in het veenkoloniaal gedeelte worden geboren, dan op het zand, dat door het vertrekoverschot de krimp toch het hardst toeslaat in het veenkoloniaal gedeelte van Drenthe. Als in Borger-Odoorn de krimp 24% is, zal het voor het veengedeelte nog hoger liggen. Cijfers worden bijgehouden per gemeenten, meestal niet per delen van de gemeenten.
Om in Emmen de gevolgen van krimp goed in beeld te krijgen is het noodzakelijk om de daling van het aantal inwoners per dorp te bekijken. Dan zal voor Emmen blijken dat Emmen geconfronteerd wordt met een enorme daling van het aantal inwoners in het buitengebied. Deze krimp reduceert de groei van Emmen tot 0, terwijl Assen een stijging laat zien van 25%. In de buitendorpen van Emmen zullen dezelfde problemen (en kansen) ontstaan als in de andere twee Oost-Drentse gemeenten.

Alleen de provinciegrens onderscheidt het veenkoloniale deel in Oost Drenthe van de officiële krimpregio Oost-Groningen. Vrijwel alles wat het landelijk Topteam Krimp over Oost-Groningen heeft geschreven, zal ongetwijfeld ook van toepassing zijn op het veenkoloniaal gebied van Borger-Odoorn en Emen. Het Topteam Krimp onderzocht de krimpsituatie in Noordoost en Oost-Groningen. In haar rapport, schrijft het team over Oost-Groningen o.m.:
Er is sprake van een mismatch tussen vraag naar en aanbod van personeel.
De gevolgen van krimp voor het bedrijfsleven en de (voorziene) mismatch tussen vraag en aanbod dienen veel hoger op de agenda van het MKB te staan.
Versterking van de economie biedt kansen voor het behouden van hoger opgeleiden. Dit vereist gelijke gerichtheid van keuzes op de terreinen van onderwijs, arbeidsmarkt, werkgelegenheid, wonen en mobiliteit.

GroenLinks vindt dat:
de gemeente Emmen de verwachte daling van het aantal inwoners per dorp inzichtelijk moet maken voor de dorpen, zodat deze dorpen hun beleid daarop mee kunnen bepalen.
de gemeente Emmen faciliteiten moet bieden om onderwijs en verenigingen bij te staan in fusiebesprekingen met gelijksoortige organisaties.
het behoud van onderwijs in de dorpen belangrijker is dan de fusie van openbare en bijzondere scholen per richting.
de bouwambities voor nieuwe woningen moet aanpassen. Voor de gemeente Emmen ligt tot 2020 de ambitie 3000 woningen hoger dan op basis van de meest optimistische verwachtingen gerechtvaardigd is.
er geen nieuwe woonwijken moeten worden bijgebouwd: bouwen in dorpen en op vrijkomende locaties. Delftlanden niet uitbreiden maar inperken.
Bevolkingsontwikkeling, economische ontwikkelingen en de hoeveelheid te renoveren en beschikbare bedrijfsterreinen, maakt uitbreiding van bedrijventerreinen in en rond Emmen overbodig. Eerder teruggeven aan natuur en landbouw dan verder ontwikkelen.
Kleinschalige bedrijventerreinen rond dorpen moeten gestimuleerd worden en vooral vestiging in vrijkomende bedrijfslocaties in dorpen en in vrijgekomen boerderijen.


Kansen in Emmen
Iedere gemeente heeft zijn eigen sterke punten. Emmen zal de komende jaren moeten inzetten op het aantrekken c.q. stimuleren van hoogwaardige werkgelegenheid. Onze toekomst ligt in de kenniseconomie. Emmen heeft een aantal pluspunten boven de rest van Nederland. Arbeidsmoraal, genoeg ruimte en de aanwezigheid van veel HBO-opleidingen, om er maar eens een paar te noemen. We moeten gebruik maken van de mogelijkheden die we hebben, maar ook die we kunnen krijgen.

Emmen is door de provincie Drenthe aangewezen als plek waar windmolens gebouwd mogen worden. De voorkeur van de Provincie gaat uit naar het veenkoloniaal gebied in Emmen. Dat zouden we als gemeenschap moeten uitnutten en Emmen als bakermat van de Nederlandse ‘Green Energy-valley’ maken. We moeten de komende jaren zwaar inzetten op het aantrekken van bedrijven die in deze markt opereren, of uiteraard lokale initiatieven ondersteunen. Het voordeel van deze markt is dat er een aantrekkelijk arbeidsaanbod ontstaat voor hoger opgeleiden, maar zeer zeker ook voor de lager opgeleiden.

Een aantrekkelijke woon- en werkomgeving voor hoger opgeleiden heeft vele voordelen. Deze groep hecht groot belang aan een hoogwaardig voorzieningenniveau op cultureel en educatief vlak. Dit biedt tal van kansen voor werkgelegenheid: op cultureel gebied maar ook in de schoonmaak, het vervoer en de beveiliging. Maar ook hier geldt dat mensen uitgedaagd moeten worden. Mensen moeten kunnen zien waar het werk ligt. De ondernemerszin moet gestimuleerd worden.

De ondernemerszin in mensen stimuleren vraagt in de eerste plaats een ondernemender gemeente. Dit ontstaat allemaal niet vanzelf. Mensen willen in beweging komen maar moeten ook zien dat dit zin heeft. Een uitkering korten leidt niet vanzelf tot meer activiteit. Dat gaat uit van een verkeerd mensbeeld. Iedereen wil een zinvol leven leiden en iedereen ontleent zin aan het meedoen in het maatschappelijk verkeer. GroenLinks pleit op dit terrein voor een actievere rol vanuit de gemeente.

Inmiddels zijn er al vele voorbeelden van reïntegratie-trajecten waarbij niet de kennelijke noodzaak aanwezig lijkt te zijn om zinvol werk te bieden c.q. een zinvol traject naar werk te bieden. Gevolg is dat mensen die weer gemotiveerd moeten worden letterlijk van de ‘regen in de drup’ geraken. Wij stellen concreet voor om over te gaan op een vraaggerichte vorm van reïntegratie; eerst de vacatures en daar de mensen bij zoeken die toegeleid worden naar deze vacatures. Dat leidt tot succes. Natuurlijk zit daar een zeker risico in: geen vacatures - geen reïntegratietrajecten. Dat betekent echter wel dat we geen geld uitgeven aan ‘overbodige’ trajecten c.q. de mensen een traject laten volgen waarvan ze al bij voorbaat weten dat het tot niets leidt.

Andere kansen liggen in het Atalanta-project. Het grootste project uit de naoorlogse geschiedenis van Emmen. GroenLinks zet daar in op ‘sociale winst’, waarover wij een motie in de raad hebben ingediend in 2009. Met sociale winst bedoelen we dat de gemeente Emmen ervoor zorgdraagt dat bij grote aanbestedingen, zoals het Atalanta project, mensen die nu langs de zijlijn staan een kans krijgen en een vak kunnen leren én tegelijkertijd een fatsoenlijk inkomen verwerven. Zo verenigen we een tweetal zaken op een manier die écht hout snijden. Ervaringen in andere gemeenten heeft geleerd dat dit principe niet kostprijsopdrijvend werkt en zeker ook niet projectontwikkelaars afschrikt; integendeel. Wat ons betreft een vitaal instrument om meer Emmenaren aan het werk te krijgen en te houden.


Maar niet op zondag
Hoewel wij de economie een warm hart toedragen zijn er voor ons ook grenzen. Economie is een belangrijk onderdeel van onze maatschappij, maar er is zo veel meer wat het leven in Emmen aantrekkelijk maakt. Sport, kerkbezoek of gewoon een middagje lekker door de Drentse bossen kunnen wandelen bijvoorbeeld. Genieten van het wonen in Emmen. GroenLinks is tegen een algemene winkelopenstelling op de zondag. Voorkomen moet worden dat alle dagen van de week op elkaar gaan lijken en er geen dag meer zou zijn om tot rust te komen. Een dag in de week aandacht voor de andere zaken van het leven lijkt ons niet te veel gevraagd. Het leven is meer dan sneller, meer, harder. We moeten voorkomen dat we in een 24 uurs economie terechtkomen. Dat leidt tot sociale ontwrichting Dit houdt niet in dat we tegen een serie van koopzondagen per jaar zijn; zo lang het maar uitzonderingen blijven.

B. Sociaal beleid: meedoen mogelijk maken
Alle inwoners moeten de kans krijgen om mee te doen in de samenleving. Betaald werk hebben is hierbij heel belangrijk. Als mensen niet kunnen of mogen meedoen, dan zorgt dit ervoor dat zij minder kansen krijgen om zich te ontwikkelen en minder toegang hebben tot allerlei sociale en professionele netwerken. Dit kan leiden tot een sociaal isolement en een slechtere gezondheid. GroenLinks wil mensen niet afschrijven, maar ze een toekomst bieden. We kunnen vaak vroeg voorspellen met wie het later misgaat of wie niet op eigen kracht aan een baan zal komen. Het patroon dat men in bepaalde families generatie op generatie in armoede leeft, moet worden doorbroken. Dat vraagt om tijdig interveniëren.

De gemeentelijke sociale dienst speelt daarbij een belangrijke rol. GroenLinks is voor ruimhartige inkomensondersteuning, zodat mensen met een minimumuitkering of werkende armen zich niet uitgesloten hoeven te voelen en ook hun kinderen aan sport- en culturele activiteiten kunnen meedoen. De gemeente moet daarbij proactief zijn; niet pas in actie komen als mensen uit hun huis zijn gezet of diep in de schulden zitten. Dat vraagt om een gerichte benadering waarbij mensen persoonlijk worden opgezocht. De sociale dienst moet veel meer een ‘er op af-centrum’ worden.

Sociaal beleid mag niet louter een financieel vangnet zijn: mensen moeten vooral worden ondersteund om hun leven weer op orde te krijgen en een plek op de arbeidsmarkt te verwerven. Aan elke klant wordt daarom gevraagd hoe hij daarbij geholpen wil worden. De klant is de norm; de begeleiding wordt afgestemd op wat hij nodig heeft. Eén dag niet geïnvesteerd in mensen, beschouwen wij als een verloren dag. GroenLinks wil kansen creëren voor kwetsbare burgers. We weten uit allerlei onderzoek dat eenderde van de mensen die een bijstandsuitkering ontvangt nooit een reguliere betaalde baan kan krijgen. Het heeft geen zin om mensen met een beperking op te jagen tot topsport als ze dat niet kunnen; dan geven we ze liever breedtesport. Als rekening gehouden wordt met wat een cliënt wèl kan, dan ontstaan er ook veel meer mogelijkheden voor de mensen zelf èn voor de samenleving. Iemand die maar een paar uur per week kan werken, kan bijvoorbeeld getraind worden om vrijwilligerswerk te doen bij iemand die zorg nodig heeft. Cliënten aan de onderkant van de arbeidsmarkt worden zo alsnog bij de samenleving betrokken. Meedoen staat voorop: via arbeidsparticipatie of een andere vorm van maatschappelijke activiteit.

Meedoen met een beperking
Mensen met een beperking (fysiek/verstandelijk/psychisch) moeten de baas kunnen blijven over hun eigen leven: ze moeten actief kunnen deelnemen aan de samenleving. De gemeente ondersteunt hen om de belemmeringen die zij daarbij ondervinden weg te nemen. Het nieuw te vormen leerwerkbedrijf Zuidoost-Drenthe kan daarin een vitale rol spelen waarbij voor GroenLinks niet de winstgevendheid maar de zinvolheid van werk voorop dient te staan. Dit betekent echter geen vrijbrief om niet efficiënt te werken; integendeel. Maar wij zijn niet op voorhand tegen een substantiële bijdrage vanuit de Emmer samenleving.

Als voorwaarde aan deze bijdrage koppelen wij echter wél dat het leerwerkbedrijf Zuidoost-Drenthe terughoudend opereert op de markt. Doordat zij subsidie ontvangt kan er al snel een oneerlijke concurrentiepositie ontstaan ten opzichte van andere marktpartijen. Denkt u maar eens aan postbezorgers, bouwondernemingen en groenbedrijven. Eerder kiezen wij dan voor een out-sourcing constructie waarbijde werknemers van het leerwerkbedrijf Zuidoost-Drenthe ondergebracht worden bij andere bedrijven.

Vluchtelingen en asielzoekers
Erkende vluchtelingen moeten als nieuwkomers de Nederlandse taal leren. Daarnaast krijgen ze een aanbod voor reïntegratie of participatie. Dit meedoen in de maatschappij draagt bij aan een snelle integratie op de arbeidsmarkt. Asielzoekers hebben een onzeker bestaan in ons land. Ze verblijven voor korte of langere tijd onder sobere omstandigheden in grote asielzoekerscentra of terugkeerlocaties.

Ondanks plechtige beloftes vanuit Den Haag lukt het niet altijd om uitgeprocedeerde asielzoekers veilig te laten terugkeren naar hun herkomstland. Gemeenten krijgen dan te maken met illegale plaatsgenoten die, als ze niet kunnen terugvallen op alternatieve opvangvoorzieningen, op straat zwerven en soms slachtoffer worden van uitbuiting. Daarom vindt GroenLinks dat onze gemeente uitgeprocedeerden moet opvangen om te voorkomen dat ze als illegaal op straat belanden. De beschaving van een land is af te lezen aan de manier hoe het met de zwakkeren in de samenleving omgaat. De mens moet centraal staan; niet de regelingen. Desnoods zijn we voor bestuurlijke ongehoorzaamheid.


Daklozen opvang
Hoe we het ook wenden of keren: Emmen is een grote gemeente. Met ruim 100.000 inwoners betekent het helaas ook dat we een ‘grote-steden probleem’ hebben: dak- en thuislozen. De bestaande opvang binnen de gemeente is in Nieuw-Amsterdam. En dat terwijl dak- en thuislozen in de regel verblijven in de grootste plaats in onze gemeente: Emmen zelf. Daarom pleiten wij voor een permanente en volwaardige dag- en nachtopvang in het centrum van Emmen gekoppeld aan een uitgebreide hulpverlening die tot doel heeft om de mensen weer zo snel mogelijk van straat te krijgen en dat met de behandeling van de problemen waarmee mensen zitten onmiddellijk begonnen wordt.

C. Wijkvoorzieningen en leefbaarheid buitengebieden
De wijk of buurt is dé plek waar mensen elkaar ontmoeten en samenleven. Voor de leefbaarheid en de veiligheid in een wijk is niet alleen de fysieke structuur belangrijk, maar ook de verbanden tussen de bewoners. Voor het welbevinden van mensen is het belangrijk dat ze elkaar kunnen ontmoeten, elkaar kennen, invloed op hun omgeving kunnen uitoefenen en verantwoordelijkheid kunnen nemen. GroenLinks wil investeren in algemene voorzieningen, ontmoetingsplekken en ontplooiingsmogelijkheden. Mensen die kwetsbaar zijn krijgen extra aandacht, door ze te betrekken en aan te spreken op hun mogelijkheden, en ze te ondersteunen als ze het zelf niet redden.

Wijken leefbaar maken - en houden - kan ook gerealiseerd worden door het stimuleren van kleinschalige initiatieven in wijken, waardoor wijken weer leefbaarder worden door kunstenaars en startende kleinschalige ondernemers de mogelijkheid te bieden om in een soort van ‘kultuurhus’-achtige omgeving te werken. Maar ook door studenten (goedkoop) in een wijk te laten wonen, waardoor een wijk een aantrekkelijk, gemêleerd karakter krijgt. De studenten en de kunstenaars zouden dan bijvoorbeeld iets terug kunnen doen voor de wijk.

Emmen is een gemeente met veel buitengebied. Dit buitengebied heeft nu al te kampen met een zekere leegloop. Om dit voor een deel tegen te gaan pleiten wij voor een soepele toepassing van de regels als het gaat om boerderijen. Dat zijn nu in de eerste plaats woningen en dan pas ‘bedrijven’. Daarom vinden wij dat leegstand ten alle tijde voorkomen dient te worden; desnoods passen we de regels maar aan. Bewoning door niet-agrariërs, bijvoorbeeld de kinderen, is wat ons betreft te prefereren boven leegstand. Maar deze bewoning mag niet ten koste gaan van de omliggende boeren. Als het zo is dat een boerderij haar agrarische bestemming verliest en ‘gewone’ woning wordt, mag dit niet leiden tot een aanpassing van een eventuele stankcirkel. De nieuwe bewoners nemen niet alleen de lusten van een boerderij over, maar ook de lasten.

De leefbaarheid van het platteland in de gemeente Emmen kan een flinke impuls krijgen door bijvoorbeeld kinderopvang te realiseren, of de komst van zorgboederijen te stimuleren, of met dagrecreatie. Daar liggen wat ons betreft mogelijkheden naast het bestaande (agrarisch-economische) karakter van het buitengebied. Wij onderschrijven dan ook het idee van het in 2008 uitgekomen rapport van de werkgroep Landelijk Gebied van de NVM, om op het platteland de bedrijvigheid meer te stimuleren. Het past ook goed in het Europese plattelandsbeleid met het accent op versterking van de economische activiteiten.

Veel moet ingezet worden om de jongeren weer naar de buitengebieden te laten trekken in plaats van dat iedereen in de grote kernen van de gemeente gaat wonen. We moeten jongeren stimuleren om groen te gaan ondernemen. Bijvoorbeeld door zonnecollectoren en (kleine) windmolens te stimuleren op en nabij agrarische bebouwing. Het is goed om van duurzame energie een prioriteit te maken in de buitengebieden. Dat past in de filosofie van GroenLinks Emmen om van onze gemeente een ‘Green energy valley’ te maken. Groen ondernemen kan een geweldige positieve stimulans aan het platteland geven.

Daarnaast moet de gemeente Emmen duurzame innovaties stimuleren op het gebied van landbouw. Door de crisis zien we dat met name de tuinbouw in onze gemeente in zwaar weer verkeert. Samen de met boeren moet er een oplossing gevonden worden om deze problemen de baas te worden. De nadruk ligt wat ons betreft op duurzame, biologische alternatieven; zeker als men beziet dat biologische producten een alsmaar stijgend marktaandeel hebben waar (nog wel) een eerlijke prijs voor wordt betaald. Op die manier hopen we de dynamiek op het platteland terug te laten komen.

Nieuwe woningbouw in het buitengebied van de gemeente Emmen moet zich vooral concentreren in de bestaande dorpen. In de kleinere dorpen kunnen, ten behoeve van de behoefte van de lokale bevolking, gaten worden opgevuld met nieuwbouw. Hierbij moet aandacht worden besteed aan wonen voor jongeren (starters) uit het dorp zelf of de directe omgeving. Kleur en vorm moeten passen bij de bestaande huizen en in het landschap. Dit geldt ook, en vooral, voor agrarische bijgebouwen.


D. Jeugdbeleid: Kiezen voor jongeren
Emmen moet een fijne plek zijn voor kinderen. Ze moeten zorgeloos kunnen opgroeien: in een goede sfeer thuis, met voldoende speel- en sportruimte in de buurt en mogelijkheden om mee te doen in allerlei verenigingen. We willen ze hiertoe alle ruimte geven, ze serieus nemen en steun bieden, maar ook grenzen stellen en onacceptabel gedrag corrigeren. Het aanbod van de reguliere voorzieningen in Emmen waar kleine kinderen tot jongvolwassenen gebruik van maken moet worden versterkt. Kinderopvang, peuterspeelzalen, onderwijs, zorg en vrijetijdsvoorzieningen dienen zodanig op elkaar aan te sluiten dat ze tegemoetkomen aan de basisbehoeften van kinderen en hun ouders/opvoeders. Hoe meer dit het geval is, des te meer mogelijkheden hebben jeugdigen om positieve ervaringen op te doen die bijdragen aan hun welzijn en ontwikkeling. Die positieve ervaringen zijn voor alle kinderen goed, maar vooral voor kinderen in achterstandssituaties. Kinderen mogen er op rekenen dat de professionals die ze tegenkomen in opvang, onderwijs en allerlei buitenschoolse activiteiten in staat zijn te signaleren dat een kind problemen heeft en extra aandacht nodig heeft. Gespecialiseerde deskundigheid moet dan gemakkelijk ingeroepen kunnen worden om de reguliere voorziening te versterken of ondersteuning te bieden in de eigen leefomgeving.

Opvoeden is leuk. Toch zit iedereen wel eens met vragen over opgroeien en opvoeding. Hulp vragen en hulp krijgen moeten vanzelfsprekender worden. Een Centrum voor Jeugd en Gezin kan hier aan bijdragen, als jongeren en opvoeders voor informatie, voorlichting en hulp dichtbij huis terecht kunnen en het even herkenbaar en gemakkelijk toegankelijk wordt als het consultatiebureau nu. Kinderen zijn van groot belang voor de leefbaarheid van de gemeente. Daarom dient bij de inrichting van de openbare ruimte meer rekening gehouden te worden met kinderen. Straten horen veilig voor hen te zijn. Er moet ruimte voor jongeren worden gereserveerd en ingericht.

Een gemeente die vriendelijk is voor kinderen, is vriendelijk voor iedereen. Onze samenleving is steeds meer geneigd om jongeren die op straat ‘hangen’ als een probleem te zien. Wij beschouwen flaneergedrag van jongeren op straat als een normaal verschijnsel dat te maken heeft met hun behoefte om elkaar te ontmoeten. Jongeren horen die gelegenheid ook te hebben; de publieke ruimte is er immers voor iedereen. Soms gaat het hanggedrag echter gepaard met ernstige overlast voor de omgeving en onwettig gedrag. Dan is ruimte bieden niet langer gepast en is ingrijpen nodig. Niet alleen om de veiligheid in de wijk te verbeteren, maar ook om jongeren te leren hoe ze zich in de publieke ruimte moeten gedragen en om een verder afglijden in criminaliteit te voorkomen.

Jongeren weten zelf het best wat er leeft onder jongeren. Daarom moet de gemeente meer van hun deskundigheid gebruik maken, hen uitdagen zich in te zetten voor de samenleving, de eigen buurt of projecten waar jongeren zelf baat bij hebben. We willen ze meer verantwoordelijkheid geven. Participatie kan zo een antwoord zijn op de klacht van jongeren ‘dat er niets te doen is in Emmen’ en dat ze zich vervelen. Participatie vergroot hiermee ook de vrijheden van jongeren.

De toekomst van jongerenvereniging Blanco
Het is belangrijk dat de enige jongerenvereniging in het centrum van Emmen een eigen plek heeft en zelfstandig kan organiseren en programmeren zonder de buurt teveel tot last te zijn. Op de huidige plek is de aangenomen motie van 2007 nog niet volledig uitgevoerd en wij zullen er op toezien dat dit in de komende periode wel gebeurd. Het is voor jongerenvereniging Blanco noodzakelijk om zo snel mogelijk te kunnen professionaliseren en zicht te krijgen op een nieuwe locatie. De continuïteit en de professionalisering zijn de twee belangrijke punten voor de komende vier jaar. De stap naar een Poppodium voor Jongerencultuur moet zo klein mogelijk gemaakt worden door nu al een nieuwe structuur aan te brengen in de organisatie. We weten dat er veel jongeren en jongvolwassenen vertrekken uit Emmen en dat het cultureel klimaat hierin een hele grote rol speelt. Juist daarom is het belangrijk dat de vereniging weer een podium kan bieden voor artiesten en publiek. Vooral de beginnende artiesten hebben weinig mogelijkheden qua oefenruimte, opnamemogelijkheden en het belangrijkste: een podium om te beginnen. In het nieuwe podium is de zelfstandigheid een vereiste en als dit is gerealiseerd is er nog veel te verbeteren op cultureel gebied in deze gemeente, maar de jeugd en de popcultuur hebben dan eindelijk een plek.

E. Onderwijs: centrum voor brede ontplooiing
Onderwijs legt de fundamenten voor onze toekomst. Daarom is het belangrijk dat onderwijs àlle kinderen stimuleert om zich te ontwikkelen tot sociale, verantwoordelijke en zelfredzame burgers. Ons onderwijs moet jongeren, zeker uit een omgeving waar armoede en achterstellingheersen, kansen geven op vooruitgang. Juist deze jongeren raken nu verloren in een onderwijssysteem dat hen niet uitdaagt en niet helpt om het beste uit zichzelf te halen, maar henvroegtijdig voorsorteert op achterblijven. Onderwijs is wat betreft GroenLinks een (Rijks)overheidstaak. We kiezen principieel voor het openbaar onderwijs, niet gestoeld op religie. We willen onderwijs dat voor iedereen, ongeacht herkomst, sekse of sociale achtergrond, optimale kansen biedt zich breed en maximaal te ontplooien. Voorschoolse educatie en kwalitatief hoogwaardige kinderopvang moeten kinderen een goede start geven.

We willen dat alles op alles wordt gezet om te voorkomen dat jonge mensen in een spiraal van kansenarmoede terechtkomen. Veel scholen staan midden in de wijk. Er wordt niet alleen onderwijs gegeven, er is ook kinderopvang en er vinden allerlei naschoolse activiteiten voor jongeren en ouders plaats. Het onderwijs werkt hierbij samen met welzijns- en zorginstellingen, en steeds vaker ook met culturele en sportverenigingen.

Wij juichen deze Brede School-ontwikkeling toe, omdat dit bijdraagt aan de brede ontplooiing van kinderen. De Brede School kan zo uitgroeien tot een kindercentrum waar onderwijs, ondersteuning en vrije tijd samenkomen en waar de basisbehoeften van jeugdigen en hun opvoeders centraal staan. De gemeente moet dit stimuleren, door samenwerking en afstemming van allerlei instellingen te bevorderen en door schoolgebouwen hiervoor geschikt te maken (nieuwbouw/renovatie/vrijkomende schoollokalen). We willen inzetten op meer onderwijstijd door te investeren in verlengde schooldagprojecten. Alle mogelijkheden aanwenden om hier subsidies voor te krijgen en inhoudelijk uitdagende projecten te gaan draaien waarbij samenwerking tussen school, buurtwerk, naschoolse opvang wordt gestimuleerd

Op de lijst ‘zeer zwakke scholen’ van de onderwijsinspectie staan 7 scholen
(van de 99) die in onze gemeente liggen. Emmen is daarmee ongewild koploper met iets waarin je geen koploperwilt zijn. In april 2006 bracht de Inspectie van het Onderwijs in Nederland een rapportuit waaruit bleek dat 25 procent de basisschoolleerlingen groep 8 verlaat met een leesachterstandvan twee jaar. Daar moet verandering in komen. Samen met deze scholen moet er gekeken worden wat de mogelijkheden zijn om de scholen te ondersteunen c.q. te stimuleren om een kwaliteitsslag te maken in de organisatie. In Emmen loopt op dit moment het masterplan TAAL. Heel veel geld dreigt te gaan zitten in projectplannen schrijven en weinig vernieuwende ideeën: wij pleiten voor effectmeting, budgetcontrole, monitoring, presentatie… om op basis daarvan ook dit masterplan actueel te houden en eventueel bij te stellen en of te continueren.

Wij kiezen voor een optimaal onderwijskundig leiderschap; niet voor meer managers en bestuurslagen. Wat ons betreft is de wethouder in Emmen de baas over het onderwijs en dient daar nadrukkelijk rekenschap over af te leggen. Kies voor een sterker klassenmanagement.

Wij willen dat meesters en juffen hoge verwachtingen hebben van alle kinderen en dat alle kinderen optimale ontplooiingskansen hebben en zodoende een voor hen hoogst mogelijk niveau behalen (cognitief, sociaal en emotioneel). Blijkbaar wordt er op een groot aantal scholen verkeerd of niet effectief les gegeven. GroenLinks wil dat leraren hun handelen in de klas gaan afstemmen op wat de groep kinderen van hen vraagt. Hiermee bedoelen we dat ons inziens het niet ligt aan de kinderen maar dat de scholen onvoldoende inspelen op de veranderende onderwijsbehoefte. Wij willen ons sterk maken voor een sterker aanbod in basisvaardigheden. Maar spreken tegelijkertijd uit dat het onderwijsaanbod wel breder moet zijn dan een aantal beperkte doelen op het gebied van rekenen en taal: ook de kerndoelen van creatieve vakken, burgerschap en sociale integratie moeten worden nagestreefd en de resultaten daarvan moeten in kaart gebracht worden.

Wij willen dat alle kinderen in Emmen leren lezen, schrijven en rekenen en dat daarbij wetenschappelijk onderbouwde aanpakken worden gebruikt. Geen enkel kind mag meer de basisschool verlaten zonder een goede basisvaardigheid lezen, schrijven en rekenen. Behalve zorgvuldige en onderbouwde instructie, moet vooral ook worden gezocht en geëxperimenteerd met vormen die de motivatie en de betrokkenheid van de kinderen (en hun leraren en ouders) vergroot. GroenLinks wijst hier op aanpakken zoals die zijn ontwikkeld in stedelijke gebieden waarin kunst, natuur, techniek, spel en sport worden gekoppeld aan lezen, rekenen en schrijven. In onze gemeente zijn hiervan te weinig voorbeelden beschikbaar.

De gemeente is belast met de zorg voor het openbaar onderwijs. De belangstelling voor het openbaar onderwijs neemt in veel gemeenten af, met als gevolg: sluiting van locaties. In Nederland hebben ouders een vrije schoolkeuze: het recht om die school en onderwijsvorm te kiezen die zij voor hun kinderen het meest geschikt vinden. Om iets te kunnen kiezen, vinden wij een pluriform onderwijsaanbod van belang: dat is niet alleen bijzonder onderwijs, ook openbaar onderwijs en een differentiatie in onderwijsvisie (regulier, Dalton, Montessori, Freinet etc.). De afgelopen jaren is het aantal te zwarte of te witte scholen toegenomen. Veel scholen zijn geen afspiegeling van de wijk, door de veranderde bevolkingssamenstelling van de wijk en de schoolkeuze van witte ouders. Wij vinden dat geen wenselijke ontwikkeling. De school is namelijk niet alleen een leerplek, maar ook een ontmoetingsplaats waar kinderen leren samenleven. Witte en zwarte scholen bevorderen niet de integratie en bereiden kinderen onvoldoende voor op een diverse samenleving.

Leerlingenparticipatie
Jong geleerd is oud gedaan. Als we onze kinderen willen zien opgroeien tot burgers die het belangrijk vinden hun rol te spelen in onze democratie, moeten we er vroeg mee beginnen. Leerlingenparticipatie kan verschillende vormen krijgen: van leerlingenraden tot coaching door medescholieren, mentorschap of student ‘mediators’. Het belangrijkste is dat leerlingen weten dat ze op school gewaardeerd worden en er serieus naar hun ideeën en voorstellen wordt geluisterd. Leerlingen die dat gevoel hebben laten betere schoolprestaties zien. Bij het spel van de democratie hoort ook dat je leert jezelf (verbaal) te uiten, fouten (mag) maken, leert kritiek te geven en leert kritiek te ontvangen.



Extra steuntje in de rug
De meeste leerlingen leggen het traject van basisschool, voortgezet onderwijs en een vervolg opleiding zonder al te grote moeilijkheden af. Voor die groep moet de overheid blijven investeren in kwalitatief goed, uitdagend en gevarieerd onderwijs. Voor een kleinere groep leerlingen verloopt school moeizamer. GroenLinks wil ook deze leerlingen binnenboord houden. Het kan gaan om leerlingen met specifieke leerproblemen – bijvoorbeeld een taalachterstand – die extra aandacht nodig hebben, kinderen met een lastige thuissituatie dat tot leerproblemen kan leiden, maar ook kinderen en leerlingen die om uiteenlopende redenen op het voortgezet onderwijs of beroepsonderwijs voortijdig de school (dreigen) te verlaten. Voor deze kinderen is een extra inspanning nodig, op school en vaak ook thuis en in de wijk. GroenLinks staat daarbij voor het ideaal dat kinderen naar een school in de eigen wijk gaan. GroenLinks wil dat de gemeente met scholen afspraken maakt over het bevorderen van integratie en het voorkomen van segregatie. Het doel is dat kansrijke en kansarmere kinderen, zwart en wit, rijk en arm samen naar school gaan. Deze afspraken worden vastgelegd in de Lokale Educatieve agenda.

Jeugdbeleid in de wijk en in de school
Voor de toekomst wil GroenLinks dat de gemeente meer doet om ‘Centra voor Jeugd en Gezin’ te ontplooien. Nu weten we dat veel Centra voor Jeugd en Gezin absoluut niet uit de verf komen. GroenLinks pleit voor een goede koppeling tussen het jeugdwerk in de straat en in de wijk en de Centra voor Jeugd en Gezin. Daar zitten de professionals die weten wat er speelt op straat. GroenLinks heeft veel waardering voor de professionals in de kinderopvang, het onderwijs en de jeugdzorg. Samen met kinderen, ouders en professionals moet de gemeente komen tot een samenhangend beleid. GroenLinks vindt het belangrijk dat ondersteuning van onderwijs, kinderen en ouders zo dicht mogelijk in de wijk en rondom scholen wordt georganiseerd.

F. Sport: Emmen in beweging
Sporten is leuk en biedt ontspanning voor jong en oud. Sporten heeft ook een aantal andere voordelen. Zo krijgen mensen er meer sociale contacten door, zeker als ze zich als vrijwilliger voor een vereniging inzetten. Sporten is bovendien gezond. Niet iedereen sport of beweegt echter in voldoende mate. Vooral jongeren, ouderen, chronisch zieken, niet-werkenden, mensen met overgewicht en mensen van niet-Nederlandse herkomst bewegen te weinig. GroenLinks wil een sportieve levensstijl bevorderen door iedereen de mogelijkheid te geven om te gaan sporten. Omdat de meeste mensen zelf de weg naar commerciële sportaanbieders of reguliere sportverenigingen kunnen vinden, willen wij vooral de sportdeelname stimuleren van groepen die weinig aan sport doen. De gemeente kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren, in nauwe samenwerking met de sportverenigingen.

G. Kunst en cultuur horen erbij
Kunst en cultuur kunnen verrassen, stimuleren en inspireren; ze verrijken het leven. Cultuur is een van de belangrijke determinanten voor de aantrekkingskracht van een gemeente. Het zorgt ervoor dat Emmen zich kan onderscheiden ten opzichte van andere gemeenten. Cultuur is bij uitstek een middel waar we onze eigen identiteit als lokale gemeenschap tot uitdrukking kunnen laten komen en kan versterken. GroenLinks is trots op onze gemeente en hoe deze zich op cultureel vlak heeft ontwikkeld.

Emmen heeft een ongelofelijke culturele potentie. Juist daarom is het van belang dat er in Emmen een langdurige culturele visie wordt ontwikkeld. Het is immers goed toeven in een gemeente met een rijk en gedifferentieerd cultureel aanbod en een actief verenigingsleven. Een bloeiend kunstklimaat draagt bij aan een vitale en creatieve samenleving. Een samenleving die kritisch over zichzelf nadenkt om zich te kunnen vernieuwen en veranderen, kan niet zonder kunst die nieuwe perspectieven op de samenleving ontwikkelt. In een gemeente met een sterke culturele sector willen ondernemers bovendien graag investeren.

GroenLinks wil het culturele aanbod in Emmen versterken en ervoor zorgen dat zoveel mogelijk mensen hier aan deelnemen. Kunst en cultuur horen erbij! Uitgaven voor kunst en cultuur zijn voor GroenLinks geen sluitstuk van de begroting of afhankelijk van de economische ontwikkeling. Wie wil investeren in een gemeente, moet dus bereid zijn om te investeren in de cultuur die een gemeente met zich meebrengt. Dat begint met het onderkennen van het belang van kunst en cultuur voor de inwoners van Emmen.
Kunst en
Cultuur

motor van een levendige stad


Kleinschalige instellingen en initiatieven
GroenLinks wil aandacht geven aan de kleine instellingen en initiatieven. Deze initiatieven vormen een belangrijke spil in de culturele samenleving van nu, maar vooral van de toekomst. Nieuwe makers en jonge, frisse initiatieven die ontstaan vanuit de Emmense samenleving zijn interessant omdat ze direct vanuit die samenleving opereren. Meer dan de grote instellingen proberen ze in te spelen op de actualiteit van de stad. Deze initiatieven moeten de mogelijkheid krijgen om zich te ontwikkelen.

We willen zorgen voor financiële en facilitaire ondersteuning. Niet alleen ateliers, studio’s en werkplekken worden gecreëerd, maar er komen ook meer presentatiemogelijkheden en onderzoeksplaatsen. Kunstinitiatieven krijgen daardoor de mogelijkheid om kleinschalige projecten te realiseren. Nieuwe makers in Emmen moeten de mogelijkheid krijgen om hun talenten te ontwikkelen. Kleine, succesvolle initiatieven verdienen de kans om op een organische manier door te stromen naar plekken waar zij een groter publiek kunnen bereiken.

Een museum
Vrijwel alle 100.000 plus gemeenten in Nederland hebben een eigen (kunst)museum. Dat is ook nodig want een museum - aangevuld met galerieën - maken kunst en cultuur direct toegankelijk voor haar inwoners. En dat draagt weer bij aan het woongenot in een gemeente. Maar een museum heeft ook op toeristisch gebied een toegevoegde waarde. Het zorgt ervoor dat er nog meer redenen ontstaan om Emmen te bezoeken. Een museum hoeft niet groot te zijn of buitengewoon kostbaar: vernieuwend en innovatief moeten sleutelbegrippen zijn. Met nadruk op moderne kunst met een zekere hoeveelheid kunst uit de regio.


De Emmense Cultuur
Als je investeert in makers en instellingen die zich aandienen binnen Emmen, is het minder nodig om evenementen van buitenaf naar Emmen te halen. Emmense makers en initiatieven moeten worden gevolgd, gestimuleerd en ondersteund. Zo ontstaan vanzelf interessante culturele projecten en festivals die breed gedragen kunnen worden door de Emmense samenleving.
Het aanbod aan professionele en amateur-opleidingen in Emmen moet verder worden ontwikkeld. Cultuureducatie en amateurkunst moet als een belangrijke pijler van de culturele stad worden gezien. GroenLinks wil een partij voor Emmense kunstenaars zijn met een veelheid aan disciplines en culturele achtergronden. Tevens wil zij voorstellen voor innovatieve kunst- educatie die voortkomen uit de Emmense samenleving en zijn vele subculturen ondersteunen. Zo ontstaat een zichzelf vernieuwende culturele sector die kunst en cultuur in de Emmense samenleving integreert.

Een nieuw subsidiestelsel
Al ligt de nadruk op kleine initiatieven, het betekent niet dat GroenLinks grote instellingen niet belangrijk vindt. Zij zorgen voor een attractief en veelzijdig aanbod en laten de kwaliteit zien die in de diverse kunstdisciplines aanwezig is. Deze grote kunstinstellingen weten hun weg echter wel te vinden in de kunstwereld. Ze zijn belangrijk voor de stad, maar net zo belangrijk is de humuslaag, het cultureel potentieel. Nieuwe makers, kleine onorthodoxe instellingen, spannende galeries, experimentele festivals, gepassioneerde kunstamateurs, dat is de culturele humuslaag van Emmen. Om die te ondersteunen voldoet de huidige subsidiëring van Emmen onvoldoende. Dit systeem is vooral gericht op grotere instellingen, terwijl kleinere instellingen aanspraak kunnen maken op projectsubsidie. Met projectsubsidies alleen is het onmogelijk om een organisatie op te zetten. Daarom is een nieuwe manier van subsidiëren nodig, die kleinere instellingen in staat stelt om hun organisatie te professionaliseren. Zo’n systeem bevordert ook het cultureel ondernemerschap, een element dat in het huidige systeem niet echt van de grond komt.

H: Veiligheid: Preventie voor repressie
Iedereen, jong en oud, moet zich veilig voelen in Emmen. De lokale overheid hoort zich merkbaar in te zetten voor een veilige woon- en leefomgeving. Om dat te bereiken moet er op verschillende fronten meer gebeuren. Met alleen meer politie en hogere straffen komen we er niet. GroenLinks verzet zich tegen een eenzijdige nadruk op repressie; we willen meer aandacht voor het voorkomen van ellende. Het bestrijden van criminaliteit begint met preventie en voorlichting. De zorg voor openbare orde en veiligheid is primair een lokale aangelegenheid.

De bevoegdheden van de burgemeester zijn de afgelopen jaren verviervoudigd. Veiligheidsrisicogebieden, gebiedsontzeggingen, samenscholingsverboden, cameratoezicht en het preventief huisverbod zijn daar voorbeelden van. Daarbij is de zorg voor veiligheid binnen de gemeenten verschoven van de politie naar toezichthouders en buitengewone opsporingsambtenaren. De invoer van de bestuurlijke strafbeschikking zal de slagkracht van het lokaal bestuur verder versterken. Aan deze stille revolutie zit ook een keerzijde: de rechtsbescherming van de burger. De grens tussen een effectieve handhaving en de persoonlijke levenssfeer dient stevig bewaakt te worden.

Het waarborgen van de veiligheid is weliswaar een primaire taak van de overheid, maar de gemeente kan het niet alleen af. De inzet van meerdere partijen is hierbij nodig. Door wijkbewoners daadwerkelijk invloed op hun omgeving te geven, door het aanstellen van wijkbeheerders, wijkagenten en door het stimuleren van bedrijvigheid wordt de veiligheid in een wijk groter. Goede afspraken met woningcorporaties, politie, welzijnsorganisatie, middenstand en bewoners over onderhoud en beheer, en een actief toezicht op de naleving van regels en de bestrijding van overlast, dragen bij aan een veilige en schone omgeving. En als het toch echt fout gaat, dan moeten handhavers natuurlijk passend en professioneel optreden.

De taakverschuiving van politie naar toezichthouders behoeft in dit verband bijzondere aandacht GroenLinks is tegen maatregelen die indruisen tegen het recht van iedereen om zich vrij te bewegen in de publieke ruimte, zoals preventief fouilleren, het ophangen van camera’s en mosquito’s. We willen hiermee dan ook uiterst terughoudend omgaan. Sommige handhavingsinstrumenten kunnen als discriminatoir ervaren worden (samenscholingsverboden, identificatieplicht, gebiedsontzeggingen). GroenLinks waakt hiertegen. Om te zorgen dat iedereen kan participeren is een actief anti-discriminatiebeleid onontbeerlijk. GroenLinks vindt dat de politie daar aandacht aan moet besteden. In een diverse samenleving is dit noodzakelijk. Een op de vier vrouwen krijgt regelmatig te maken met geweld in de privé-sfeer, lees: mishandeling door de mannelijke partner. Op de lijst van dodelijke slachtoffers als gevolg van een onnatuurlijke oorzaak

staat huiselijk geweld, na verkeersongevallen, zelfs op de tweede plaats. Tijdig ingrijpen is hierbij geboden om de veiligheid van het slachtoffer en mogelijke kinderen te waarborgen. Wat betreft soft drugs: GroenLinks is voor gereguleerde en gecontroleerde verkoop. Soft on soft drugs, hard on hard drugs!

I: Internationale solidariteit: denk mondiaal, handel lokaal
In veel landen hebben mensen minder kansen op een goed leven dan in Nederland. De kloof tussen arm en rijk wordt zelfs groter. Ook worden de armste landen het meest getroffen door de gevolgen van de economische recessie en de klimaatcrisis. GroenLinks staat voor internationale solidariteit en sociale rechtvaardigheid. Wij vinden dat iedere wereldburger recht heeft op werk en een volwaardig inkomen, huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg en om in vrijheid het eigen leven te kunnen vormgeven. Om dit te bereiken is een herverdeling van macht en middelen nodig, en een eerlijke internationale handel. Hier ligt een belangrijke taak voor nationale regeringen, de Europese Unie, de Verenigde Naties en andere internationale organisaties. Maar ook gemeenten vormen hierbij een onmisbare schakel: op lokaal niveau kan iedereen bijdragen aan een sociaal, economisch en ecologisch duurzame wereld. De gemeente kan dat zelf doen en ook haar inwoners daartoe aanmoedigen.

We moeten in Emmen durven om over de eigen gemeente- en landsgrenzen heen te kijken. We kunnen een daad stellen. We kunnen laten zien dat we écht internationaal solidair kunnen zijn. Wij stellen dan ook voor om écht werk te maken van de stedenband. Ons voorstel is om een band aan te gaan met een stad in Palestina en in een ander land waar de mensenrechten in het gedrang zijn.

hoofdstuk 3
Wij willen een open gemeente

Open en pluriform
GroenLinks staat voor een open, pluriforme samenleving, waarin iedereen een zo groot mogelijke vrijheid heeft om te participeren en zich te ontplooien zonder discriminatie, racisme, seksisme of andere vormen van onderdrukking. Individualisering als proces van emancipatie zien wij als een positieve ontwikkeling. Het emancipatieproces is echter nog niet voltooid. Volgens de wet heeft iedereen gelijke rechten, maar in de praktijk is er nog vaak sprake van achterstelling en discriminatie op basis van iemands sekse, seksuele gerichtheid, leeftijd, handicap of etniciteit. Veel mensen ondervinden nog de knellende banden van religieuze of hechte culturele gemeenschappen die hen belemmeren om op hun eigen wijze te participeren in de samenleving. Anderen worden belemmerd door armoede en sociale achterstand.

GroenLinks vindt dat vrijheid geen schaars goed mag zijn voor geprivilegieerde mensen. Daarom zetten wij ons in voor de gelijkwaardigheid van mensen, zodat zij de kans krijgen om te emanciperen. Bij gelijke rechten en kansen hoort ook de plicht om de vrijheid van anderen te respecteren. Iedereen heeft de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst. Wij schrijven geen leefstijlen voor. In onze diverse samenleving staat GroenLinks voor een ideaal van moderne gemeenschapszin.

Dat betekent dat we ons verantwoordelijk voelen voor onze leefomgeving en dat we er ons bewust van zijn dat andere mensen er andere leefstijlen op na kunnen houden dan wijzelf. Gemeenschapszin betekent de acceptatie van verschil en het besef dat we samenleven met mensen die allemaal verschillende leefstijlen, achtergronden en opvattingen hebben. Dat biedt verbreding en verdieping van culturele kennis, nieuwe inzichten, en betrokkenheid bij maatschappelijke problemen. Het biedt ook mogelijkheden voor mensen om, zonder vervreemding, polarisatie en vrees, met elkaar in debat te gaan over allerlei onvermijdelijke tegenstellingen.

A. Diversiteit en emancipatie: verschil mag er zijn, uitsluiting niet
GroenLinks vindt dat de overheid emancipatie moet stimuleren door ervoor te zorgen dat het beleid voor álle burgers werkt. Daarom dient de gemeente in al haar beleid rekening te houden met verschillen tussen mensen, bijvoorbeeld in sekse, seksuele voorkeur, cultuur, leeftijd, handicap en sociaal-economische situatie - zonder daarbij te stigmatiseren; mensen in hokjes te stoppen. Door dit diversiteitsbeleid wordt de gemeentelijke dienstverlening meer op maat gesneden en daarmee kwalitatief beter. Er moet rekening worden gehouden met diversiteit om gelijke kansen voor verschillende groepen te bevorderen en discriminatie, sociale ongelijkheid en uitsluiting tegen te gaan.

Kortom, het gaat om gelijke behandeling. Daarom stimuleert de gemeente dat maatschappelijke organisaties (bedrijven, instellingen en verenigingen) werk maken van diversiteit en treedt ze actief op tegen intolerantie en discriminatie. Zelforganisaties en belangenorganisaties van kwetsbare groepen worden ondersteund.

We hebben alle groepen in onze samenleving nodig. Ook de allochtone jongeren: niemand mag de dupe worden van discriminatie bij het vinden van een stageplek. De gemeente roept het lokale bedrijfsleven op stageplekken aan te bieden en bemiddelt zo nodig tussen de scholen en het bedrijfsleven.

Emancipatie zien wij als een belangrijke strijd die nog steeds niet voltooid is. Met name onder allochtone vrouwen zien we dat daar nog veel te winnen valt. Natuurlijk respecteren wij ieders keuze en het recht op godsdienstvrijheid. Maar niemand mag onderdrukt worden in zijn of haar keuze uit naam van een geloof. We delen het standpunt dat Femke Halsema onlangs uitte:

”Ik geloof niet dat welke god ook kledingeisen stelt. Dat zijn de mannen geweest die het geloof uitleggen. Ik zie het liefst elke vrouw in Nederland hoofddoekloos en volstrekt vrij.”



hoofdstuk 4

Wij willen een democratische gemeente


Democratisch
GroenLinks staat voor een democratie die verder gaat dan het stemhokje. Een democratie waarin mensen worden aangemoedigd om zich verantwoordelijk te voelen voor de inrichting van de eigen samenleving. Burgerzin en gemeenschapszin ontstaan als mensen de kans krijgen om te participeren. Daarom willen we ook dat de gemeente haar inwoners waar mogelijk betrekt bij het beleid en burgers meer zeggenschap geeft over de inrichting van hun wijk; de verantwoordelijkheid voor de besluitvorming ligt echter bij de politiek. GroenLinks zet zich in de gemeentepolitiek in voor haar idealen.

Daarin krijgen we nooit precies wat we willen, omdat we altijd rekening moeten houden met de opvattingen en belangen van anderen. We zoeken naar compromissen om samen een stap verder te komen. Voorop staat dat het lokale bestuur toegankelijk en transparant is en met open vizier verantwoording durft af te leggen.

De overheid is van ons allemaal. Zij is geen machine die draait wat wij als individuen vragen, geen ‘roept u maar’-democratie. GroenLinks wil een overheid die borg staat voor het publieke belang en de rechten van minderheden beschermt. Dat betekent dat de overheid de eindverantwoordelijkheid moet hebben voor de toegankelijkheid, de betaalbaarheid en de kwaliteit van belangrijke algemene voorzieningen, zoals zorg, nutsbedrijven, volkshuisvesting en openbaar vervoer. Concurrentie en private initiatieven op deze terreinen zijn wenselijk om de publieke sector kostenbewust en klantgericht te laten werken, maar privatisering en verzelfstandiging mogen geen doel op zich zijn. In ons ideaal staan betrokken burgers en een verantwoordelijke overheid samen garant voor een democratische en duurzame ontwikkeling van particuliere welvaart en publieke dienstverlening.

A. Democratische participatie: betrokken burgers
GroenLinks wil dat het gemeentebestuur toegankelijk en transparant is. Duidelijk en daadkrachtig als het nodig is, maar ook aanspreekbaar en open voor suggesties en kritiek. Burgers zijn niet alleen klant van de overheid, wij willen ook dat ze zich medeverantwoordelijk voelen voor het gemeentebeleid en dat ze vertrouwen hebben in het lokale bestuur. Daarom moet de gemeente durven experimenteren met nieuwe vormen van zeggenschap en inspraak, zoals:

  • Burgerfora.

  • Meespreekrecht in commissies en raadsvergadering.

  • Vernieuwing gemeenteraad (beter aansluiten bij de burgers van Emmen).

  • Correctief referendum invoeren.


Tot slot


Wij doen een verkiezingsbelofte: een realistische kijk op vandaag en morgen. Wij maken geen gemakkelijke keuzes, maar realistische. Bij realistische keuzes horen óók eerlijke stellingnames. Dit programma is door ons geschreven op visie-niveau. Daar is bewust voor gekozen omdat met het op voorhand je visie vertalen naar ‘praktische punten’ je het risico loopt in het tijdsbestek van 4 jaar achterhaald te worden door de realiteit. Dan is het beter om je praktische invulling te kunnen bepalen op de momenten dat het écht nodig is; dát aan de hand van dit programma.

Vandaar dat we gekozen hebben om onze visie op Emmen te geven. Niet op alle onderdelen; daarmee zou er anders een boekwerk van behoorlijke omvang verschijnen. We hebben een selectie gemaakt waarbij we hebben gekozen voor standpunten die GroenLinks-leden en stemmers zal aanspreken.

Tóch hebben we ervoor gekozen om een aantal punten te noemen. Dat doen we in een aparte bijlage ‘programmapunten’. Want visie is mooi, maar sommige mensen prefereren toch liever praktische punten. Uit deze bijlage zullen we de komende tijd weer een klein aantal punten gaan kiezen (maximaal 10) die we als ‘speerpunten’ zullen gaan gebruiken in de verkiezingsstrijd.

GroenLinks is toekomstgericht en optimistisch. We bieden kansen voor iedereen, we staan middenin de samenleving. GroenLinks wil investeren in duurzaamheid door het creëren en stimuleren van duurzame groene banen, groen en sociaal horen bij elkaar. Dat is de kern van dit programma. Een groene en duurzame samenleving ligt niet ver in de toekomst. De mogelijkheid is er om er hier en nu mee te beginnen.



Kortom GroenLinks WERKT