Inleiding
In het eerste artikel van de
Nederlandse grondwet staat:
‘Allen die zich in
Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk
behandeld. Discriminatie wegens godsdienst,
levensovertuiging, politieke gezindheid, ras,
geslacht of op welke grond dan ook, is niet
toegestaan.’
Dit artikel is de weerslag van 400 jaar Nederlandse
cultuur. Voor GroenLinks is het ondenkbaar dat
hieraan getornd wordt. Respect voor de ander is een
kernwaarde van de samenleving en van iedereen mag
verwacht worden dat hij dit respect opbrengt, of hij
nu hier geboren is of als immigrant aangekomen.
GroenLinks keert zich tegen de verharding van de
samenleving. Daar waar misstanden en criminaliteit
heersen, grijpt GroenLinks dan ook niet meteen naar
‘harde maatregelen’, die alleen maar een nog hardere
tegenreactie oproepen. Dat betekent niet dat
GroenLinks niks doet als mensen ontsporen, maar wel
dat het voorkomen van problemen centraal staat.
Daarom ligt in dit verkiezingsprogramma een nadruk op
onderwijs, welzijn en veiligheid. Hoewel het met de
luchtkwaliteit in Emmen nog niet zo slecht gesteld is
als in andere delen van het land willen we voorkomen
dat het wél zo erg wordt. Daarom zijn we voor het
stimuleren van openbaar vervoer en fietsgebruik. Dat
is volgens GroenLinks niet alleen een manier om de
gezondheid van inwoners van de gemeente Emmen te
verbeteren, maar draagt ook bij aan een gemeente waar
het prettiger wonen en winkelen is.
Een prettige gemeente om in te wonen moet bovendien
beschikken over een woningvoorraad die is toegesneden
op de bevolking. Dat betekent meer invloed van
toekomstige bewoners op nieuwbouwplannen en meer
mogelijkheden om de woning zelf te ontwerpen. Die
woning moet staan in een aantrekkelijke omgeving.
GroenLinks pleit dan ook voor beter toegankelijke
groenvoorzieningen, meer speelgelegenheden voor
kinderen en meer sport- en ontmoetingsplekken voor
jongeren. Ook bij het realiseren hiervan moeten
wensen van omwonenden worden meegenomen. Om de vele
plannen voor Emmen kunnen realiseren, is een
opbloeiende economie verreweg de belangrijkste
voorwaarde; zeker in deze economisch onzekere tijden.
Meer precies: een economie die niet alleen omzet
genereert, maar dat doet door banen te scheppen. Werk
is immers cruciaal voor zowel integratie als welzijn.
Voor GroenLinks betekent dit een sterke inzet op de
erkende ‘banenmotor’ van Nederland, het midden- en
kleinbedrijf. Gebiedsontwikkeling rondom de A37 moet
verder ontwikkeld worden; de eerste resultaten zijn
zeer hoopgevend te noemen.
Om investeringen aan te kunnen trekken heeft Emmen
een bruisend woon- en werkklimaat nodig, waarin jong,
creatief talent goed gedijt. Kunst en cultuur spelen
daarbij een belangrijke rol: ze dragen niet alleen
bij aan een open sfeer in de gemeente en verbeteren
de gevoelens van welzijn en veiligheid, maar hebben
ook economische waarde. Ook hier pleit GroenLinks
voor het serieus nemen van de bevolking: meer
aandacht voor initiatieven die vanzelf komen
opborrelen. Die kosten minder en leveren
maatschappelijk meer op dan ideeën die van bovenaf
geparachuteerd worden.
Hoofdstuk
1
Wij willen een groene gemeente
Ecologische duurzaamheid
Groen is een mooiere kleur in onze omgeving dan het
grijs van asfalt en beton. Het is prettig leven als
er in Emmen voldoende parken en speelplaatsen zijn en
we kunnen ontspannen in mooie natuurgebieden. Rust,
lekker en gezond eten, fijn wonen en schone lucht
horen bij het goede leven. Groen maakt gelukkig!
Groen is een waarde waar we in ons eigen leven
allemaal het belang van inzien. Daarom staat
GroenLinks voor ecologische duurzaamheid. Dat
betekent dat we het milieu zo min mogelijk willen
belasten, zuinig omgaan met de beschikbare
natuurlijke hulpbronnen en dierenwelzijn belangrijk
vinden.
Ook zijn we zuinig op de groene ruimte en willen we
het landschap niet volbouwen met nieuwbouwwijken en
bedrijventerreinen. Daar hebben wij nu profijt van,
maar ook toekomstige generaties. Als er niets
verandert, zullen zij te maken krijgen met de
gevolgen van klimaatverandering en een verslechterde
leefomgeving. Om die redenen kiest GroenLinks voor
een ambitieus klimaatbeleid, voor openbaar vervoer en
fiets, voor milieuvriendelijke bedrijvigheid en voor
compact bouwen binnen de bebouwde kom. Door slim
beleid en innovatieve maatregelen kan de economie
duurzaam groeien. De gemeente kan daar op
verschillende manieren aan bijdragen. Vooral door
zelf initiatieven te nemen en samen met inwoners,
maatschappelijke organisaties en bedrijven te werken
aan een duurzame ontwikkeling. Want Emmen kan zoveel
groener!
A.
Klimaat- en energiebeleid dat het verschil maakt
De
toenemende energievraag, de eindigheid van de
voorraden fossiele brandstoffen, de stijgende
energieprijzen en de klimaatverandering/wereldwijde
klimaatcrisis vragen om een ander energiebeleid. Meer
ambitie van de politiek is hiervoor nodig. Niet
alleen van het kabinet, ook van gemeenten. En vooral
maatregelen die écht het verschil maken. Een aantal
gemeenten heeft daarom de afgelopen jaren een
duidelijke ambitie geformuleerd. Zij willen in 2030
‘klimaatneutraal’ zijn en streven naar een zo laag
mogelijk energieverbruik, gebruik van duurzame
energiebronnen en een zo gering mogelijke uitstoot
van broeikasgassen. GroenLinks heeft in 2007 een
motie ingediend - en deze is ook raadsbreed
aangenomen- die ervoor zorgt dat de gemeente Emmen in
2020 klimaatneutraal moet zijn. De ambitie ligt in
Emmen dankzij GroenLinks dus hoger.
Het lijkt pittig om deze doelstelling te halen. Maar
we moeten beseffen dat de gemeente dit niet alleen
kan. Dat kan de gemeente alleen sámen met burgers,
instellingen en ondernemers realiseren. De komende
vier jaar zetten we de eerste stappen naar dat doel,
met een breed scala aan concrete maatregelen.
GroenLinks Emmen zal zo nodig een aanjagersrol
blijven vervullen in dit debat.
De gemeente Emmen neemt wat ons betreft een
voortrekkersrol als het gaat om duurzame
energieopwekking; op alle gemeentelijke gebouwen
worden zonnepanelen geplaatst. Maar ook in de
gebouwen van de gemeente zelf moet het
milieuvriendelijker worden. Verwarming en verkoeling
kan prima door gebruik te maken van aardwarmte. De
gemeente kiest ervoor om zo veel mogelijk LED-lampen
te gebruiken in plaats van gloeilampen of TL-buizen.
Milieu
is niet alleen een kwestie van zelf doen. Het
betekent ook de burgers stimuleren om te investeren
in energiebesparende maatregelen. Daar gaat de
gemeente Emmen actief aan meewerken door kosten en
kennis te delen met de inwoners. Ook het
bedrijfsleven moet innoveren. Sterker nog, de
gemeente Emmen moet een actief beleid ontwikkelen
waardoor de gemeente Emmen een ‘Green energy valley’
wordt; een aantrekkelijke gemeente voor bedrijven die
zich bezig houden met innovatieve techniek en op het
gebeid van milieu en energieopwekking. Daarin moeten
de bestaande bedrijven in Emmen een sleutelrol
spelen. Ook moet er samenwerking gezocht worden met
diverse onderwijsinstellingen om nieuwe ideeën onder
studenten onder te kunnen brengen bij de bedrijven in
Emmen; te denken valt bijvoorbeeld aan een
samenwerkingsverband tussen de Universiteit Twente en
Emmen waarbij de Hogescholen in Emmen betrokken
kunnen worden.
B.
Milieuvriendelijke mobiliteit: ruim baan voor fiets
en OV
De
groei van onze mobiliteit lijkt een nauwelijks te
keren ontwikkeling. GroenLinks realiseert zich dat
zonder de auto onze maatschappij niet meer kan
functioneren en zeker op het platteland onmisbaar is
geworden. De inwoners uit de dorpen zijn veelal
afhankelijk van hun auto; het openbaar vervoer is
(nog) niet een alternatief.
GroenLinks Emmen zet in op beter, en vooral slimmer
openbaar vervoer. Er zal altijd ruimte moeten blijven
voor de auto. Echter, een groot deel van de
aantrekkelijkheid van Emmen als woongemeente is
gebaseerd op het feit dat we hier nog betrekkelijk
‘autoluw’ kunnen leven. Het grote probleem om het
openbaar vervoer kostendekkend te krijgen is het
gegeven dat veel van het busvervoer gedaan wordt met
traditionele bussen; groot en pas effectief wanneer
een groot gedeelte van de stoelen gevuld zijn met
passagiers. In de uren dat het aanbod minder is maakt
men op sommige lijnen gebruik van een busje met een
beperkt aantal zitplaatsen. Deze constructie lijkt op
het oog effectief maar het heeft een aantal nadelen:
het is niet flexibel;
er moeten meerdere type’s voertuigen worden
aangeschaft;
grote bussen hebben soms moeite om door de smalle
straten te manoeuvreren;
de verschillende voertuigen worden niet efficiënt
ingezet waardoor de totale prijs van het vervoer
stijgt.
Groenlinks wil daarom naar betere vormen van openbaar
vervoer. Een goed voorbeeld, wat het overwegen waard
zou kunnen zijn is het het Busje Plus. Het is een
constructie van de Zwitserse firma Hess, die het
´Buszug´ (bustrein) noemt. Kort gezegd is een Busje
Plus een minibus met aanhanger. Hoewel er in principe
meer zitplaatsen in kunnen, is het aan te bevelen in
verband met de grens aan het rijbewijs B, voor 8
zitplaatsen in de bus.
In de aanhanger levert Hess 12
zitplaatsen en 7 staanplaatsen.
Betere
treinverbindingen
Ook voor
de treinverbindingen zet GroenLinks Emmen ambitieus
in. Zo zijn wij voorstander van het doortrekken van
het spoor naar Ter Apel. Daarmee ontstaat er een
natuurlijke ‘ring’ in Noord-Nederland en zijn
reizigers uit onze gemeente niet meer van óf de auto
óf de Q-liner afhankelijk als men naar
Groningen/Leeuwarden wil. Bovendien heeft dit als
tweede zeer belangrijke voordeel dat het de Groningse
veenkoloniën naar het zuiden ontsluit. Ook moet er op
termijn een rechtstreekse spoorverbinding naar
Meppen, Niedersachsen komen om daarmee een
hoogwaardig alternatief te creëren voor de auto.
Goederenvervoer heeft over deze lijn geen prioriteit;
dat kan prima via Coevorden of Veendam afgehandeld
worden. Daardoor kan de aanleg van beide tracés
goedkoop plaatsvinden; men kan kiezen voor een
zogenaamde lightrail verbinding. Op deze manier,
gecombineerd met de A37, ontwikkelt Emmen zich als
vervoersknooppunt in de Zuidoosthoek. Daarmee
voorkomen we dat Emmen in de nabije toekomst een
bereikbaarheidsprobleem gaat krijgen; sterker nog, we
lossen op deze manier een stuk van het ‘isolement’
van Emmen op.
Het grootste deel van de verreden autokilometers
bestaat uit kleine ritjes. De afstanden in Emmen naar
scholen en winkels zijn zo kort dat de meeste mensen
hiervoor niet persé de auto hoeven te gebruiken. Met
de fiets kan het ook, vaak zelfs sneller. De
oplossing ligt daarom in het selectiever kiezen van
het juiste vervoermiddel per bestemming en in gebruik
van andere vervoermiddelen dan de auto voor
woon-werkverkeer en voor winkel- en recreatief
verkeer (een meersporenaanpak).
C. Behoud en versterk de groene ruimte
Overal
wordt geknabbeld aan de open groene ruimte: voor
wegen, woningen en bedrijventerreinen. Veel oud
agrarisch cultuurlandschap verdwijnt door
grootschalige landbouw. Ons landschap wordt
eenvormiger, versnippert en verrommelt. Tegelijk
hebben we open groengebieden (parken, bossen,
natuurgebieden en recreatieterreinen) nodig om te
spelen, te luieren, te sporten – voor onze dagelijkse
ontspanning. En even belangrijk: grote aaneengesloten
natuurgebieden zijn van vitaal belang voor behoud van
een grote verscheidenheid van planten en dieren.
GroenLinks wil de groene ruimte in de gemeente Emmen
behouden én versterken. De gemeente kan daar een
belangrijke rol bij spelen. Allereerst door de
beschikbare ruimte binnen de bebouwde kom efficiënter
te gebruiken. Door op bouwlocaties slimmer en
compacter te bouwen (inbreiplannen) realiseren we
meer woningen zonder dat dit meteen ten koste hoeft
te gaan van groen. Ook de ruimte op
bedrijventerreinen kan veel beter worden benut. In
alle gevallen geldt: hoogbouw moet ook een hoge
beeldkwaliteit hebben. Als we met onze buurgemeenten
afspraken maken over waar en wat er gebouwd wordt,
dan kan veel meer open gebied open blijven.
D.
Een schone gemeente
Een
groene gemeente is ook een schone gemeente. We
ergeren ons allemaal aan de hondenpoep, het zwerfvuil
op straat en in het groen, rondslingerend huisvuil en
graffiti. GroenLinks Emmen hecht veel aan de
bestaande situatie waar er prima afspraken zijn
gemaakt voor het onderhoud. Dat heeft als resultaat
dat het groen in Emmen goed onderhouden is; veel
aandacht is er voor het milieuvriendelijk verwijderen
van onkruid. GroenLinks ziet echter nog mogelijkheden
om in de buitendorpen de kwaliteit wat op te
schroeven. Juist in de buitendorpen is de beleving
dat er minder aan het groen gedaan wordt dan in de
kern. Dat kan wat ons betreft beter. Maar we hebben
grote waardering voor de bestaande inzet van mens en
middelen door de gemeente en ondersteunen het huidige
beleid ten volle.
E.
Afval scheiden loont
We
produceren veel afval met elkaar. De hoeveelheid
huisvuil die wordt ingezameld neemt jaarlijks toe.
Veel afvalsoorten kunnen we al gescheiden aanbieden,
maar het niet-gescheiden restafval vormt nog steeds
de grootste afvalstroom. Door een betere scheiding
kunnen we afval als grondstof voor nieuwe producten
gebruiken. Dat is goed voor het milieu. Door allerlei
milieu-eisen wordt de inzameling en verwerking van
afval steeds duurder. Deze kosten worden aan de
bewoners doorberekend via de afvalstoffenheffing.
Gescheiden inzameling leidt tot lagere
verwerkingskosten. Afval scheiden loont dus. Daarom
wil GroenLinks het de burgers zo gemakkelijk mogelijk
maken om hun afval te scheiden.
Per 1 januari 2010 scheiden we het plastic van het
gewone afval. Iets waar GroenLinks Emmen al jaren
voor gestreden heeft. Een goede ontwikkeling vinden
wij. Maar er kan nog meer. Het inleveren van grof
vuil bijvoorbeeld is gebonden aan een 300 kilo grens.
Veel inwoners klagen hierover dat het té weinig is.
Het gevolg is dat daardoor veel grof afval op
‘creatieve manieren’ gestort wordt. Wij pleiten dan
ook voor het optrekken naar 400 kilo. Die ruimte is
er, en op deze manier zorgen we ervoor dat dit afval
niet in de bermen of in onze bossen terecht komt.
We moeten ervoor zorgen dat de burger zich meer
afval-bewust wordt. Dat betekent dat er meer
bewustzijn bij de burger moet ontstaan over hoeveel
afval we nu dagelijks ‘produceren’. We moeten gedrag
dat ervoor zorgt dat er afval bespaard wordt
stimuleren. Wij willen een slim systeem waarbij
mensen gestimuleerd worden op een goede wijze met
afvalstromen om te gaan (b.v. DIFTAR, pilots met
bronscheiding bij winkels etc.)
F.
Naar een duurzaam waterbeheer
De
manier waarop we in Nederland met water omgaan is
niet toereikend voor de toekomst. Zeker als de
gevolgen van klimaatsverandering, zeespiegelstijging
en verdergaande bodemdaling moeten worden opgevangen.
Er is nog té veel sprake van technisch beheer,
terwijl het hoog tijd is voor een ander waterbeleid.
GroenLinks vindt dat de gemeente moet streven naar
een gezond watersysteem gebaseerd op integraal
waterbeheer. Daarom moet de gemeente een waterplan
maken, samen met het waterschap en dat afstemmen met
de buurgemeenten. Uitgangspunten voor dat plan zijn:
Overeenkomstig het advies van het Nationaal
Bestuursakkoord Water
(NBW), het vasthouden van water:
‘genoeg’ maar niet te veel of te weinig water van
goede kwaliteit (droge voeten houden, maar verdroging
tegengaan!).
Water wordt meer dan voorheen onderkend als een
ordenend principe bij de ruimtelijke plannen en het
wijkbeheer.
Water wordt benut voor versterking van de natte
natuurwaarden.
Met omliggende gemeenten, het waterschap Velt en
Vecht, de provincie, Rijkswaterstaat en de
Waterleidingsmaatschappij Drenthe wordt samengewerkt
om een duurzaam en integraal waterbeheer te
realiseren.
G.
Werk maken van dierenwelzijn
Dieren
worden vaak als producten gezien en behandeld,
slechts bedoeld voor ons als voeding. Zij hebben
echter ook een bewustzijn en gevoel en hebben mede
daarom recht om met respect behandeld te worden. Dit
betekent dat zij rechten hebben om zoveel als
mogelijk in een omgeving te leven die voor hen
natuurlijk is. Dat betekent dat paarden en koeien
buiten moeten kunnen grazen, varkens moeten kunnen
wroeten en kippen moeten kunnen scharrelen.
GroenLinks wil opkomen voor de rechten van de dieren
daar waar deze geschonden worden. Ook honden en
katten hebben recht op onze aandacht. Dieren die door
hun bezitters niet langer verzorgd kunnen worden
moeten goed opgevangen worden. Mensen die dieren
mishandelen of verweesd achter laten dienen
opgespoord en bestraft te worden. Op grond van haar
verordenende bevoegdheid (art. 149 Gemeentewet) kan
de gemeenteraad regels stellen m.b.t. het welzijn en
de bescherming van dieren, mits hiermee niet in
strijd wordt gehandeld met wet- en regelgeving van
hogere overheid. De overheidsorganen hebben met het
oog op een adequate vervulling van hun (deel)taken
een zekere vrijheid van handelen nodig. Dit betekent
dat voor de gemeentebesturen op diverse terreinen van
bestuurszorg een zekere beleidsvrijheid bestaat. Deze
beleidsvrijheid is in de afgelopen decennia door de
toename van nieuwe overheidstaken zowel in breedte
als in diepte toegenomen.
GroenLinks Emmen heeft deze mogelijkheid aangegrepen
om zich hard te maken voor dierenwelzijn. Dankzij
GroenLinks is er een notitie ‘zorg voor dieren’ tot
stand gekomen (2006).
Vervolg daarvan is de nota zorg voor dieren in het
openbaar gebied. Maar we zijn er nog niet. Een aantal
zaken, die nu nog niet geregeld zijn, liggen nog op
ons te wachten zoals:
-
geen intensieve veehouderijen in de gemeente (megastallen);
-
inzetten op dierenwelzijn in het nieuwe dierenpark;
-
geen circussen met levende dieren in de gemeente.
Op dit moment heeft de Provincie Drenthe al de principe-uitspraak gedaan dat de ‘mega-stallen’ niet in Drenthe passen. Daarmee is er een uitstekende basis gelegd om de discussie te starten over een verbod op megastallen in Emmen.
Hoofdstuk
2
Wij
willen een sociale gemeente
Sociaal
en solidair
GroenLinks streeft naar een
solidaire samenleving, waarin welvaart en middelen
eerlijk verdeeld worden. Wij willen dat iedereen mee
kan doen aan de samenleving en optimale kansen heeft
om zich te ontplooien en zijn leven zelf vorm te
geven. We streven ernaar dat zoveel mogelijk mensen
aan de slag komen. Werk geeft niet alleen inkomen,
het draagt bij aan emancipatie, het geeft iemand ook
zelfvertrouwen en een positie in de samenleving. We
gaan daarbij uit van ieders eigen
verantwoordelijkheid, maar hebben ook oog voor het
verschil in mogelijkheden. GroenLinks wil mensen
sterker maken. Onze visie op jeugd en onderwijs en
onze sociale politiek zijn daarop gericht. Alle
kinderen verdienen een goede start met hoogwaardige
kinderopvang en goed onderwijs dat achterstanden
wegwerkt en talenten ontwikkelt. Het is funest voor
hun kansen als kinderen opgroeien in armoede.
Armoede willen we bestrijden met een ruimhartig
minimabeleid, maar vooral door sociaal-economische
participatie te bevorderen: mensen ondersteunen bij
het vinden van werk of een andere maatschappelijke
activiteit. Op de woningmarkt moet meer betaalbare
woonruimte beschikbaar komen: er is meer keuze nodig
voor jongeren en jonge gezinnen met een laag inkomen.
Dat geldt ook voor ouderen die zorg nodig hebben,
maar zelfstandig willen blijven wonen. Een volwaardig
inkomen, goed onderwijs, passende huisvesting en een
veilige woon- en leefomgeving zijn belangrijk. Ook
sport, kunst en cultuur horen wat GroenLinks betreft
in dat rijtje thuis. Ze verrijken het leven. Daarom
willen we dat zoveel mogelijk mensen hiermee in
aanraking komen. GroenLinks kijkt verder dan de
gemeentegrens. We willen ook op lokaal niveau
bijdragen aan een sociaal, economisch en ecologisch
duurzame wereld.
A.
Economie: stimuleer ondernemerschap en innovatie
GroenLinks staat voor een groene
en vitale ontwikkeling van de economie, óók in Emmen.
Dat is goed voor de werkgelegenheid en de
leefbaarheid. De gemeente heeft geen directe invloed
op de economische dynamiek. Die wordt primair bepaald
door factoren als goed ondernemerschap,
productiviteit en innovatievermogen. Ook andere zaken
spelen mee: de beschikbare ruimte, de ligging en
bereikbaarheid, de beroepsbevolking en arbeidsmarkt,
de woningmarkt en andere kwaliteiten van de
leefomgeving, zoals sociale en culturele
voorzieningen. Dat wil niet zeggen dat de gemeente
moet wachten op wat ondernemers doen. Ze kan het
ondernemerschap stimuleren door een snelle
dienstverlening aan nieuwe bedrijven, het aanbieden
van geschikte bedrijfsruimte, het stimuleren van
initiatieven die positief zijn voor de lokale
economie en het onderhouden van goede contacten met
het bedrijfsleven. Een actief beleid is nodig,
waarbij de potentiële mogelijkheden in de gemeente
optimaal worden benut.
Het dubbele gezicht van de arbeidsmarkt
In 2008
verscheen het rapport van de Commissie Bakker. Dit
rapport vestigde de aandacht op de gevolgen van de
vergrijzing voor de arbeidsmarkt en voor het
financiële draagvermogen van de sociale zekerheid.
Arbeid zou schaars worden. Inmiddels is de aandacht
helemaal verschoven naar de economische crisis en de
oplopende werkloosheid. Het is nu alle hens aan dek.
In 2010 zouden er maar liefst 100.000 werklozen
bijkomen, waardoor eind 2010 753.000 mensen zonder
baan zouden zitten. Ook voor 2011 zijn de
vooruitzichten weinig positief. De werkloosheid zal
dan weliswaar minder snel toenemen, maar toch zouden
er ook dat jaar nog 24.000 werklozen bijkomen.
Met name de jeugd, oudere werknemers en allochtone
werknemers behoren tot de grootste risicogroepen. Op
gemeentelijk niveau is vooral het risico van
oplopende jeugdwerkloosheid een belangrijk
aandachtspunt omdat hier de problematiek van de
aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt sterk
speelt. Toch zijn er ook nog steeds veel moeilijk
vervulbare vacatures (198.000 eind 2008) en in
sectoren als onderwijs en gezondheidszorg worden de
komende jaren grote tekorten in personeel voorzien.
We moeten daarom ook stimuleren dat met name een
instroom plaatsvindt in de zorg. De gemeente moet
actief beleid ontwikkelen om werklozen te laten
instromen als verzorgende niveau 3 of verpleegkundige
niveau 4.
Participatie
Veel
mensen staan nog aan de zijlijn. In het geweld van de
economische crisis en de urgentie van maatregelen om
de gevolgen daarvan in te dammen, moeten deze
groepen, de mensen die al veel te lang aan de kant
staan, niet vergeten worden. Uit onderzoek van de
Raad voor Werk en Inkomen
blijkt dat leeftijd de grootste
factor vormt voor het risico om langdurig in een
uitkering te verblijven. Het zittende bestand in de
WWB bestaat vooral uit mensen die 45 jaar en ouder
zijn: meer dan 50 procent, terwijl deze groep maar
een kwart van de instroom in deze regeling
vertegenwoordigt. Een laag opleidingsniveau komt daar
nog eens als extra risicofactor bovenop. Relatief
veel ouderen die langdurig in de bijstand verblijven
zijn van autochtone afkomst.
Motivatie is een belangrijke factor, zo blijkt uit
onderzoek van het UWV : snelle werkhervatters zijn
gemotiveerder en verrichten meer inspanningen om een
baan te vinden dan langdurig werklozen. Maar naast
willen is ook kunnen van belang. Veel langdurig
werklozen hebben ervaring in beroepen waar geen vraag
meer naar is. En een kwart van de langdurig werklozen
ervaart beperkingen in het werkvermogen. Dit kunnen
belemmeringen in gezondheid zijn maar ook sociale
factoren zoals financiële problemen en
zorgtaken.
De kracht van combineren
Middelen
zijn schaars. De vrij besteedbare ruimte op een
gemeentebegroting is bescheiden. En we gaan er vanuit
dat er de komende jaren voor lokaal
arbeidsmarktbeleid niet veel extra geld beschikbaar
zal zijn. Het is daarom de kunst om de middelen die
er zijn, zo slim mogelijk in te zetten. GroenLinks
wil daarom combinaties maken en potentieel aanboren.
Waarom mensen aan de zijlijn laten staan met een
uitkering als er nog zoveel nuttigs te doen valt?
Vooral in de dienstverlening. Sectoren als zorg en
onderwijs komen handen tekort en dit wordt de komende
jaren alleen maar erger. Ook in de persoonlijke
dienstverlening en in het stadsonderhoud is er veel
werk. De kunst is om dit te organiseren. Investeren
op nieuwe projecten, verhogen van samenwerking met
ketenpartners e.d. is waar GroenLinks voor staat.
Daarmee combineren we de schaarse middelen op een
slimme manier.
Ruimte
voor elan en ondernemerszin
De
meeste oplossingen zijn allang bedacht. Alleen zijn
het vaak eilandjes. Dit terwijl de kracht en
duurzaamheid vaak in de samenhang zit. Veelbelovende
initiatieven verzanden vaak en andere initiatieven
komen niet eens uit de klei. Organisaties werken soms
langs elkaar heen. De overheid is niet de oplossing
voor alle problemen, maar hetzelfde geldt voor het
maatschappelijk middenveld en de markt. De combinatie
van overheid, markt en maatschappelijke organisaties,
maar vooral de creativiteit en ondernemerszin van
individuen wél! GroenLinks wil ruimte bieden voor het
elan van individuen om zich in te zetten voor de
dingen die het leven waardevol maken. Werken aan
jezelf en tegelijk aan je omgeving – vaak op kleine
schaal: in de wijk, in organisaties waar mensen in
het dagelijkse leven mee te maken hebben zoals de
school van de kinderen of het verzorgingstehuis aan
de rand van de wijk.
Geluk is niet in een grote SUV rondrijden. Geluk is
wel zien dat je kinderen in een groene omgeving
opgroeien; een schone en veilige omgeving. Geluk is
je overburen kennen en een vriendelijk woord krijgen
als er iets te vieren valt. Geluk is dat je omgeving
meeleeft als je iets of iemand verloren hebt.
Buurtonderhoud en veiligheid op straat kan sterk
verbeteren met een veel grotere inzet van mensen. In
de persoonlijke dienstverlening zoals de
boodschappenservice, kleine reparaties en onderhoud
aan de woning en vervoer binnen de wijk is er veel
onvervulde behoefte aan diensten. Twee voorbeelden:
een boodschappenbezorgdienst voor mensen met een
zwakke gezondheid en een kleine portemonnee en een
fietstaxi-netwerk in de wijk met eventuele
overstapfaciliteiten op het gemeentevervoer voor
mensen die verder weg willen.
Daar is ook geld voor want binnen de
gemeentebegroting bestaat er de mogelijkheid om
bijvoorbeeld uitkeringsgeld veel actiever in te
zetten. Je kunt mensen elke maand een bedrag
overmaken maar je kunt hen ook uitdagen om iets voor
de gemeenschap terug te doen. Natuurlijk binnen hun
grenzen en mogelijkheden. Maar mensen bloeien op
wanneer ze zien dat ze betrokken worden bij de
gemeenschap en zien dat ze een meerwaarde leveren.
Het credo moet zijn: “We hebben u nodig!” Niet: “U
moet!” Mensen voelen zich dan meer thuis in de
gemeente Emmen. Dit geldt zeker ook voor nieuwe
Nederlanders. Die zijn vaak al van huis uit gewend om
de handen uit de mouwen te steken en betrokken te
zijn in het economische en sociale verkeer.
Krimp
in Emmen
Krimp heeft
gevolgen voor het voorzieningenniveau, voor de
woningbouw en voor het economisch perspectief van de
regio. Dit laatste wordt met name gevoeld door
waardeverlies van het onroerend goed. Ondernemers
merken het ook aan minder aanbod van arbeidskrachten
en aan een nog groter verlies aan HBO opgeleiden. Het
zijn immers de hoger opgeleiden die de meeste kansen
hebben en nemen om weg te trekken. De detailhandel en
lokaal gerichte dienstverlening ziet een afname in
omzet, tenzij zij zich sterk richten op de ouderen in
de samenleving. Krimp kun je niet tegenhouden met
meer woningen te bouwen. Krimp is niet te stoppen.
GroenLinks kijkt liever naar de kansen die krimp kan
bieden.
Krimp is een structurele daling van het aantal
inwoners én het aantal huishoudens in een regio. In
de periode 2010-2040 daalt in Drenthe het aantal
inwoners met 3,4% en groeit het aantal huishoudens
met 7,2%. Drenthe als geheel is dan ook geen
krimpregio. In de acht plattelandsgemeenten ligt dit
anders. Daar daalt het aantal inwoners met 19% en het
aantal huishoudens met 6%. De plattelandsgemeenten in
Drenthe zijn krimpgemeenten. In Aa en Hunze en
Borger-Odoorn daalt het aantal inwoners niet met 19%
maar met 23 tot 24%. Dat is een kwart van de
bevolking. Vijf tot zesduizend inwoners minder,
waarmee in elk van deze twee gemeenten een dorp ter
grootte van Gieten of Nieuw-Buinen overbodig wordt.
Hoe ligt dit voor Emmen ?
De verwachting is dat ondanks dat op dit moment er
relatief nog meer kinderen in het veenkoloniaal
gedeelte worden geboren, dan op het zand, dat door
het vertrekoverschot de krimp toch het hardst
toeslaat in het veenkoloniaal gedeelte van Drenthe.
Als in Borger-Odoorn de krimp 24% is, zal het voor
het veengedeelte nog hoger liggen. Cijfers worden
bijgehouden per gemeenten, meestal niet per delen van
de gemeenten.
Om in Emmen de gevolgen van krimp goed in beeld te
krijgen is het noodzakelijk om de daling van het
aantal inwoners per dorp te bekijken. Dan zal voor
Emmen blijken dat Emmen geconfronteerd wordt met een
enorme daling van het aantal inwoners in het
buitengebied. Deze krimp reduceert de groei van Emmen
tot 0, terwijl Assen een stijging laat zien van 25%.
In de buitendorpen van Emmen zullen dezelfde
problemen (en kansen) ontstaan als in de andere twee
Oost-Drentse gemeenten.
Alleen de provinciegrens onderscheidt het
veenkoloniale deel in Oost Drenthe van de officiële
krimpregio Oost-Groningen. Vrijwel alles wat het
landelijk Topteam Krimp over Oost-Groningen heeft
geschreven, zal ongetwijfeld ook van toepassing zijn
op het veenkoloniaal gebied van Borger-Odoorn en
Emen. Het Topteam Krimp onderzocht de krimpsituatie
in Noordoost en Oost-Groningen. In haar rapport,
schrijft het team over Oost-Groningen o.m.:
Er is
sprake van een mismatch tussen vraag naar en aanbod
van personeel.
De gevolgen van krimp voor het bedrijfsleven en de
(voorziene) mismatch tussen vraag en aanbod dienen
veel hoger op de agenda van het MKB te staan.
Versterking van de economie biedt kansen voor het
behouden van hoger opgeleiden. Dit vereist gelijke
gerichtheid van keuzes op de terreinen van onderwijs,
arbeidsmarkt, werkgelegenheid, wonen en mobiliteit.
GroenLinks vindt dat:
de
gemeente Emmen de verwachte daling van het aantal
inwoners per dorp inzichtelijk moet maken voor de
dorpen, zodat deze dorpen hun beleid daarop mee
kunnen bepalen.
de gemeente Emmen faciliteiten moet bieden om
onderwijs en verenigingen bij te staan in
fusiebesprekingen met gelijksoortige organisaties.
het behoud van onderwijs in de dorpen belangrijker is
dan de fusie van openbare en bijzondere scholen per
richting.
de bouwambities voor nieuwe woningen moet aanpassen.
Voor de gemeente Emmen ligt tot 2020 de ambitie 3000
woningen hoger dan op basis van de meest
optimistische verwachtingen gerechtvaardigd is.
er geen nieuwe woonwijken moeten worden bijgebouwd:
bouwen in dorpen en op vrijkomende locaties.
Delftlanden niet uitbreiden maar inperken.
Bevolkingsontwikkeling, economische ontwikkelingen en
de hoeveelheid te renoveren en beschikbare
bedrijfsterreinen, maakt uitbreiding van
bedrijventerreinen in en rond Emmen overbodig. Eerder
teruggeven aan natuur en landbouw dan verder
ontwikkelen.
Kleinschalige bedrijventerreinen rond dorpen moeten
gestimuleerd worden en vooral vestiging in
vrijkomende bedrijfslocaties in dorpen en in
vrijgekomen boerderijen.
Kansen
in Emmen
Iedere
gemeente heeft zijn eigen sterke punten. Emmen zal de
komende jaren moeten inzetten op het aantrekken c.q.
stimuleren van hoogwaardige werkgelegenheid. Onze
toekomst ligt in de kenniseconomie. Emmen heeft een
aantal pluspunten boven de rest van Nederland.
Arbeidsmoraal, genoeg ruimte en de aanwezigheid van
veel HBO-opleidingen, om er maar eens een paar te
noemen. We moeten gebruik maken van de mogelijkheden
die we hebben, maar ook die we kunnen krijgen.
Emmen is door de provincie Drenthe aangewezen als
plek waar windmolens gebouwd mogen worden. De
voorkeur van de Provincie gaat uit naar het
veenkoloniaal gebied in Emmen. Dat zouden we als
gemeenschap moeten uitnutten en Emmen als bakermat
van de Nederlandse ‘Green Energy-valley’ maken. We
moeten de komende jaren zwaar inzetten op het
aantrekken van bedrijven die in deze markt opereren,
of uiteraard lokale initiatieven ondersteunen. Het
voordeel van deze markt is dat er een aantrekkelijk
arbeidsaanbod ontstaat voor hoger opgeleiden, maar
zeer zeker ook voor de lager opgeleiden.
Een aantrekkelijke woon- en werkomgeving voor hoger
opgeleiden heeft vele voordelen. Deze groep hecht
groot belang aan een hoogwaardig voorzieningenniveau
op cultureel en educatief vlak. Dit biedt tal van
kansen voor werkgelegenheid: op cultureel gebied maar
ook in de schoonmaak, het vervoer en de beveiliging.
Maar ook hier geldt dat mensen uitgedaagd moeten
worden. Mensen moeten kunnen zien waar het werk ligt.
De ondernemerszin moet gestimuleerd worden.
De ondernemerszin in mensen stimuleren vraagt in de
eerste plaats een ondernemender gemeente. Dit
ontstaat allemaal niet vanzelf. Mensen willen in
beweging komen maar moeten ook zien dat dit zin
heeft. Een uitkering korten leidt niet vanzelf tot
meer activiteit. Dat gaat uit van een verkeerd
mensbeeld. Iedereen wil een zinvol leven leiden en
iedereen ontleent zin aan het meedoen in het
maatschappelijk verkeer. GroenLinks pleit op dit
terrein voor een actievere rol vanuit de gemeente.
Inmiddels zijn er al vele voorbeelden van
reïntegratie-trajecten waarbij niet de kennelijke
noodzaak aanwezig lijkt te zijn om zinvol werk te
bieden c.q. een zinvol traject naar werk te bieden.
Gevolg is dat mensen die weer gemotiveerd moeten
worden letterlijk van de ‘regen in de drup’ geraken.
Wij stellen concreet voor om over te gaan op een
vraaggerichte vorm van reïntegratie; eerst de
vacatures en daar de mensen bij zoeken die toegeleid
worden naar deze vacatures. Dat leidt tot succes.
Natuurlijk zit daar een zeker risico in: geen
vacatures - geen reïntegratietrajecten. Dat betekent
echter wel dat we geen geld uitgeven aan ‘overbodige’
trajecten c.q. de mensen een traject laten volgen
waarvan ze al bij voorbaat weten dat het tot niets
leidt.
Andere kansen liggen in het Atalanta-project. Het
grootste project uit de naoorlogse geschiedenis van
Emmen. GroenLinks zet daar in op ‘sociale winst’,
waarover wij een motie in de raad hebben ingediend in
2009. Met sociale winst bedoelen we dat de gemeente
Emmen ervoor zorgdraagt dat bij grote aanbestedingen,
zoals het Atalanta project, mensen die nu langs de
zijlijn staan een kans krijgen en een vak kunnen
leren én tegelijkertijd een fatsoenlijk inkomen
verwerven. Zo verenigen we een tweetal zaken op een
manier die écht hout snijden. Ervaringen in andere
gemeenten heeft geleerd dat dit principe niet
kostprijsopdrijvend werkt en zeker ook niet
projectontwikkelaars afschrikt; integendeel. Wat ons
betreft een vitaal instrument om meer Emmenaren aan
het werk te krijgen en te houden.
Maar niet op zondag
Hoewel
wij de economie een warm hart toedragen zijn er voor
ons ook grenzen. Economie is een belangrijk onderdeel
van onze maatschappij, maar er is zo veel meer wat
het leven in Emmen aantrekkelijk maakt. Sport,
kerkbezoek of gewoon een middagje lekker door de
Drentse bossen kunnen wandelen bijvoorbeeld. Genieten
van het wonen in Emmen. GroenLinks is tegen een
algemene winkelopenstelling op de zondag. Voorkomen
moet worden dat alle dagen van de week op elkaar gaan
lijken en er geen dag meer zou zijn om tot rust te
komen. Een dag in de week aandacht voor de andere
zaken van het leven lijkt ons niet te veel gevraagd.
Het leven is meer dan sneller, meer, harder. We
moeten voorkomen dat we in een 24 uurs economie
terechtkomen. Dat leidt tot sociale ontwrichting Dit
houdt niet in dat we tegen een serie van koopzondagen
per jaar zijn; zo lang het maar uitzonderingen
blijven.
B.
Sociaal beleid: meedoen mogelijk maken
Alle
inwoners moeten de kans krijgen om mee te doen in de
samenleving. Betaald werk hebben is hierbij heel
belangrijk. Als mensen niet kunnen of mogen meedoen,
dan zorgt dit ervoor dat zij minder kansen krijgen om
zich te ontwikkelen en minder toegang hebben tot
allerlei sociale en professionele netwerken. Dit kan
leiden tot een sociaal isolement en een slechtere
gezondheid. GroenLinks wil mensen niet afschrijven,
maar ze een toekomst bieden. We kunnen vaak vroeg
voorspellen met wie het later misgaat of wie niet op
eigen kracht aan een baan zal komen. Het patroon dat
men in bepaalde families generatie op generatie in
armoede leeft, moet worden doorbroken. Dat vraagt om
tijdig interveniëren.
De gemeentelijke sociale dienst speelt daarbij een
belangrijke rol. GroenLinks is voor ruimhartige
inkomensondersteuning, zodat mensen met een
minimumuitkering of werkende armen zich niet
uitgesloten hoeven te voelen en ook hun kinderen aan
sport- en culturele activiteiten kunnen meedoen. De
gemeente moet daarbij proactief zijn; niet pas in
actie komen als mensen uit hun huis zijn gezet of
diep in de schulden zitten. Dat vraagt om een
gerichte benadering waarbij mensen persoonlijk worden
opgezocht. De sociale dienst moet veel meer een ‘er
op af-centrum’ worden.
Sociaal beleid mag niet louter een financieel vangnet
zijn: mensen moeten vooral worden ondersteund om hun
leven weer op orde te krijgen en een plek op de
arbeidsmarkt te verwerven. Aan elke klant wordt
daarom gevraagd hoe hij daarbij geholpen wil worden.
De klant is de norm; de begeleiding wordt afgestemd
op wat hij nodig heeft. Eén dag niet geïnvesteerd in
mensen, beschouwen wij als een verloren dag.
GroenLinks wil kansen creëren voor kwetsbare burgers.
We weten uit allerlei onderzoek dat eenderde van de
mensen die een bijstandsuitkering ontvangt nooit een
reguliere betaalde baan kan krijgen. Het heeft geen
zin om mensen met een beperking op te jagen tot
topsport als ze dat niet kunnen; dan geven we ze
liever breedtesport. Als rekening gehouden wordt met
wat een cliënt wèl kan, dan ontstaan er ook veel meer
mogelijkheden voor de mensen zelf èn voor de
samenleving. Iemand die maar een paar uur per week
kan werken, kan bijvoorbeeld getraind worden om
vrijwilligerswerk te doen bij iemand die zorg nodig
heeft. Cliënten aan de onderkant van de arbeidsmarkt
worden zo alsnog bij de samenleving betrokken.
Meedoen staat voorop: via arbeidsparticipatie of een
andere vorm van maatschappelijke activiteit.
Meedoen
met een beperking
Mensen
met een beperking (fysiek/verstandelijk/psychisch)
moeten de baas kunnen blijven over hun eigen leven:
ze moeten actief kunnen deelnemen aan de samenleving.
De gemeente ondersteunt hen om de belemmeringen die
zij daarbij ondervinden weg te nemen. Het nieuw te
vormen leerwerkbedrijf Zuidoost-Drenthe kan daarin
een vitale rol spelen waarbij voor GroenLinks niet de
winstgevendheid maar de zinvolheid van werk voorop
dient te staan. Dit betekent echter geen vrijbrief om
niet efficiënt te werken; integendeel. Maar wij zijn
niet op voorhand tegen een substantiële bijdrage
vanuit de Emmer samenleving.
Als voorwaarde aan deze bijdrage koppelen wij echter
wél dat het leerwerkbedrijf Zuidoost-Drenthe
terughoudend opereert op de markt. Doordat zij
subsidie ontvangt kan er al snel een oneerlijke
concurrentiepositie ontstaan ten opzichte van andere
marktpartijen. Denkt u maar eens aan postbezorgers,
bouwondernemingen en groenbedrijven. Eerder kiezen
wij dan voor een out-sourcing constructie waarbijde
werknemers van het leerwerkbedrijf Zuidoost-Drenthe
ondergebracht worden bij andere bedrijven.
Vluchtelingen en asielzoekers
Erkende
vluchtelingen moeten als nieuwkomers de Nederlandse
taal leren. Daarnaast krijgen ze een aanbod voor
reïntegratie of participatie. Dit meedoen in de
maatschappij draagt bij aan een snelle integratie op
de arbeidsmarkt. Asielzoekers hebben een onzeker
bestaan in ons land. Ze verblijven voor korte of
langere tijd onder sobere omstandigheden in grote
asielzoekerscentra of terugkeerlocaties.
Ondanks plechtige beloftes vanuit Den Haag lukt het
niet altijd om uitgeprocedeerde asielzoekers veilig
te laten terugkeren naar hun herkomstland. Gemeenten
krijgen dan te maken met illegale plaatsgenoten die,
als ze niet kunnen terugvallen op alternatieve
opvangvoorzieningen, op straat zwerven en soms
slachtoffer worden van uitbuiting. Daarom vindt
GroenLinks dat onze gemeente uitgeprocedeerden moet
opvangen om te voorkomen dat ze als illegaal op
straat belanden. De beschaving van een land is af te
lezen aan de manier hoe het met de zwakkeren in de
samenleving omgaat. De mens moet centraal staan; niet
de regelingen. Desnoods zijn we voor bestuurlijke
ongehoorzaamheid.
Daklozen opvang
Hoe we
het ook wenden of keren: Emmen is een grote gemeente.
Met ruim 100.000 inwoners betekent het helaas ook dat
we een ‘grote-steden probleem’ hebben: dak- en
thuislozen. De bestaande opvang binnen de gemeente is
in Nieuw-Amsterdam. En dat terwijl dak- en thuislozen
in de regel verblijven in de grootste plaats in onze
gemeente: Emmen zelf. Daarom pleiten wij voor een
permanente en volwaardige dag- en nachtopvang in het
centrum van Emmen gekoppeld aan een uitgebreide
hulpverlening die tot doel heeft om de mensen weer zo
snel mogelijk van straat te krijgen en dat met de
behandeling van de problemen waarmee mensen zitten
onmiddellijk begonnen wordt.
C. Wijkvoorzieningen en leefbaarheid buitengebieden
De wijk
of buurt is dé plek waar mensen elkaar ontmoeten en
samenleven. Voor de leefbaarheid en de veiligheid in
een wijk is niet alleen de fysieke structuur
belangrijk, maar ook de verbanden tussen de bewoners.
Voor het welbevinden van mensen is het belangrijk dat
ze elkaar kunnen ontmoeten, elkaar kennen, invloed op
hun omgeving kunnen uitoefenen en
verantwoordelijkheid kunnen nemen. GroenLinks wil
investeren in algemene voorzieningen,
ontmoetingsplekken en ontplooiingsmogelijkheden.
Mensen die kwetsbaar zijn krijgen extra aandacht,
door ze te betrekken en aan te spreken op hun
mogelijkheden, en ze te ondersteunen als ze het zelf
niet redden.
Wijken leefbaar maken - en houden - kan ook
gerealiseerd worden door het stimuleren van
kleinschalige initiatieven in wijken, waardoor wijken
weer leefbaarder worden door kunstenaars en startende
kleinschalige ondernemers de mogelijkheid te bieden
om in een soort van ‘kultuurhus’-achtige omgeving te
werken. Maar ook door studenten (goedkoop) in een
wijk te laten wonen, waardoor een wijk een
aantrekkelijk, gemêleerd karakter krijgt. De
studenten en de kunstenaars zouden dan bijvoorbeeld
iets terug kunnen doen voor de wijk.
Emmen is een gemeente met veel buitengebied. Dit
buitengebied heeft nu al te kampen met een zekere
leegloop. Om dit voor een deel tegen te gaan pleiten
wij voor een soepele toepassing van de regels als het
gaat om boerderijen. Dat zijn nu in de eerste plaats
woningen en dan pas ‘bedrijven’. Daarom vinden wij
dat leegstand ten alle tijde voorkomen dient te
worden; desnoods passen we de regels maar aan.
Bewoning door niet-agrariërs, bijvoorbeeld de
kinderen, is wat ons betreft te prefereren boven
leegstand. Maar deze bewoning mag niet ten koste gaan
van de omliggende boeren. Als het zo is dat een
boerderij haar agrarische bestemming verliest en
‘gewone’ woning wordt, mag dit niet leiden tot een
aanpassing van een eventuele stankcirkel. De nieuwe
bewoners nemen niet alleen de lusten van een
boerderij over, maar ook de lasten.
De leefbaarheid van het platteland in de gemeente
Emmen kan een flinke impuls krijgen door bijvoorbeeld
kinderopvang te realiseren, of de komst van
zorgboederijen te stimuleren, of met dagrecreatie.
Daar liggen wat ons betreft mogelijkheden naast het
bestaande (agrarisch-economische) karakter van het
buitengebied. Wij onderschrijven dan ook het idee van
het in 2008 uitgekomen rapport van de werkgroep
Landelijk Gebied van de NVM, om op het platteland de
bedrijvigheid meer te stimuleren. Het past ook goed
in het Europese plattelandsbeleid met het accent op
versterking van de economische activiteiten.
Veel moet ingezet worden om de jongeren weer naar de
buitengebieden te laten trekken in plaats van dat
iedereen in de grote kernen van de gemeente gaat
wonen. We moeten jongeren stimuleren om groen te gaan
ondernemen. Bijvoorbeeld door zonnecollectoren en
(kleine) windmolens te stimuleren op en nabij
agrarische bebouwing. Het is goed om van duurzame
energie een prioriteit te maken in de buitengebieden.
Dat past in de filosofie van GroenLinks Emmen om van
onze gemeente een ‘Green energy valley’ te maken.
Groen ondernemen kan een geweldige positieve
stimulans aan het platteland geven.
Daarnaast moet de gemeente Emmen duurzame innovaties
stimuleren op het gebied van landbouw. Door de crisis
zien we dat met name de tuinbouw in onze gemeente in
zwaar weer verkeert. Samen de met boeren moet er een
oplossing gevonden worden om deze problemen de baas
te worden. De nadruk ligt wat ons betreft op
duurzame, biologische alternatieven; zeker als men
beziet dat biologische producten een alsmaar stijgend
marktaandeel hebben waar (nog wel) een eerlijke prijs
voor wordt betaald. Op die manier hopen we de
dynamiek op het platteland terug te laten komen.
Nieuwe woningbouw in het buitengebied van de gemeente
Emmen moet zich vooral concentreren in de bestaande
dorpen. In de kleinere dorpen kunnen, ten behoeve van
de behoefte van de lokale bevolking, gaten worden
opgevuld met nieuwbouw. Hierbij moet aandacht worden
besteed aan wonen voor jongeren (starters) uit het
dorp zelf of de directe omgeving. Kleur en vorm
moeten passen bij de bestaande huizen en in het
landschap. Dit geldt ook, en vooral, voor agrarische
bijgebouwen.
D. Jeugdbeleid: Kiezen voor jongeren
Emmen
moet een fijne plek zijn voor kinderen. Ze moeten
zorgeloos kunnen opgroeien: in een goede sfeer thuis,
met voldoende speel- en sportruimte in de buurt en
mogelijkheden om mee te doen in allerlei
verenigingen. We willen ze hiertoe alle ruimte geven,
ze serieus nemen en steun bieden, maar ook grenzen
stellen en onacceptabel gedrag corrigeren. Het aanbod
van de reguliere voorzieningen in Emmen waar kleine
kinderen tot jongvolwassenen gebruik van maken moet
worden versterkt. Kinderopvang, peuterspeelzalen,
onderwijs, zorg en vrijetijdsvoorzieningen dienen
zodanig op elkaar aan te sluiten dat ze tegemoetkomen
aan de basisbehoeften van kinderen en hun
ouders/opvoeders. Hoe meer dit het geval is, des te
meer mogelijkheden hebben jeugdigen om positieve
ervaringen op te doen die bijdragen aan hun welzijn
en ontwikkeling. Die positieve ervaringen zijn voor
alle kinderen goed, maar vooral voor kinderen in
achterstandssituaties. Kinderen mogen er op rekenen
dat de professionals die ze tegenkomen in opvang,
onderwijs en allerlei buitenschoolse activiteiten in
staat zijn te signaleren dat een kind problemen heeft
en extra aandacht nodig heeft. Gespecialiseerde
deskundigheid moet dan gemakkelijk ingeroepen kunnen
worden om de reguliere voorziening te versterken of
ondersteuning te bieden in de eigen leefomgeving.
Opvoeden is leuk. Toch zit iedereen wel eens met
vragen over opgroeien en opvoeding. Hulp vragen en
hulp krijgen moeten vanzelfsprekender worden. Een
Centrum voor Jeugd en Gezin kan hier aan bijdragen,
als jongeren en opvoeders voor informatie,
voorlichting en hulp dichtbij huis terecht kunnen en
het even herkenbaar en gemakkelijk toegankelijk wordt
als het consultatiebureau nu. Kinderen zijn van groot
belang voor de leefbaarheid van de gemeente. Daarom
dient bij de inrichting van de openbare ruimte meer
rekening gehouden te worden met kinderen. Straten
horen veilig voor hen te zijn. Er moet ruimte voor
jongeren worden gereserveerd en ingericht.
Een gemeente die vriendelijk is voor kinderen, is
vriendelijk voor iedereen. Onze samenleving is steeds
meer geneigd om jongeren die op straat ‘hangen’ als
een probleem te zien. Wij beschouwen flaneergedrag
van jongeren op straat als een normaal verschijnsel
dat te maken heeft met hun behoefte om elkaar te
ontmoeten. Jongeren horen die gelegenheid ook te
hebben; de publieke ruimte is er immers voor
iedereen. Soms gaat het hanggedrag echter gepaard met
ernstige overlast voor de omgeving en onwettig
gedrag. Dan is ruimte bieden niet langer gepast en is
ingrijpen nodig. Niet alleen om de veiligheid in de
wijk te verbeteren, maar ook om jongeren te leren hoe
ze zich in de publieke ruimte moeten gedragen en om
een verder afglijden in criminaliteit te voorkomen.
Jongeren weten zelf het best wat er leeft onder
jongeren. Daarom moet de gemeente meer van hun
deskundigheid gebruik maken, hen uitdagen zich in te
zetten voor de samenleving, de eigen buurt of
projecten waar jongeren zelf baat bij hebben. We
willen ze meer verantwoordelijkheid geven.
Participatie kan zo een antwoord zijn op de klacht
van jongeren ‘dat er niets te doen is in Emmen’ en
dat ze zich vervelen. Participatie vergroot hiermee
ook de vrijheden van jongeren.
De
toekomst van jongerenvereniging Blanco
Het is
belangrijk dat de enige jongerenvereniging in het
centrum van Emmen een eigen plek heeft en zelfstandig
kan organiseren en programmeren zonder de buurt
teveel tot last te zijn. Op de huidige plek is de
aangenomen motie van 2007 nog niet volledig
uitgevoerd en wij zullen er op toezien dat dit in de
komende periode wel gebeurd. Het is voor
jongerenvereniging Blanco noodzakelijk om zo snel
mogelijk te kunnen professionaliseren en zicht te
krijgen op een nieuwe locatie. De continuïteit en de
professionalisering zijn de twee belangrijke punten
voor de komende vier jaar. De stap naar een Poppodium
voor Jongerencultuur moet zo klein mogelijk gemaakt
worden door nu al een nieuwe structuur aan te brengen
in de organisatie. We weten dat er veel jongeren en
jongvolwassenen vertrekken uit Emmen en dat het
cultureel klimaat hierin een hele grote rol speelt.
Juist daarom is het belangrijk dat de vereniging weer
een podium kan bieden voor artiesten en publiek.
Vooral de beginnende artiesten hebben weinig
mogelijkheden qua oefenruimte, opnamemogelijkheden en
het belangrijkste: een podium om te beginnen. In het
nieuwe podium is de zelfstandigheid een vereiste en
als dit is gerealiseerd is er nog veel te verbeteren
op cultureel gebied in deze gemeente, maar de jeugd
en de popcultuur hebben dan eindelijk een
plek.
E.
Onderwijs: centrum voor brede ontplooiing
Onderwijs legt de fundamenten
voor onze toekomst. Daarom is het belangrijk dat
onderwijs àlle kinderen stimuleert om zich te
ontwikkelen tot sociale, verantwoordelijke en
zelfredzame burgers. Ons onderwijs moet jongeren,
zeker uit een omgeving waar armoede en
achterstellingheersen, kansen geven op vooruitgang.
Juist deze jongeren raken nu verloren in een
onderwijssysteem dat hen niet uitdaagt en niet helpt
om het beste uit zichzelf te halen, maar
henvroegtijdig voorsorteert op achterblijven.
Onderwijs is wat betreft GroenLinks een
(Rijks)overheidstaak. We kiezen principieel voor het
openbaar onderwijs, niet gestoeld op religie. We
willen onderwijs dat voor iedereen, ongeacht
herkomst, sekse of sociale achtergrond, optimale
kansen biedt zich breed en maximaal te ontplooien.
Voorschoolse educatie en kwalitatief hoogwaardige
kinderopvang moeten kinderen een goede start geven.
We willen dat alles op alles wordt gezet om te
voorkomen dat jonge mensen in een spiraal van
kansenarmoede terechtkomen. Veel scholen staan midden
in de wijk. Er wordt niet alleen onderwijs gegeven,
er is ook kinderopvang en er vinden allerlei
naschoolse activiteiten voor jongeren en ouders
plaats. Het onderwijs werkt hierbij samen met
welzijns- en zorginstellingen, en steeds vaker ook
met culturele en sportverenigingen.
Wij juichen deze Brede School-ontwikkeling toe, omdat
dit bijdraagt aan de brede ontplooiing van kinderen.
De Brede School kan zo uitgroeien tot een
kindercentrum waar onderwijs, ondersteuning en vrije
tijd samenkomen en waar de basisbehoeften van
jeugdigen en hun opvoeders centraal staan. De
gemeente moet dit stimuleren, door samenwerking en
afstemming van allerlei instellingen te bevorderen en
door schoolgebouwen hiervoor geschikt te maken
(nieuwbouw/renovatie/vrijkomende schoollokalen). We
willen inzetten op meer onderwijstijd door te
investeren in verlengde schooldagprojecten. Alle
mogelijkheden aanwenden om hier subsidies voor te
krijgen en inhoudelijk uitdagende projecten te gaan
draaien waarbij samenwerking tussen school,
buurtwerk, naschoolse opvang wordt gestimuleerd
Op de lijst ‘zeer zwakke scholen’ van de
onderwijsinspectie staan 7 scholen
(van de 99) die in
onze gemeente liggen. Emmen is daarmee ongewild
koploper met iets waarin je geen koploperwilt zijn.
In april 2006 bracht de Inspectie van het Onderwijs
in Nederland een rapportuit waaruit bleek dat 25
procent de basisschoolleerlingen groep 8 verlaat met
een leesachterstandvan twee jaar. Daar moet
verandering in komen. Samen met deze scholen moet er
gekeken worden wat de mogelijkheden zijn om de
scholen te ondersteunen c.q. te stimuleren om een
kwaliteitsslag te maken in de organisatie. In Emmen
loopt op dit moment het masterplan TAAL. Heel veel
geld dreigt te gaan zitten in projectplannen
schrijven en weinig vernieuwende ideeën: wij pleiten
voor effectmeting, budgetcontrole, monitoring,
presentatie… om op basis daarvan ook dit masterplan
actueel te houden en eventueel bij te stellen en of
te continueren.
Wij kiezen voor een optimaal onderwijskundig
leiderschap; niet voor meer managers en
bestuurslagen. Wat ons betreft is de wethouder in
Emmen de baas over het onderwijs en dient daar
nadrukkelijk rekenschap over af te leggen. Kies voor
een sterker klassenmanagement.
Wij willen dat meesters en juffen hoge verwachtingen
hebben van alle kinderen en dat alle kinderen
optimale ontplooiingskansen hebben en zodoende een
voor hen hoogst mogelijk niveau behalen (cognitief,
sociaal en emotioneel). Blijkbaar wordt er op een
groot aantal scholen verkeerd of niet effectief les
gegeven. GroenLinks wil dat leraren hun handelen in
de klas gaan afstemmen op wat de groep kinderen van
hen vraagt. Hiermee bedoelen we dat ons inziens het
niet ligt aan de kinderen maar dat de scholen
onvoldoende inspelen op de veranderende
onderwijsbehoefte. Wij willen ons sterk maken voor
een sterker aanbod in basisvaardigheden. Maar spreken
tegelijkertijd uit dat het onderwijsaanbod wel breder
moet zijn dan een aantal beperkte doelen op het
gebied van rekenen en taal: ook de kerndoelen van
creatieve vakken, burgerschap en sociale integratie
moeten worden nagestreefd en de resultaten daarvan
moeten in kaart gebracht worden.
Wij willen dat alle kinderen in Emmen leren lezen,
schrijven en rekenen en dat daarbij wetenschappelijk
onderbouwde aanpakken worden gebruikt. Geen enkel
kind mag meer de basisschool verlaten zonder een
goede basisvaardigheid lezen, schrijven en rekenen.
Behalve zorgvuldige en onderbouwde instructie, moet
vooral ook worden gezocht en geëxperimenteerd met
vormen die de motivatie en de betrokkenheid van de
kinderen (en hun leraren en ouders) vergroot.
GroenLinks wijst hier op aanpakken zoals die zijn
ontwikkeld in stedelijke gebieden waarin kunst,
natuur, techniek, spel en sport worden gekoppeld aan
lezen, rekenen en schrijven. In onze gemeente zijn
hiervan te weinig voorbeelden beschikbaar.
De gemeente is belast met de zorg voor het openbaar
onderwijs. De belangstelling voor het openbaar
onderwijs neemt in veel gemeenten af, met als gevolg:
sluiting van locaties. In Nederland hebben ouders een
vrije schoolkeuze: het recht om die school en
onderwijsvorm te kiezen die zij voor hun kinderen het
meest geschikt vinden. Om iets te kunnen kiezen,
vinden wij een pluriform onderwijsaanbod van belang:
dat is niet alleen bijzonder onderwijs, ook openbaar
onderwijs en een differentiatie in onderwijsvisie
(regulier, Dalton, Montessori, Freinet etc.). De
afgelopen jaren is het aantal te zwarte of te witte
scholen toegenomen. Veel scholen zijn geen
afspiegeling van de wijk, door de veranderde
bevolkingssamenstelling van de wijk en de schoolkeuze
van witte ouders. Wij vinden dat geen wenselijke
ontwikkeling. De school is namelijk niet alleen een
leerplek, maar ook een ontmoetingsplaats waar
kinderen leren samenleven. Witte en zwarte scholen
bevorderen niet de integratie en bereiden kinderen
onvoldoende voor op een diverse samenleving.
Leerlingenparticipatie
Jong
geleerd is oud gedaan. Als we onze kinderen willen
zien opgroeien tot burgers die het belangrijk vinden
hun rol te spelen in onze democratie, moeten we er
vroeg mee beginnen. Leerlingenparticipatie kan
verschillende vormen krijgen: van leerlingenraden tot
coaching door medescholieren, mentorschap of student
‘mediators’. Het belangrijkste is dat leerlingen
weten dat ze op school gewaardeerd worden en er
serieus naar hun ideeën en voorstellen wordt
geluisterd. Leerlingen die dat gevoel hebben laten
betere schoolprestaties zien. Bij het spel van de
democratie hoort ook dat je leert jezelf (verbaal) te
uiten, fouten (mag) maken, leert kritiek te geven en
leert kritiek te ontvangen.
Extra
steuntje in de rug
De
meeste leerlingen leggen het traject van basisschool,
voortgezet onderwijs en een vervolg opleiding zonder
al te grote moeilijkheden af. Voor die groep moet de
overheid blijven investeren in kwalitatief goed,
uitdagend en gevarieerd onderwijs. Voor een kleinere
groep leerlingen verloopt school moeizamer.
GroenLinks wil ook deze leerlingen binnenboord
houden. Het kan gaan om leerlingen met specifieke
leerproblemen – bijvoorbeeld een taalachterstand –
die extra aandacht nodig hebben, kinderen met een
lastige thuissituatie dat tot leerproblemen kan
leiden, maar ook kinderen en leerlingen die om
uiteenlopende redenen op het voortgezet onderwijs of
beroepsonderwijs voortijdig de school (dreigen) te
verlaten. Voor deze kinderen is een extra inspanning
nodig, op school en vaak ook thuis en in de wijk.
GroenLinks staat daarbij voor het ideaal dat kinderen
naar een school in de eigen wijk gaan. GroenLinks wil
dat de gemeente met scholen afspraken maakt over het
bevorderen van integratie en het voorkomen van
segregatie. Het doel is dat kansrijke en kansarmere
kinderen, zwart en wit, rijk en arm samen naar school
gaan. Deze afspraken worden vastgelegd in de Lokale
Educatieve agenda.
Jeugdbeleid in de wijk en in de school
Voor de
toekomst wil GroenLinks dat de gemeente meer doet om
‘Centra voor Jeugd en Gezin’ te ontplooien. Nu weten
we dat veel Centra voor Jeugd en Gezin absoluut niet
uit de verf komen. GroenLinks pleit voor een goede
koppeling tussen het jeugdwerk in de straat en in de
wijk en de Centra voor Jeugd en Gezin. Daar zitten de
professionals die weten wat er speelt op straat.
GroenLinks heeft veel waardering voor de
professionals in de kinderopvang, het onderwijs en de
jeugdzorg. Samen met kinderen, ouders en
professionals moet de gemeente komen tot een
samenhangend beleid. GroenLinks vindt het belangrijk
dat ondersteuning van onderwijs, kinderen en ouders
zo dicht mogelijk in de wijk en rondom scholen wordt
georganiseerd.
F.
Sport: Emmen in beweging
Sporten
is leuk en biedt ontspanning voor jong en oud.
Sporten heeft ook een aantal andere voordelen. Zo
krijgen mensen er meer sociale contacten door, zeker
als ze zich als vrijwilliger voor een vereniging
inzetten. Sporten is bovendien gezond. Niet iedereen
sport of beweegt echter in voldoende mate. Vooral
jongeren, ouderen, chronisch zieken, niet-werkenden,
mensen met overgewicht en mensen van niet-Nederlandse
herkomst bewegen te weinig. GroenLinks wil een
sportieve levensstijl bevorderen door iedereen de
mogelijkheid te geven om te gaan sporten. Omdat de
meeste mensen zelf de weg naar commerciële
sportaanbieders of reguliere sportverenigingen kunnen
vinden, willen wij vooral de sportdeelname stimuleren
van groepen die weinig aan sport doen. De gemeente
kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren, in
nauwe samenwerking met de
sportverenigingen.
G. Kunst en cultuur horen erbij
Kunst
en cultuur kunnen verrassen, stimuleren en
inspireren; ze verrijken het leven. Cultuur is een
van de belangrijke determinanten voor de
aantrekkingskracht van een gemeente. Het zorgt ervoor
dat Emmen zich kan onderscheiden ten opzichte van
andere gemeenten. Cultuur is bij uitstek een middel
waar we onze eigen identiteit als lokale gemeenschap
tot uitdrukking kunnen laten komen en kan versterken.
GroenLinks is trots op onze gemeente en hoe deze zich
op cultureel vlak heeft ontwikkeld.
Emmen heeft een ongelofelijke culturele potentie.
Juist daarom is het van belang dat er in Emmen een
langdurige culturele visie wordt ontwikkeld. Het is
immers goed toeven in een gemeente met een rijk en
gedifferentieerd cultureel aanbod en een actief
verenigingsleven. Een bloeiend kunstklimaat draagt
bij aan een vitale en creatieve samenleving. Een
samenleving die kritisch over zichzelf nadenkt om
zich te kunnen vernieuwen en veranderen, kan niet
zonder kunst die nieuwe perspectieven op de
samenleving ontwikkelt. In een gemeente met een
sterke culturele sector willen ondernemers bovendien
graag investeren.
GroenLinks wil het culturele aanbod in Emmen
versterken en ervoor zorgen dat zoveel mogelijk
mensen hier aan deelnemen. Kunst en cultuur horen
erbij! Uitgaven voor kunst en cultuur zijn voor
GroenLinks geen sluitstuk van de begroting of
afhankelijk van de economische ontwikkeling. Wie wil
investeren in een gemeente, moet dus bereid zijn om
te investeren in de cultuur die een gemeente met zich
meebrengt. Dat begint met het onderkennen van het
belang van kunst en cultuur voor de inwoners van
Emmen.
Kunst
en
Cultuur
motor van een levendige stad
Kleinschalige
instellingen en initiatieven
GroenLinks wil aandacht geven aan
de kleine instellingen en initiatieven. Deze
initiatieven vormen een belangrijke spil in de
culturele samenleving van nu, maar vooral van de
toekomst. Nieuwe makers en jonge, frisse initiatieven
die ontstaan vanuit de Emmense samenleving zijn
interessant omdat ze direct vanuit die samenleving
opereren. Meer dan de grote instellingen proberen ze
in te spelen op de actualiteit van de stad. Deze
initiatieven moeten de mogelijkheid krijgen om zich
te ontwikkelen.
We willen zorgen voor financiële en facilitaire
ondersteuning. Niet alleen ateliers, studio’s en
werkplekken worden gecreëerd, maar er komen ook meer
presentatiemogelijkheden en onderzoeksplaatsen.
Kunstinitiatieven krijgen daardoor de mogelijkheid om
kleinschalige projecten te realiseren. Nieuwe makers
in Emmen moeten de mogelijkheid krijgen om hun
talenten te ontwikkelen. Kleine, succesvolle
initiatieven verdienen de kans om op een organische
manier door te stromen naar plekken waar zij een
groter publiek kunnen bereiken.
Een
museum
Vrijwel
alle 100.000 plus gemeenten in Nederland hebben een
eigen (kunst)museum. Dat is ook nodig want een museum
- aangevuld met galerieën - maken kunst en cultuur
direct toegankelijk voor haar inwoners. En dat draagt
weer bij aan het woongenot in een gemeente. Maar een
museum heeft ook op toeristisch gebied een
toegevoegde waarde. Het zorgt ervoor dat er nog meer
redenen ontstaan om Emmen te bezoeken. Een museum
hoeft niet groot te zijn of buitengewoon kostbaar:
vernieuwend en innovatief moeten sleutelbegrippen
zijn. Met nadruk op moderne kunst met een zekere
hoeveelheid kunst uit de regio.
De Emmense Cultuur
Als je
investeert in makers en instellingen die zich
aandienen binnen Emmen, is het minder nodig om
evenementen van buitenaf naar Emmen te halen. Emmense
makers en initiatieven moeten worden gevolgd,
gestimuleerd en ondersteund. Zo ontstaan vanzelf
interessante culturele projecten en festivals die
breed gedragen kunnen worden door de Emmense
samenleving.
Het aanbod aan professionele en amateur-opleidingen
in Emmen moet verder worden ontwikkeld.
Cultuureducatie en amateurkunst moet als een
belangrijke pijler van de culturele stad worden
gezien. GroenLinks wil een partij voor Emmense
kunstenaars zijn met een veelheid aan disciplines en
culturele achtergronden. Tevens wil zij voorstellen
voor innovatieve kunst- educatie die voortkomen uit
de Emmense samenleving en zijn vele subculturen
ondersteunen. Zo ontstaat een zichzelf vernieuwende
culturele sector die kunst en cultuur in de Emmense
samenleving integreert.
Een
nieuw subsidiestelsel
Al ligt
de nadruk op kleine initiatieven, het betekent niet
dat GroenLinks grote instellingen niet belangrijk
vindt. Zij zorgen voor een attractief en veelzijdig
aanbod en laten de kwaliteit zien die in de diverse
kunstdisciplines aanwezig is. Deze grote
kunstinstellingen weten hun weg echter wel te vinden
in de kunstwereld. Ze zijn belangrijk voor de stad,
maar net zo belangrijk is de humuslaag, het cultureel
potentieel. Nieuwe makers, kleine onorthodoxe
instellingen, spannende galeries, experimentele
festivals, gepassioneerde kunstamateurs, dat is de
culturele humuslaag van Emmen. Om die te ondersteunen
voldoet de huidige subsidiëring van Emmen
onvoldoende. Dit systeem is vooral gericht op grotere
instellingen, terwijl kleinere instellingen aanspraak
kunnen maken op projectsubsidie. Met projectsubsidies
alleen is het onmogelijk om een organisatie op te
zetten. Daarom is een nieuwe manier van subsidiëren
nodig, die kleinere instellingen in staat stelt om
hun organisatie te professionaliseren. Zo’n systeem
bevordert ook het cultureel ondernemerschap, een
element dat in het huidige systeem niet echt van de
grond komt.
H:
Veiligheid: Preventie voor repressie
Iedereen, jong en oud, moet zich
veilig voelen in Emmen. De lokale overheid hoort zich
merkbaar in te zetten voor een veilige woon- en
leefomgeving. Om dat te bereiken moet er op
verschillende fronten meer gebeuren. Met alleen meer
politie en hogere straffen komen we er niet.
GroenLinks verzet zich tegen een eenzijdige nadruk op
repressie; we willen meer aandacht voor het voorkomen
van ellende. Het bestrijden van criminaliteit begint
met preventie en voorlichting. De zorg voor openbare
orde en veiligheid is primair een lokale
aangelegenheid.
De bevoegdheden van de burgemeester zijn de afgelopen
jaren verviervoudigd. Veiligheidsrisicogebieden,
gebiedsontzeggingen, samenscholingsverboden,
cameratoezicht en het preventief huisverbod zijn daar
voorbeelden van. Daarbij is de zorg voor veiligheid
binnen de gemeenten verschoven van de politie naar
toezichthouders en buitengewone opsporingsambtenaren.
De invoer van de bestuurlijke strafbeschikking zal de
slagkracht van het lokaal bestuur verder versterken.
Aan deze stille revolutie zit ook een keerzijde: de
rechtsbescherming van de burger. De grens tussen een
effectieve handhaving en de persoonlijke levenssfeer
dient stevig bewaakt te worden.
Het waarborgen van de veiligheid is weliswaar een
primaire taak van de overheid, maar de gemeente kan
het niet alleen af. De inzet van meerdere partijen is
hierbij nodig. Door wijkbewoners daadwerkelijk
invloed op hun omgeving te geven, door het aanstellen
van wijkbeheerders, wijkagenten en door het
stimuleren van bedrijvigheid wordt de veiligheid in
een wijk groter. Goede afspraken met
woningcorporaties, politie, welzijnsorganisatie,
middenstand en bewoners over onderhoud en beheer, en
een actief toezicht op de naleving van regels en de
bestrijding van overlast, dragen bij aan een veilige
en schone omgeving. En als het toch echt fout gaat,
dan moeten handhavers natuurlijk passend en
professioneel optreden.
De taakverschuiving van politie naar toezichthouders
behoeft in dit verband bijzondere aandacht GroenLinks
is tegen maatregelen die indruisen tegen het recht
van iedereen om zich vrij te bewegen in de publieke
ruimte, zoals preventief fouilleren, het ophangen van
camera’s en mosquito’s. We willen hiermee dan ook
uiterst terughoudend omgaan. Sommige
handhavingsinstrumenten kunnen als discriminatoir
ervaren worden (samenscholingsverboden,
identificatieplicht, gebiedsontzeggingen). GroenLinks
waakt hiertegen. Om te zorgen dat iedereen kan
participeren is een actief anti-discriminatiebeleid
onontbeerlijk. GroenLinks vindt dat de politie daar
aandacht aan moet besteden. In een diverse
samenleving is dit noodzakelijk. Een op de vier
vrouwen krijgt regelmatig te maken met geweld in de
privé-sfeer, lees: mishandeling door de mannelijke
partner. Op de lijst van dodelijke slachtoffers als
gevolg van een onnatuurlijke
oorzaak
staat huiselijk geweld, na
verkeersongevallen, zelfs op de tweede plaats. Tijdig
ingrijpen is hierbij geboden om de veiligheid van het
slachtoffer en mogelijke kinderen te waarborgen. Wat
betreft soft drugs: GroenLinks is voor gereguleerde
en gecontroleerde verkoop. Soft on soft drugs, hard
on hard drugs!
I:
Internationale solidariteit: denk mondiaal, handel
lokaal
In veel
landen hebben mensen minder kansen op een goed leven
dan in Nederland. De kloof tussen arm en rijk wordt
zelfs groter. Ook worden de armste landen het meest
getroffen door de gevolgen van de economische
recessie en de klimaatcrisis. GroenLinks staat voor
internationale solidariteit en sociale
rechtvaardigheid. Wij vinden dat iedere wereldburger
recht heeft op werk en een volwaardig inkomen,
huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg en om in
vrijheid het eigen leven te kunnen vormgeven. Om dit
te bereiken is een herverdeling van macht en middelen
nodig, en een eerlijke internationale handel. Hier
ligt een belangrijke taak voor nationale regeringen,
de Europese Unie, de Verenigde Naties en andere
internationale organisaties. Maar ook gemeenten
vormen hierbij een onmisbare schakel: op lokaal
niveau kan iedereen bijdragen aan een sociaal,
economisch en ecologisch duurzame wereld. De gemeente
kan dat zelf doen en ook haar inwoners daartoe
aanmoedigen.
We moeten in Emmen durven om over de eigen gemeente-
en landsgrenzen heen te kijken. We kunnen een daad
stellen. We kunnen laten zien dat we écht
internationaal solidair kunnen zijn. Wij stellen dan
ook voor om écht werk te maken van de stedenband. Ons
voorstel is om een band aan te gaan met een stad in
Palestina en in een ander land waar de mensenrechten
in het gedrang zijn.
hoofdstuk
3
Wij
willen een open gemeente
Open en pluriform
GroenLinks staat voor een open,
pluriforme samenleving, waarin iedereen een zo groot
mogelijke vrijheid heeft om te participeren en zich
te ontplooien zonder discriminatie, racisme, seksisme
of andere vormen van onderdrukking. Individualisering
als proces van emancipatie zien wij als een positieve
ontwikkeling. Het emancipatieproces is echter nog
niet voltooid. Volgens de wet heeft iedereen gelijke
rechten, maar in de praktijk is er nog vaak sprake
van achterstelling en discriminatie op basis van
iemands sekse, seksuele gerichtheid, leeftijd,
handicap of etniciteit. Veel mensen ondervinden nog
de knellende banden van religieuze of hechte
culturele gemeenschappen die hen belemmeren om op hun
eigen wijze te participeren in de samenleving.
Anderen worden belemmerd door armoede en sociale
achterstand.
GroenLinks vindt dat vrijheid geen schaars goed mag
zijn voor geprivilegieerde mensen. Daarom zetten wij
ons in voor de gelijkwaardigheid van mensen, zodat
zij de kans krijgen om te emanciperen. Bij gelijke
rechten en kansen hoort ook de plicht om de vrijheid
van anderen te respecteren. Iedereen heeft de
vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van
godsdienst. Wij schrijven geen leefstijlen voor. In
onze diverse samenleving staat GroenLinks voor een
ideaal van moderne gemeenschapszin.
Dat betekent dat we ons verantwoordelijk voelen voor
onze leefomgeving en dat we er ons bewust van zijn
dat andere mensen er andere leefstijlen op na kunnen
houden dan wijzelf. Gemeenschapszin betekent de
acceptatie van verschil en het besef dat we
samenleven met mensen die allemaal verschillende
leefstijlen, achtergronden en opvattingen hebben. Dat
biedt verbreding en verdieping van culturele kennis,
nieuwe inzichten, en betrokkenheid bij
maatschappelijke problemen. Het biedt ook
mogelijkheden voor mensen om, zonder vervreemding,
polarisatie en vrees, met elkaar in debat te gaan
over allerlei onvermijdelijke tegenstellingen.
A.
Diversiteit en emancipatie: verschil mag er zijn,
uitsluiting niet
GroenLinks vindt dat de overheid
emancipatie moet stimuleren door ervoor te zorgen dat
het beleid voor álle burgers werkt. Daarom dient de
gemeente in al haar beleid rekening te houden met
verschillen tussen mensen, bijvoorbeeld in sekse,
seksuele voorkeur, cultuur, leeftijd, handicap en
sociaal-economische situatie - zonder daarbij te
stigmatiseren; mensen in hokjes te stoppen. Door dit
diversiteitsbeleid wordt de gemeentelijke
dienstverlening meer op maat gesneden en daarmee
kwalitatief beter. Er moet rekening worden gehouden
met diversiteit om gelijke kansen voor verschillende
groepen te bevorderen en discriminatie, sociale
ongelijkheid en uitsluiting tegen te gaan.
Kortom, het gaat om gelijke behandeling. Daarom
stimuleert de gemeente dat maatschappelijke
organisaties (bedrijven, instellingen en
verenigingen) werk maken van diversiteit en treedt ze
actief op tegen intolerantie en discriminatie.
Zelforganisaties en belangenorganisaties van
kwetsbare groepen worden ondersteund.
We hebben alle groepen in onze samenleving nodig. Ook
de allochtone jongeren: niemand mag de dupe worden
van discriminatie bij het vinden van een stageplek.
De gemeente roept het lokale bedrijfsleven op
stageplekken aan te bieden en bemiddelt zo nodig
tussen de scholen en het bedrijfsleven.
Emancipatie zien wij als een belangrijke strijd die
nog steeds niet voltooid is. Met name onder
allochtone vrouwen zien we dat daar nog veel te
winnen valt. Natuurlijk respecteren wij ieders keuze
en het recht op godsdienstvrijheid. Maar niemand mag
onderdrukt worden in zijn of haar keuze uit naam van
een geloof. We delen het standpunt dat Femke Halsema
onlangs uitte:
”Ik geloof niet dat welke god ook kledingeisen stelt.
Dat zijn de mannen geweest die het geloof uitleggen.
Ik zie het liefst elke vrouw in Nederland
hoofddoekloos en volstrekt
vrij.”
hoofdstuk
4
Wij
willen een democratische gemeente
Democratisch
GroenLinks staat voor een
democratie die verder gaat dan het stemhokje. Een
democratie waarin mensen worden aangemoedigd om zich
verantwoordelijk te voelen voor de inrichting van de
eigen samenleving. Burgerzin en gemeenschapszin
ontstaan als mensen de kans krijgen om te
participeren. Daarom willen we ook dat de gemeente
haar inwoners waar mogelijk betrekt bij het beleid en
burgers meer zeggenschap geeft over de inrichting van
hun wijk; de verantwoordelijkheid voor de
besluitvorming ligt echter bij de politiek.
GroenLinks zet zich in de gemeentepolitiek in voor
haar idealen.
Daarin krijgen we nooit precies wat we willen, omdat
we altijd rekening moeten houden met de opvattingen
en belangen van anderen. We zoeken naar compromissen
om samen een stap verder te komen. Voorop staat dat
het lokale bestuur toegankelijk en transparant is en
met open vizier verantwoording durft af te leggen.
De overheid is van ons allemaal. Zij is geen machine
die draait wat wij als individuen vragen, geen ‘roept
u maar’-democratie. GroenLinks wil een overheid die
borg staat voor het publieke belang en de rechten van
minderheden beschermt. Dat betekent dat de overheid
de eindverantwoordelijkheid moet hebben voor de
toegankelijkheid, de betaalbaarheid en de kwaliteit
van belangrijke algemene voorzieningen, zoals zorg,
nutsbedrijven, volkshuisvesting en openbaar vervoer.
Concurrentie en private initiatieven op deze
terreinen zijn wenselijk om de publieke sector
kostenbewust en klantgericht te laten werken, maar
privatisering en verzelfstandiging mogen geen doel op
zich zijn. In ons ideaal staan betrokken burgers en
een verantwoordelijke overheid samen garant voor een
democratische en duurzame ontwikkeling van
particuliere welvaart en publieke dienstverlening.
A.
Democratische participatie: betrokken burgers
GroenLinks wil dat het
gemeentebestuur toegankelijk en transparant is.
Duidelijk en daadkrachtig als het nodig is, maar ook
aanspreekbaar en open voor suggesties en kritiek.
Burgers zijn niet alleen klant van de overheid, wij
willen ook dat ze zich medeverantwoordelijk voelen
voor het gemeentebeleid en dat ze vertrouwen hebben
in het lokale bestuur. Daarom moet de gemeente durven
experimenteren met nieuwe vormen van zeggenschap en
inspraak, zoals:
-
Burgerfora.
-
Meespreekrecht in commissies en raadsvergadering.
-
Vernieuwing gemeenteraad (beter aansluiten bij de burgers van Emmen).
-
Correctief referendum invoeren.
Tot
slot
Wij doen een verkiezingsbelofte: een realistische
kijk op vandaag en morgen. Wij maken geen
gemakkelijke keuzes, maar realistische. Bij
realistische keuzes horen óók eerlijke stellingnames.
Dit programma is door ons geschreven op visie-niveau.
Daar is bewust voor gekozen omdat met het op voorhand
je visie vertalen naar ‘praktische punten’ je het
risico loopt in het tijdsbestek van 4 jaar
achterhaald te worden door de realiteit. Dan is het
beter om je praktische invulling te kunnen bepalen op
de momenten dat het écht nodig is; dát aan de hand
van dit programma.
Vandaar dat we gekozen hebben om onze visie op Emmen
te geven. Niet op alle onderdelen; daarmee zou er
anders een boekwerk van behoorlijke omvang
verschijnen. We hebben een selectie gemaakt waarbij
we hebben gekozen voor standpunten die
GroenLinks-leden en stemmers zal aanspreken.
Tóch hebben we ervoor gekozen om een aantal punten te
noemen. Dat doen we in een aparte bijlage
‘programmapunten’. Want visie is mooi, maar sommige
mensen prefereren toch liever praktische punten. Uit
deze bijlage zullen we de komende tijd weer een klein
aantal punten gaan kiezen (maximaal 10) die we als
‘speerpunten’ zullen gaan gebruiken in de
verkiezingsstrijd.
GroenLinks is toekomstgericht en optimistisch. We
bieden kansen voor iedereen, we staan middenin de
samenleving. GroenLinks wil investeren in
duurzaamheid door het creëren en stimuleren van
duurzame groene banen, groen en sociaal horen bij
elkaar. Dat is de kern van dit programma. Een groene
en duurzame samenleving ligt niet ver in de toekomst.
De mogelijkheid is er om er hier en nu mee te
beginnen.
Kortom GroenLinks
WERKT